Neem een stoel!

Neem een stoel

Nadat een kind zich een half jaar lang onbeperkt en onder eigen regie heeft mogen laven aan moeders borst is het tijd om ook andere voedingsbronnen naast borstvoeding te gaan exploreren. Ik scheef daar al eerder over, bijvoorbeeld hier, op deze themapagina en hier ook. Het ging over wanneer en hoe en wat en vooral over eigen regie. Maar waar het (vrijwel) nooit over ging, was hoe je weet of een kind toe is aan het gaan uitproberen van vast voedsel en het meubilair dat daarvoor het meest geschikt is.

Of een kind toe is aan het beginnen van het exploreren van vast voedsel naast volop doorgaande borstvoeding is voornamelijk afhankelijk van de ontwikkeling in zijn mond en in zijn darmen. Er zijn andere punten van ontwikkeling die in dezelfde periode rijpen waaraan  je darmontwikkeling kunt aflezen. De darmen hebben het eerste half jaar prima werk geleverd met het verteren en verwerken van melk en beginnen er nu aan toe te raken de productielijnen om te bouwen naar het verteren van ander voedsel. Dat is een proces dat wat tijd (maanden) in beslag neemt en veel oefening nodig heeft met voedsel met een oplopende graad van verteerbaarheid.

Dit proces vindt plaats in een voor ons niet zichtbare omgeving en dus moeten we kijken naar zichtbare ontwikkelingen in lichaamsdelen en functies die we wel kunnen zien. Hieronder een overzicht van de belangrijkste indicaties dat het tijd voor de introductie van vast voedsel, zoals die waarneembaar zijn in de mond en andere lichaamsdelen en functies.

Ontwikkelingen in de mond

  • De kokhalsreflex begint zich te verplaatsen van voorin de mond meer naar achteren. Een voor in de mond liggend kokhalsreflexpunt zorgt ervoor dat een kind elk hapje dat je geeft er weer net zo snel uitwerkt.
  • De zuigkussentjes in de wangen verdwijnen. De zuigkussentjes ondersteunen een goede borstdrinktechniek, maar belemmeren een goede kauw- en sliktechniek.
  • De tong kan naast voor- en achterwaartse en op-en-neer bewegingen nu ook heen-en-weer bewegingen maken. Vast voedsel moet in de mond heen en weer worden bewogen om goed te kunnen kauwen.

Overige ontwikkelingen

  • Grijpen: een kind moet in staat zijn om gericht met de vingers relatief kleine dingen op te pakken, gericht naar de mond te brengen en gericht weer los te laten. Dat mag allemaal nog wat ongecoördineerd zijn, maar de intentie tot gerichtheid moet er wel zijn.
  • Zitten: een kind moet in staat zijn om zelfstandig rechtop te zitten, met hooguit minimale steun, voor minimaal 5 minuten zonder in elkaar of onderuit te zakken. Rechtop zitten is noodzakelijk voor veilig eten zonder verslikkings- of verstikkingsgevaar. Een kind dat er nog niet aan toe is rechtop laten zitten kan nadelig werken op de ontwikkeling van de rug.

En dan nu de stoel. Waaraan voldoet een geschikte stoel voor een beginnende eter? Allereerst: op schoot zitten is altijd goed, je hebt als ouder/verzorger je kind voortdurend dichtbij en het zit goed rechtop zonder in te zakken. Dat zijn de belangrijkste dingen om in de gaten te houden als je kind eet: rechtop zitten en nooit alleen laten.

  • De stoel is stevig en kan niet gemakkelijk omvallen. De poten staan dus goed uit elkaar op een vlakke ondergrond. Ook als het kind over de kant gaat hangen mag de stoel niet omvallen.
  • Het materiaal is goed schoon te houden met zo min mogelijk naden en kieren waar eten tussen kan gaan zitten. Dit is nodig vanwege de hygiëne en het voorkómen van voedselvergiftiging.
  • De rugleuning is recht, volkomen verticaal en stevig. Een kuipstoel is niet geschikt, omdat dat uitnodigt om achterover te leunen. Veilig eten voor een beginnende eten kan alleen als het kind goed rechtop zit. Want dan is het risico van verslikken en verstikken het kleinst omdat het kind het voedselbrokje dat verkeerd dreigt gaan gemakkelijk uit kan spugen door de mondopening.
  • De zitting en het tafelblad staan zo afgesteld dat het kind met het middel (de navel) ter hoogte van de rand van het tafelblad komt. Op deze manier kan hij goed bij het eten op het tafelblad. Bij te laag zitten kan hij niet bij zijn eten en bij te hoog zitten kan hij eruit vallen.
  • De stoel heeft een voetensteun en deze is zo hoog geplaatst dat het kind de voeten er stevig op kan zetten. Dit is nodig om tegendruk te kunnen geven bij het kokhalzen.
  • Het kind zit niet in een tuigje. Een tuigje lijkt veiliger in verband met het eruit klimmen, maar is een risico als het kind snel uit de stoel gehaald moet worden in het geval van hevig verslikken of verstikken.
  • Pas goed op met kinderstoelverkleiners: deze maken de stoel vaak te krap en kunnen de bewegingsvrijheid belemmeren. Als het kind nog een beetje steun nodig heeft, gebruik dan liever een steuntje in de rug, bijvoorbeeld een opgerolde handdoek. Een kind dat zonder steun onderuit of in elkaar zakt, is nog niet toe aan zelfstandig eten.

Huiswerkopdracht:

Google afbeelding op kinderstoel en kijk welke van de afgebeelde stoelen voldoen aan alle punten van dit lijstje. Het maakt de keuze een stuk makkelijker, duurder is niet noodzakelijk beter en design is ook niet altijd alles.

En als uitsmijter nog maar eens Daan die een broodje exploreert. Zijn voetjes zouden wat steviger op de voetenplank mogen staan.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Eurolac Lactatiekunde werkt samen met

Het Nieuwe Borstvoeding Boek

Te koop in de webwinkel van Eurolac Lactatiekunde (desgewenst gesigneerd door Gonneke) of van Kenniscentrum Borstvoeding (desgewenst gesigneerd door Stefan)