Berichten

Frustratie alom

Puinruimen

Geboekt

Wie vertrouw je meer?

DISCLAIMER vooraf:

Incidenteel kom je heel goede zorgverleners tegen op consultatiebureaus, die wel heel goed begrijpen hoe kindjes in elkaar zitten en hoe je met moeders omgaat. Deze zorgverleners zet ik hierbij in een gouden lijstje en ik juich ze van harte toe. Het is jammer dat dit vooral te danken is aan die individuele zorgverlener, maar dat het geen algemeen beleid is. 


Vrijdag j.l. schreven collega Chella [hier] en ik [hier] beiden over hetzelfde onderwerp: ”moedergroepen” op Facebook. Dat is niet toevallig, we spraken er ook samen over, tijdens het Lactatieburo spreekuur. Wat ook ter sprake kwam was de veronderstelling dat moeders misschien liever elkaar onderling vertrouwen dan hun dokter of andere zorgverlener. Dat is zorgelijk, als het waar zou zijn. Zorgelijk, omdat ze bij het bij elkaar te rade gaan niet altijd wel goed advies krijgen. Zorgelijk ook, omdat je zorgverlener niet vertrouwen ook consequenties heeft voor andere zorgverlening en andere zorgverleners. Want als je er eentje niet vertrouwt, bijvoorbeeld door ondeskundige advies, ben je meer geneigd om de volgende ook niet erg te vertrouwen. Overleggend met collega ouders wordt het wantrouwen over de kundigheid van zorgverleners vaak nog verder ondermijnd. Ik heb het over zorgverleners al een aantal keren eerder gehad.

Het consultatiebureau, in de volksmond ook wel aangeduid als consternatiebureau, of milder ”het buro” of het CB, heeft een belangrijke taak en in de beginjaren is het mede oorzaak geweest voor de dalende kindersterfte. Ouders werd geleerd over hygiëne en gezonde voeding en de groei en ontwikkeling van kinderen werd in de gaten gehouden. Gedurende decennia achtereen waren ouders blij en tevreden met het CB. Zorgverleners, met name artsen, waren de onbetwistbare experts en aan hun voorschriften werd niet getwijfeld. Tot mensen mondiger en minder autoriteitsgevoelig werden en meer zelf gingen nadenken over hoe ze met hun kinderen willen omgaan. Vooral met de opkomst van internet en nog sterker met de sociale media, neemt de onvrede met het CB toe. Ook aan de kant van ”het buro” zelf veranderde nogal wat. Er kwam meer controle en men ging zich niet alleen meer bezighouden met voeding en groei, maar ook met de opvoeding. De werkwijze werd steeds meer gebaseerd op protocollen en richtlijnen. Protocollen en richtlijnen zijn prima om te zorgen voor een eenduidig beleid, maar dan moeten die protocollen en richtlijnen wel evidence based zijn. Vooral bij het punt opvoeding blijft de wetenschappelijke basis uit. En dat terwijl dokters en verpleegkundigen geen experts op het gebied van opvoeding zijn. Zij zijn geen opvoedkundigen, geen pedagogen, en zouden zich naar mijn smaak verre moeten houden van opvoedadvies, speciaal wanneer dit gebaseerd is op onjuiste informatie. Met name de richtlijnen voor huilen en slapen geven blijk van een volkomen gebrek aan inzichten in ontwikkelingspsychologie en opvoedkunde. Maar ja, wat je verwacht je dan ook? Je laat toch ook een pedagoog geen richtlijnen opstellen voor open hart operaties? Ieder zijn vak en deskundigheid.

Maar ook op het gebied van voeding gaan de adviezen die moeders op het CB krijgen vaak de mist in. Adviezen voor het bepalen van de voedingsfrequentie op basis van leeftijd en/of gewicht laten een schrijnend gebrek aan inzicht zien in de fysiologie van de jongste mens. Borstvoedingsproblemen die een kunstvoedingsoplossing krijgen getuigen van een schrijnend gebrek aan het belang van borstvoeding voor het lichamelijke en emotionele welzijn van het kind en zijn moeder, en een even schrijnend gebrek aan basale kennis over het onderwerp en de vaardigheden die nodig zijn om de borstvoedingsdyade te begeleiden. Moeders vergelijken de adviezen die ze krijgen met de informatie die ze halen bij anderen, bijvoorbeeld lactatiekundigen, en zeggen hun vertrouwen in de CB zorgverleners op. Of ze volgen de adviezen op, worden deskundig van de borstvoeding afgeholpen en geven vervolgens de echte borstvoedingsdeskundigen er de schuld van.

lactatieburoVeel moeders gaan alleen nog naar het consultatiebureau voor het meten en wegen en ”de prikjes” en zeggen voor de rest ja zuster nee zuster. Voor die moeders, die wel over borstvoeding willen praten, maar niet tevreden zijn over de zorg en de adviezen die ze daarover krijgen is er nu het Lactatieburo. Je kunt er terecht voor het wegen van je kind inclusief een korte bespreking, of voor kortere of langere consulten met een lactatiekundige. Je krijgt daar borstvoeding antwoorden op borstvoeding vragen en er wordt naar jou geluisterd.

Olifantenpaadje