Moedermelk kan worden afgekolfd en bewaard en vervolgens worden verwerkt en aan het kind worden aangeboden. Dit hele proces wordt besproken in een serie van vier artikelen: Afkolven van moedermelk, Moedermelk bewaren, Moedermelk verwerken en Voeden met moedermelk. Voor moedermelk kan in de meeste gevallen ook donormelk worden gelezen en het laatste artikel kan ook slaan op het voeden met andere melk dan moeder- of donormelk.

Moedermelk bewaren

© CGA van Veldhuizen-Staas, 2006, 2011, 2015

Verwarrende adviezen

Gekmakend kan het zijn voor moeders al die verschillende adviezen rondom het bewaren van moedermelk. Maar, zoals ik regelmatig tegen moeders met problemen zeg: borstvoeding is geen exacte wetenschap. In wiskunde mag één plus één dan wel altijd twee zijn, in de biologie is het dat niet altijd. Er zijn grote wetmatigheden, algemene regels en vooral veel uitzonderingen. Een heel grote, belangrijke regels is het prevaleren van het overleven van de soort boven individuele belangen. Heel veel kleinere regels zijn terug te voeren naar die ene. Om de soort te laten overleven moet er genoeg nageslacht zijn dat overleeft tot het zelf voor nageslacht kan zorgen. Dat wordt op allerlei manieren ingevuld. Sommige soorten zorgen voor een overdadige hoeveelheid nageslacht, zodat er altijd wel wat overblijft. Sommige soorten zetten in op weinig nageslacht, maar betalen daarvoor met veel energie voor intensieve zorg. Wij mensen horen tot die laatste groep. Wij krijgen per koppel maar een beperkt aantal kinderen, maar we zetten in op een heel intensieve zorg, zodat er voldoende exemplaren overleven om de soort voort te zetten.

Veiligheid

Schudden, zwenken, roeren

We hebben daarvoor allerlei gereedschappen ontwikkeld, zoals een veilige dracht in het moederlichaam en voedsel en bescherming gedurende langere tijd na die dracht. Ons overlevingsmechanisme zit hem niet in heel goede zintuigen of snelheid of kracht, maar in intellect. Ons voedsel voor de pasgeborenen is dus vooral gericht op de ontwikkeling van het brein en het beschermen tegen ziekte tijdens die vroege, kwetsbare periode van ontwikkeling. Dat voedsel moet dus robuust zijn, daar moet je op kunnen vertrouwen; dat mag niet door het minste of geringste kapot gaan.

Levende bestanddelen

Uiteraard is bij dat ontwerp geen rekening gehouden met afkolven en bewaren voor later gebruik. In onze blauwdruk wordt namelijk uitgegaan van voortdurende nabijheid van moeder en kind. Er is evolutionair gezien geen reden om ervoor te zorgen dat moedermelk houdbaar is buiten het lichaam van de moeder. Dat het dat toch is, is wel mooi meegenomen. Het is te danken aan het grote aandeel actieve en passieve beschermende stoffen in moedermelk, bedoeld om het kind te beschermen tegen ziekteverwekkers in zijn kwetsbare periode van vroege ontwikkeling, wanneer zijn eigen afweersysteem nog niet volledig op volwassen niveau operabel is. Een flink deel van deze beschermende stoffen zijn levende cellen. Verse moedermelk is dus een levende vloeistof. Levende vloeistoffen staan minder bloot aan bederf dan niet-levende stoffen.  Wat dood is bederft, wat leeft bederft niet, simpel gezegd. Het gaat er dus om die moedermelk levend te houden en dat doe je door zo min mogelijk temperatuurschommelingen te veroorzaken. Het helpt het goed blijven van de melk ook als de hoeveelheid toegevoegde ziekteverwekkers laag blijft.

Hygiene

verondersteld

We beginnen daarom met de melk onder hygiënische condities te verzamelen: schone handen, schone materialen en niet erin niezen. Vervolgens kijken we wat we met de melk willen. Is het de bedoeling om het binnen een aantal uren te geven, dan veranderen we zo min mogelijk aan de temperatuur en laten de melk -afgedekt tegen indringers- gewoon in de kamer staan. Onderzoek heeft aangetoond dat na een paar uur op kamertemperatuur in de melk minder bacteriën worden gevonden dan net na het kolven. Daarna blijft de melk nog minstens net zo veel uren veilig, tot wel tien uur, afhankelijk van de kamertemperatuur. Ziet het ernaar uit dat de melk niet binnen zes tot tien uur zal worden gedronken, dan kan ze beter worden gekoeld voor later gebruik. Ben je van plan het binnen drie dagen te gebruiken, dan laat je het rustig in de koelkast staan en zorgt dat de temperatuur niet hoger dan vier graden wordt. Raak niet in paniek als het incidenteel een graad of wat warmer wordt, daar kan je melk heus wel tegen. Raak ook niet in paniek als je na een week achterin de koelkast nog een flesje moedermelk tegenkomt. Vers gekolfde moedermelk blijft op vier graden Celcius zeker acht dagen goed.

Maar als je al aan ziet komen dat de melk die je net hebt afgekolfd niet binnen drie dagen wordt gegeven, dan vries je het liever in. Bevroren melk is in principe onbeperkt houdbaar (de incidentele mammoet die in ijs wordt gevonden is immers ook niet ”bedorven”!): er is geen bacteriegroei mogelijk en de melk kan dus niet bederven. De kwaliteit kan wel achteruit gaan, de beschermende stoffen verliezen langzamerhand hun werking en ook de voedingswaarde kan wat terug lopen. Dat neemt niet weg dat het nog steeds een prima voedingsmiddel is. Melk die is ingevroren is na ontdooien niet meer zo lang houdbaar als verse onbevroren melk. Bewaar de melk tijdens en na het ontdooien in de koelkast en gebruik het binnen 24 uur. Raak niet in paniek als het 25 uur wordt, het zal niet direct bederven, maar maak er geen gewoonte van. Melk die gedeeltelijk is ontdooid, mag opnieuw worden ingevroren, zolang er nog ijsdeeltjes inzitten (het ziet er dan uit als een dik vloeibare slush). Zolang er nog ijsdeeltjes zijn is de melk niet warmer dan nul graden en is er nog geen bacteriegroei mogelijk.

Als je kolft en de melk moet daarna worden vervoerd, dan bewaar je het zo lang mogelijk in een koelkast en voor vervoer gaat het in een koeltas met bevroren koelelementen. Daarin blijft de melk 24 uur goed. Zolang de temperatuur in de koeltas niet boven de vier graden komt, mag deze tijd als koelkasttijd worden beschouwd.

Bewaarmiddelen

Bewaar moedermelk alleen in materialen die geschikt zijn voor het bewaren van voedingsmiddelen. Altijd goed zijn glas, porselein, geglazuurd aardewerk, roestvrijstaal, siliconen en BPA vrij plastic bedoeld voor het bewaren van voedsel. Niet geschikt zijn boterhamzakjes (te dun) en ijsblokjeszakjes. Deze laatste zijn alleen geschikt voor water en kunnen een chemische reactie aangaan met melk, waardoor er microscopische plastic deeltjes in de melk kunnen komen.

Jones, F. Best Practices for Expressing, Storing and Handling Human Milk, 3rd edition. Raleigh, NC: Human Milk Banking Association of North America, 2011. Mohrbacher, N. Breastfeeding Answers Made Simple. Amarillo, TX: Hale Publishing, 2010. Why Do Milk Storage Guidelines Differ? — Nancy Mohrbacher

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *