Moedermelk kan worden afgekolfd en bewaard en vervolgens worden verwerkt en aan het kind worden aangeboden. Dit hele proces wordt besproken in een serie van vier artikelen: Afkolven van moedermelk, Moedermelk bewaren, Moedermelk verwerken en Voeden met moedermelk. Voor moedermelk kan in de meeste gevallen ook donormelk worden gelezen en het laatste artikel kan ook slaan op het voeden met andere melk dan moeder- of donormelk.

Voeden met moedermelk

Borstvoeding is de manier die voor mensenkinderen is bedoeld als de manier van zorgen en zogen (verzorgen en voeden). Ik zeg met opzet niet dat borstvoeding de beste voeding is. Dat is om (minstens) twee redenen niet correct. Om te beginnen is borstvoeding niet het beste voor wat dan ook. Borstvoeding is de norm, de nulwaarde, het uitgangspunt. Ten tweede is het geen voeding, althans niet enkel voeding. Borstvoeding is het proces van het maken van melk en het ermee voeden van een kind en tegelijk is het de manier om dat kind te verzorgen, koesteren en beschermen. In principe krijgt een kind dus borstvoeding, tenzij er redenen zijn om dat niet te doen. Als voeden aan de borst om welke reden niet mogelijk of wenselijk is, bedenk dan dat behalve de melk ook de andere aspecten van borstvoeding moeten worden vervangen, zoals de koestering, de zorg en zo mogelijk de bescherming. De moeder die geen borstvoeding kan geven door scheiding van moeder en kind kan wel moedermelkvoeding geven en aan de borst voeden als zij en haar kind wel samen zijn. De moeder die geen aan-de-borstvoeding kan geven door drinkproblemen bij de baby kan wel moedermelkvoeding geven en verder de zorg zoveel mogelijk op die van borstvoeding laten lijken. De moeder die wel aan de borst kan voeden, maar geen of niet genoeg melk maakt, kan aan de borst voeden met andere melk, van een donor of kunstvoeding. Zo geeft ze dan wellicht niet de voeding, maar wel de koestering en een zekere bron van bescherming.

Ik ga het nu verder hebben over manieren om de afgekolfde melk aan de baby te geven. Uiteraard kunnen baby’s op deze manieren ook worden gevoed met donormelk of kunstvoeding. Manieren om een baby te voeden zijn aan de borst met een hulpmiddel, vingervoeden, cupfeeding of voeden uit een kopje of beker, lepelvoeden, en therapeutisch flesvoeden. Respecteer bij alle manieren van voeden, het tempo en de rustpauzes van het kind en dring geen voeding op. Gevoed worden en zich voeden moet te allen tijden een plezierige ervaring zijn.

Voeden aan de borst

(Bij-)voeden aan de borst is een manier om (extra) melk bij een kind binnen te krijgen terwijl het aan de borst drinkt. Er zijn verschillende hulpmiddelen en verschillende technieken om dit te doen. Het idee is dat je ergens melk in doet en dat die melk tijdens het drinken aan de borst mee gedronken wordt. Daarvoor zijn kant-en-klare en zelfmaak oplossingen voor. Je kunt kiezen voor een spuitje met daarop een voedingssonde (zie onder Vingervoeden) of met een speciaal tuitje (Fingerfeeder). Voor systemen met een sonde of ander dun slangetje kun je ook kiezen voor een borstvoedingshulpset. In plaats van een spuit met een opzetstukje is er ook nog de kromme voedingsspuit. Een sonde kan ook worden gecombineerd met een flesje of potje waar de sonde in hangt.

Het principe is simpel en kan op twee manieren worden uitgevoerd. Bij de eerste manier wordt de baby aangelegd en als hij drinkt wordt het slangetje of de fingerfeeder of de kromme punt van de voedingsspuit voorzichtig langs het mondhoekje in het mondje gebracht, tot het uiteinde tot het einde van de tepel komt. Een goed drinkende baby heeft ongeveer twee tot drie centimeter tepel en borstweefsel in de mond. Wees wel voorzichtig met het kromme spuitje, dat gaat minder ver het mondje in, niet meer dan een centimeter ongeveer. Een krachtig drinkend kind zuigt zelf de melk uit de houder, een minder krachtig kind moet mogelijk geholpen worden. Dit kan door de houder hoger dan de tepels te houden of door voorzichtig bij elke keer zuigen ongeveer 1 ml uit het spuitje te drukken. Bij de tweede methode (alleen geschikt voor hulpmiddelen met een sonde of slangetje) wordt het uiteinde van de sonde langs te tepel geplakt met een stukje papieren hechtpleister. Het uiteinde steekt ongeveer een centimeter uit (de tepel rekt tijdens het drinken uit) en de sonde worst aangebracht op de plaats waar bij het aanhappen de onderlip van de baby komt. Zou je het slangetje aan de kant doen waar de bovenlip komt, dan heb je je kans dat het bij het aanhappen dubbelklapt, gaat irriteren en geen melk doorlaat.

Vingervoeden

Vingervoeden kan met alle hulpmiddelen die ook werden genoemd bij bijvoeden aan de borst. Het voordeel van een spuitje is dat je gericht de melkstroom kan sturen. Op die manier kan vingervoeden ook worden gebruikt als middel om zuigtraining te geven. Deskundigen zijn het niet helemaal eens wat nu de beste techniek is. Ouders die op deze manier willen gaan voeden doen er goed aan alle manieren te bestuderen en uitproberen en dan te kiezen wat voor hen het beste werkt. Als houding voor de baby worden als variaties aangegeven: op de rug of op de zij liggend, op de arm als bij flesvoeding of in een wat meer verticale houding als voor therapeutisch flesvoeden of cupfeeding. Mijn voorkeur gaat uit naar een meer verticale houding, omdat dat veiliger is in verband met slikken en verslikken. Wat betreft de vinger die wordt gebruikt kan worden gekozen uit de wijsvinger of de duim. De wijsvinger maakt het mogelijk tegelijkertijd de spuit te hanteren en kan het kind dus op de arm worden gehouden. De duim is dikker en dat stimuleert het kind meer om een grotere hap te nemen. Het is minder eenvoudig om een ergonomische houding te vinden om met de duim te voeden.

Voeden uit een kopje en lepelvoeden

Voeden uit een kopje of bekertje is een techniek die door zowel degene die voedt als door het kind wat geoefend moet worden. Er is een vrij groot risico van verspillen van melk. Het is een manier die waarschijnlijk het minste risico van negatieve invloed op de drinktechniek aan de borst heeft. Daarnaast is het ook de meest hygiënische manier omdat het schoonmaken eenvoudig gaat en er geen melkresten in dunne slangetjes of andere nauwe doorgangen achter blijven. Gebruik voor het voeden met een kopje een speciaal daarvoor ontworpen kunststof cupje, al dan niet met een speciaal gevormde, tuitachtige rand. Andere mogelijkheden zijn: een moedermelk bewaarpotje (foto boven) of ander diepvriespotje met een gladde rand, de beschermdop van een flessenspeen, een dik glas (foto onder) of een klein koffiekopje. Een (semi-)doorzichtig kopje of bekertje heeft de voorkeur omdat je dan beter ziet wat je doet en wat de baby doet. Zorg voor een gladde rand waaraan het kind zich niet kan verwonden. Kies een kopje met een inhoud van 75 – 125 milliliter.

Vul het kopje tot maximaal 3/4 met melk en plaats het met de rand op de onderlip. Kantel het kopje zover dat de melk net tot een de rand komt, zonder dat de melk direct in het mondje wordt gegoten. Houdt het kind rechtop op schoot. Wikkel het losjes in een doek of houdt de handjes voor het buikje vast. Het is de bedoeling dat het kindje de melk op likt, niet dat de melk in het mondje wordt gegoten. Lepelvoeden gaat op min of meer dezelfde manier. De melk wordt niet in het mondje gegoten, maar de baby likt de melk uit de lepel op. Gebruik hiervoor een wat groter eierlepeltje of een gewone eetlepel met gladde rand. Er zijn ook flesjes met een speciaal lepelvormig opzetstukje. Zorg hierbij er ook goed voor dat de melk niet naar binnen wordt gegoten.

Therapeutisch flesvoeden

Therapeutisch flesvoeden is een techniek om bij het voeden met de fles de natuurlijke drinktechniek van het kind te bevorderen en daarmee het risico op verstoring van de drinktechniek aan de borst te minimaliseren. Het soort fles of speen maakt hierbij niet veel uit, kleine flessen hebben de voorkeur. Draai de dop met speen stevig op de fles, zodat er geen lucht kan ontsnappen. Dit vertraagt de stroomsnelheid, samen met de horizontale positie. Neem de baby op schoot in een houding waarbij hij vrijwel rechtop zit. Houdt de fles zo horizontaal mogelijk, maar zorg ervoor dat het smallere uiteinde van de speen gevuld is met melk. Raak de neus aan met de speen en beweeg daarbij lichtjes van de punt van de neus omlaag naar de bovenlip. Herhaal dit zo nodig enkele keren. Dit nodigt de baby uit de mond te openen. Als de mond goed open is, breng dan de speen langs de bovenkaak en het gehemelte in de mond tot de punt van de speen twee tot drie centimeter diep in de mond is. Daar raakt de speen het zuigreflexpunt en dat nodigt de baby uit te gaan drinken. Controleer bij het inbrengen (zo mogelijk) of de tong onder de speen blijft. Laat de baby het ritme en de snelheid van het drinken bepalen en respecteer zijn natuurlijke pauzes. Neem de fles bij een pauze ongeveer halverwege de voeding uit de mond (laat baby eventueel even boeren) en neem hem dan op de andere arm en herhaal het aanbieden van de fles. Een voeding mag op deze manier ongeveer 20 minuten duren.

Hoeveelheden en frequentie

Mensenbaby’s zijn er op gemaakt om vaak een beetje te eten. In de eerste week is elk uur niet overdreven vaak, daarna blijft lange tijd minimaal elke twee uur een goed idee. Hoe vaker een kind drinkt, hoe minder melk zal hij per keer nodig hebben en hoe korter zullen de voedingen duren. Een letterlijke vuistregel is dat de omvang van de maag zo groot is als de eigen vuist van een individu. Een snack is de grootte van een halve of één vuist, een lichte maaltijd is twee vuisten groot en drie vuisten is een driegangenmaaltijd. Babyvuistjes zijn klein en dus hun maagjes ook. In de eerste maanden zouden maaltijden dan ook liefst ergens tussen 50 en 100ml per keer meten, na een half jaar mag het 100-tot 150ml gemiddeld worden. Heeft de baby dit op en is er nog zuigbehoefte laat dan liever nog even aan de lege borst drinken, of op de vinger zuigen zonder het voedingshulpmiddel eraan, of gebruik een fopspeen, dan extra melk te geven. Let goed op de baby tijdens het drinken. Wijd open ogen, fronsen, wijd open handjes of juist krampachtige vuistjes en ”gulzig” drinken kunnen allemaal erop duiden dat de baby moeite heeft met het verwerken van de melkstroom. Onderbreek het voeden, begin opnieuw en probeer de melkstroom in te dammen.

2 antwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Dan is er de elasticiteit en vervormbaarheid van het materiaal. De borst met de tepelhof en de tepel zijn zacht en veerkrachtig en de tepel kan stevig worden bij aanraking. In de mond genomen vormen tepel en tepelhof zich helemaal naar de mondholte van de baby en bewegen mee met de bewegingen van de tong tegen het gehemelte. Een flessenspeen is over het algemeen vrij stug en moeilijk vervormbaar. Met een borst is de mondholte vrijwel helemaal gevuld, rondom de speen blijven altijd open ruimtes en de mond is maar ongeveer half zo gevuld als bij de borst. Het is tot nu geen enkele fabrikant gelukt een speen te maken die zelfs maar bij benadering voelt en zich gedraagt als een tepel en tepelhof. Naast gevoel en gedrag van de fles, de speen en de borst is er ook nog de melkstroom. Bij de borst moet eerst een toeschietreflex worden opgewekt. Zonder toeschietreflex zal er hooguit 10-20ml melk uit de borst druppelen. De tijd die nodig is om de toeschietreflex op te wekken, de kracht van de toeschietreflex en de duur van de erbij horende melkstroom zijn zeer individueel bepaald. De melkstroom uit een fles is direct, vaak al zonder dat de baby maar een begin van zuigen heeft gemaakt. Bij sommige spenen moet een soort melkende beweging worden gemaakt om de melk eruit te krijgen, waarvan wordt gesteld dat dat dezelfde beweging is die de baby bij het drinken aan de borst maakt. Gezien de verschillen in structuur en vorm van de borst en ook die spenen, kan dit nooit werkelijk zo zijn. Bij alle andere spenen stroomt de melk snel of zeer snel, afhankelijk van de grootte van het gat en van hoe strak de dop op de fles zit. Ongeacht wat de fabrikant ook claimt, er is geen enkel fles-speen systeem dat bij benadering lijkt op het gevoel en de techniek van het drinken aan de borst. Dat in gedachten houdend, kun je je afvragen waarom we al die moeite blijven doen met flessen en niet gewoon om te beginnen aan de gang gaan met kopjes of andere manieren van voeden als het niet aan de borst is. Maar omdat oude gewoonten moeilijk af te leren zijn, zullen we naar ik vrees toch nog wel enige tijd opgescheept blijven zitten met die flessen en de weigeraars. Maar, bedenk dat als er geen enkel trucje lijkt te werken, de baby ook kan drinken uit een kopje of een beker of de melk als soep kan lepelen. Lees hierover meer in Voeden met moedermelk. […]

  2. […] ook: Voeden met moedermelk | Luchtjes en flessenpost | Anders maar toch […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kijk eens in de Eurolac Lactatiekunde Webwinkel voor hulpmiddelen bij het voeden met moedermelk of bijvoeden aan de borst.