De geurzin is bij de geboorte het meest ontwikkelde zintuig, samen met de tastzinfunctie van het gezicht, met name de mond en daar omheen. Dat is volkomen logisch, want die twee zijn van levensbelang, letterlijk, bij de aanvang van het bestaan als onafhankelijk functionerend wezen.

Luchtjes en flessenpost

luchtjes en flessenpost, afkolven op het werk

Geur- en tastzin blijven het hele leven belangrijke zintuigen. Geuren hebben bijvoorbeeld een belangrijke functie bij het herkennen van mensen, bij het herkennen van eetbaar voedsel, maar ook bij herinneringen. Een pasgeboren kind gebruikt zijn herinnering aan de geur van de baarmoeder om de borst te vinden. De geurcomponenten van vruchtwater en die van de tepel, tepelhof en colostrum komen overeen. Zijn tastzin in het gezicht gebuikt hij om bij de borst de tepel te vinden en aan te happen.

Trent als Janitor (congierge) in de korte film The Smelly Janitor (2008)

luchtje

Er zijn in de afgelopen decennia meerdere onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat zowel moeders als kinderen elkaar al heel snel na de geboorte herkennen aan de geur. Ons reukvermogen is dan wel niet zo groot als dat van bijvoorbeeld honden, maar onbewust ruiken we meer dan we denken. In de reclamewereld wordt ook al gewerkt met geur om de aankoopimpuls te versterken. Dat is dus reclame met een luchtje eraan. Een ander luchtje zit er aan weer een nieuwe gadget voor borstvoedende moeders.

Moeders die borstvoeding geven en gescheiden zijn van hun kind kolven hun melk om die door iemand anders te laten geven. Veel borstkindjes hebben issues met zo’n fles die daar meestal voor wordt gebruikt. Geef ze eens ongelijk. Melk hoort uit een borst te komen met de geur van mama erbij. Het mond- en gezichtsgevoel in combinatie met de geur: dat is wat bepaalt of je lekker aan het eetknuffelen bent. En dan ineens is mama er niet, haar geur niet, niet het gevoel van haar huid tegen de jouwe, maar krijg je een vreemd ding in je mond geduwd waar dan weer wel bekend smakende melk uit komt.

Voor veel kinderen is dat een combinatie die te fout is om aan te beginnen. Dan komen de oplossingen: andere fles, andere speen, andere houding, nog een andere speen en nog een, nog een andere houding, andere persoon die de fles geeft, nog eens een andere speen. Sommige kinderen geven het gaandeweg op en accepteren het dan maar. Aha! We hebben de juiste fles-speen-houding gevonden. Voor zolang het duurt of voor altijd. Voor alleen dit kind of nog een paar anderen. Dan beginnen de verhalen. Dit is de beste speen, de beste fles, de beste houding. De waarheid is, dat dit voor net zo veel kinderen wel als niet kan werken.

Dan zijn er nog de verleiding-door-vermomming-technieken: flessen ingepakt in aluminiumfolie, andere vorm of kleur fles, lopend of dansend voeden, de fles wikkelen in een naar mama ruikend doekje. Die laatste wil nog wel eens werken. Want dan zijn smaak en geur in elk geval min of meer okee en bijpassend. Dit bracht een ouderpaar op het idee om daar een gadget voor te maken. Wat mij betreft komt er dan een luchtje aan. Mam draagt een doekje in haar beha en dat doekje wordt dan door de flesgever om het flesje gewikkeld als de baby moet drinken, daar kan ik me helemaal in vinden. Maar een product kopen, speciaal om dat met je melk te doordrenken en dat in een houdertje aan de fles te klemmen, nee, dat gaat mij te ver.

Het product is een soort zoogkompres met  afneembare blaadjes. Het hart van de bloem is het eigenlijke zoogkompres, de blaadjes nemen naar het schijnt enkel de geur op, niet de melk. De blaadjes worden van het hart afgehaald en in een doosje bewaard. Voor de voeding wordt een blaadje uit het doosje gehaald, in een houdertje geklemd en om de speen geschoven (past op standaard brede hals flessen). Vervolgens krijgt baby de fles aangeboden met het blaadje tegen zijn neusje kriebelend.

Ik ben benieuw hoeveel baby’s daar in gaan trappen en hoeveel er hun ouders met een nutteloze dure aanschaf laten zitten. Voor een volgend blog zal ik een ervaren KDV pedagogisch medewerker vragen een paar manieren uit te leggen om borstkindjes hun melk te laten drinken.

Flessenpost

Kevin Costner als Garret Blake en Robin Wright als Theresa Osborne Message in a Bottle (”Flessenpost”) (1999)

In de laatste alinea van Luchtje beloofde ik u expert advies voor flesweigeraars van een KDV (kinderdagverblijf) pedagogisch medewerkster. Zij wil graag anoniem haar kennis delen, want haar opvattingen zijn niet heel erg mainstream en zij wil nog wel met haar collega’s door één deur kunnen. Haar laatste opmerking raakte mij nog het meest:

’’ik ben niet echt in staat om hier objectief iets over te zeggen omdat ik vind dat kleine kindjes niet op het KDV thuis horen. Als ze ouder zijn zie ik zeker voordelen, maar zo heel jong niet.‘’

Toch heeft ze veel van deze kindjes onder haar hoede, ongeveer een derde van alle kinderen in haar werkplek is zo jong dat uitsluitend melkvoeding nodig is. Eén tot twee per tien van deze kinderen krijgt moedermelk in de fles, de rest kunstmatige zuigelingenvoeding. Opmerkelijk is dat van de kindjes die problemen hebben met gevoed worden er net zo veel de fles gewend zijn als dat het thuis borstkindjes zijn.

In haar ervaring heeft deze pedagogisch medewerker het nog nooit meegemaakt dat een kindje echt de hele dag niets dronk, tenzij het kindje ziek was. Bij haar collega’s ziet ze ruwweg twee methodes: aan de ene kant de leidsters die proberen of het kindje wil en dan, als het kind niet wil, later nog. En aan de andere kant degenen die de fles en de melk naar binnen proberen te dwingen  en niet schromen het kindje in een soort houdgreep te nemen. Gelukkig zijn de gebruikers van de zachtere methodes de meerderheid. Toch kan dat wel problemen geven in de verticale groepen (kindjes van verschillende leeftijden bij elkaar), omdat daar bijvoorbeeld twee leidsters per 13 kinderen zijn, waarvan er misschien wel vier met de fles gevoed moeten worden. De zachtere methode kan ook wel meer tijd kosten. Veel KDV medewerkers zijn dan ook blij met kindjes die aan een schema gewend zijn, dat past makkelijker in het dagritme in een grote groep.

Zelf probeert onze informant op een meer borstvoeding-achtige manier de fles te geven. Ze neemt het kindje in een borstvoedingshouding in de arm, dus naar haar toegekeerd, net als aan de borst, en met de speen wekt ze een aanhap- en zuigreflex op. De fles is wat gekanteld, zodat de baby het idee krijgt dat hij echt moet zuigen om melk te krijgen. De bekende en vertrouwde houding lijkt kindjes er eerder toe aan te zetten te drinken wat ze nodig hebben. Het is dan soms wel handig als de andere flesdrinker zo’n vlotte 7- of 8-maander is die er lol in heeft zelf zijn fles vast te houden terwijl hij in de wipstoel zit.

Tot slot deelt de KDV pedagogisch medewerker nog wat gedachten over oorzaken voor de minder zachte aanpak. Zij ziet daarvoor twee factoren, de ene in de werkomstandigheden en de andere in de opleidingen. De omstandigheden op een doorsnee KDV moedigen niet aan tot een individuele aanpak per kind, want daarvoor is het gewoon te druk. ‘’Lastige’’ kinderen, kinderen met een extra gebruiksaanwijzing kosten meer tijd en aandacht en dat is moeilijk vrij te maken als er nog een flinke handvol kindjes je aandacht nodig heeft. De opleidingen hebben weinig aandacht voor een kindgerichte aanpak en vaak wordt bijvoorbeeld nog geleerd dat je huilende kindjes verwent door ze op te pakken.

Deze ervaren flesvoedster komt dus eigenlijk tot de conclusie dat het niet zozeer om de fles of de speen gaat, maar om de houding (letterlijk) en de attitude (figuurlijke houding) van degene die voedt. Een houding die acceptatie, warmte en empathie uitstraalt zal het kindje op zijn gemak stellen en hem zijn melk laten accepteren. Misschien drinkt hij niet de hele portie op die voor hem bedacht is. Dat geeft niet, hij kan het later ook nog opdrinken. Misschien is beginnen met een kleinere portie wel een beter idee. Dat voorkomt de drang om hem aan te moedigen ook de rest op te drinken. Weet je nog die keer dat iemand jou iets wilde opdringen, ondanks dat je duidelijk liet merken er geen zin in te hebben? Ja, dat is vervelend, je wordt niet voor vol aangezien en niet serieus genomen. Kindjes zijn net echte mensen, die willen ook serieus genomen worden en gehoord worden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.