Moedermelk kan worden afgekolfd en bewaard en vervolgens worden verwerkt en aan het kind worden aangeboden. Dit hele proces wordt besproken in een serie van vier artikelen: Afkolven van moedermelk, Moedermelk bewaren, Moedermelk verwerken en Voeden met moedermelk. Voor moedermelk kan in de meeste gevallen ook donormelk worden gelezen en het laatste artikel kan ook slaan op het voeden met andere melk dan moeder- of donormelk.

Moedermelk verwerken

moedermelk verwerken

moedermelk bewerken

Moedermelk is een zeer robuuste stof, die niet makkelijk kapot is te krijgen. Toch hebben allerlei bewerkingen invloed op de kwaliteit van de melk. Hoe meer, hoe vaker en hoe abrupter de temperatuur wisselt, hoe meer van de levende en beschermende stoffen verloren kunnen gaan. Bewaren en bewerken vergroten over het algemeen dus niet de bacteriële onveiligheid, maar het heeft wel een negatieve invloed op de kwaliteit van de melk. De melk bewaren in kleine porties maakt het mogelijk om met minder kans op verlies melk klaar te maken voor gebruik en vermindert de noodzaak om te veel voorbereidde melk opnieuw te moeten bewerken. Mocht de voor gebruik gereed gemaakte hoeveelheid niet genoeg zijn, dan is een kleine extra portie sneller klaar voor gebruik en blijft er niets over dat opnieuw verwerkt en bewerkt zou moeten worden of weggegooid. Over het algemeen wordt gesteld dat verwarmde moedermelk binnen een uur op moet. Voor kunstvoeding geldt dat zeer zeker, voor moedermelk valt dat nog te bezien. Vooralsnog lijkt de enige bewerking die moedermelk heel erg bederfelijk maakt, verwarmen en/of ontdooien in de magnetron te zijn. Moedermelk die een bewerking in de magnetron heeft ondergaan moet binnen een uur worden opgemaakt en een restant moet worden weggegooid.

Een interessant klein onderzoekje hierover op een Noorse kraamafdeling gaf verrassende resultaten. Het verhitten van moedermelk in de magnetron heeft een desastreuze uitwerking op de anti-bacteriële vermogens van moedermelk. Voor het onderzoek werd eerst gekeken naar de groei van toegevoegde E. coli bacteriën in verschillende vloeistoffen die gedurende 3½ uur op lichaamstemperatuur werden bewaard. De desbetreffende vloeistoffen waren: kweekmedium, verse moedermelk, kunstvoeding volgens gebruiksaanwijzing van poeder bereid en koemelk uit de supermarkt (figuur 1). Vervolgens werd het effect van invriezen en ontdooien op de bacteriële kwaliteiten van moedermelk onderzocht. Hiervoor werden monsters verse moedermelk vergeleken met op verschillende manieren ontdooide moedermelk. De diepvries melk was ingevroren op – 20 °C en achtereenvolgens ontdooid op kamertemperatuur, in warmwaterbad op 40 °C en in het ontdooiprogramma van een magnetron. Het vijfde monster werd twee maal ingevroren en op kamertemperatuur ontdooid. (figuur 2)

mmmagnetron1 mmmagnetron2
Figuur1 Relativ vekst av E. coli = relatieve groei van E. coli; medium = kweekmedium, morsmelk = moedermelk; erstatn = kunstvoeding; kumelk = koemelk Figuur2 van links naar rechts: verse moedermelk; ingevroren en op kamertemperatuur ontdooid; ontdooid in een warmwaterbad; ontdooid in de magnetron; dubbelgevroren

Verse moedermelk heeft actieve en levende bestanddelen die infecties bestrijden, zowel van bacteriën en virussen als schimmels. Bij ernstige besmetting (zoals een uitbraak van spruw of een HIV+ moeder) of bij gebruik door een ander kind (donormelk, met name voor kwetsbare kinderen) kan het zijn dat deze ingebouwde afweer onvoldoende of onzeker is en kan worden gekozen voor extra maatregelen. Meest rigoureuze is steriliseren, waarbij de melk gedurende langere tijd boven 100 graden wordt gehouden. Alle mogelijke ziekteverwekkers zijn dan vernietigd, maar ook de meeste afweerstoffen en een deel van de vitaminen. Sterilisatie verandert ook de structuur van de voedingsstoffen. Pasteurisatie heeft daarom de voorkeur: dat vernietigt ook de ziekteverwekkers, maar is vriendelijker voor de voedings- en afweerstoffen en vitamines. Het is in de thuissituatie ook moeilijker uit te voeren. Pasteurisatie kan op lagere temperatuur voor langere tijd (60-68 graden, half uur) of hogere temperaturen voor korte tijd (72 graden, 15 seconden). Dit laatste heet ‘flash pasteurisatie‘. Beide methoden vergen erg veel oplettendheid en het gebruik van een kookthermometer. In een pannetje op het fornuis is het heel moeilijk om een bepaalde tijd een bepaalde temperatuur aan te houden.

Israel-Ballard K, Donovan R, Chantry C, Coutsoudis A, Sheppard H, Sibeko L, Abrams B: Flash-Heat Inactivation of HIV-1 in Human Milk: A Potential Method to Reduce Postnatal Transmission in Developing Countries. JAIDS 2007 45(3):318-323

Voor het behandelen van moedermelk is daarom een andere vorm van ‘flash heating’ ontwikkeld door Kiersten Israel-Ballard van UC Berkeley’s School of Public Health. In haar methode (zie filmpje hiernaast) wordt de melk in een glazen container (fles of jampot of zoiets) in een pannetje water gezet en het water wordt aan de kook gebracht. Zodra het water borrelend kookt wordt het potje melk eruit gehaald. Op deze manier worden de meeste ziekteverwekkers voldoende vernietigd om geen gevaar meer op te leveren (zelfs HIV), maar met behoud van een groot deel van de beschermende stoffen en de vitamines.

Pasteuriseren meestal niet nodig

In de meeste gevallen is pasteurisatie niet nodig en kan de melk voorzichtig worden verwarmd tot net onder lichaamstemperatuur. Of tot kamertemperatuur, wat veel kinderen ook prima vinden. Verwarmen kan op verschillende manieren gebeuren en de keuze is vaak afhankelijk van hoe snel de melk nodig is. De klassieke manier is in een pannetje warm water. Zolang het water niet aan de kook komt is dat een redelijk zekere manier, zeker als de melk regelmatig geroerd of gezwenkt wordt om de warmte regelmatig te verdelen. Dat regelmatig mengen voorkomt dat sommige delen van de melk, die tegen de wand van de pot zitten bijvoorbeeld, te warm worden. Een flessenwarmer werkt op dezelfde manier en de melk hierin wordt waarschijnlijk nergens warmer dan 40 graden. Voor een enkele fles is dat acceptabel, maar als een kind voor het merendeel van de voeding afhankelijk is van gekolfde melk, is het risico van verlies van beschermende stoffen toch vrij groot.

moedermelk verwerken

Wanneer er voldoende tijd is en kamertemperatuur voor het kind acceptabel is, kan de melk gewoon een uur of twee voor de te verwachten voeding uit de koelkast worden gehaald om op kamertemperatuur te komen. Voor kleine hoeveelheden is een uur daarvoor waarschijnlijk ook voldoende. Melk opwarmen tot lichaamstemperatuur kan ook door de verpakking tegen het lichaam aan te houden, bijvoorbeeld voor moeders in het decolleté. Moedermelk in een zakje of een kleine hoeveelheid in bijvoorbeeld een spuit is op die manier binnen een kwartier warm en op ideale drinktemperatuur zonder risico van te warm worden. Ik kan me ook constructies voorstellen (als de melk door een ander dan een familielid moet worden gegeven) om de fles, spuit of bewaarzak in een ziplock zakje te doen en zo onder de kleding tegen het lichaam aan te houden. Zo is wederzijde contaminatie tot een minimum beperkt en wordt de melk toch vlot en veilig verwarmd. Melk die tijdens het drinken aan de borst wordt bij gegeven hoeft in principe niet te worden verwarmd. De fles kan in moeders decolleté staan, of de spuit kan in de hand worden genomen, en de sonde waar de melk door stroomt ligt tegen de warme huid en verwarmt de melk al stromend.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

In de Eurolac Webwinkel zijn allerlei hulpmiddelen te koop voor het verzamelen, bewaren en verwerken van moedermelk.