Berichten

Afgewogen oordeel

Interacties en puzzelen

Vluggertje

Pech en pijn

Pech

Problemen oplossen

Problemen in het vroege postpartum oplossen met behoud van borstvoeding Gonneke van Veldhuizen-Staas, IBCLC (c) 2015

In de begeleiding bij borstvoeding met problemen probeert Eurolac  Lactatiekunde met zo min mogelijk techniek tot de beste oplossing te komen. Hulpmiddelen kunnen zo ingewikkeld zijn, dat het ermee leren omgaan soms meer tijd en energie kost dan het leren borstvoeden.

Simpele hulpmiddelen

Een heel simpel hulpmiddel is een wiegenkaartje waarop geen reclame van een kunstvoedingfabrikant staat, maar een tekst die moeder en verpleging eraan herinnert dat problemen kunnen worden opgelost zonder de borstvoeding daarvoor op te geven, bijvoorbeeld:  ”Ik krijg uitsluitend borstvoeding en ik zuig niet op spenen. Als de dokter vindt dat ik toch iets anders nodig heb dan mama’s melk, dan moet dat eerst met mama worden overlegd. Mama wil graag een lactatiekundige raadplegen als er problemen zijn met mijn voeding.” Het drinken aan de borst is een aangeboren vermogen van elk kind (hoewel het voor moeders een geleerde vaardigheid op basis van een aangeboren vermogen is) en de instincten en reflexen die daarvoor nodig zijn, zijn sterk ontwikkeld. De meeste kinderen hebben niet eens hulp nodig als ze op een goede manier bij de borst in de buurt worden gelegd (en ook de meeste uren van het etmaal dicht bij die borst in de buurt zijn!). Maar soms zijn de omstandigheden van de geboorte zo geweest dat extra hulp bij het aanhappen of het effectief drinken nodig is. De lactatiekundige is de zorgverlener bij uitstek om moeder en kind hierbij te helpen en doorgaans slaagt zij daarin zonder gebruik te maken van kunstvoeding of spenen.

Aangeboren vaardigheden

Kinderen die na de geboorte direct bloot bij hun moeder op de blote buik en borst worden gelegd kunnen optimaal gebruik maken van al hun meegeleverde gereedschappen: ze kunnen hun reflexen gebruiken om zich voort te bewegen naar hun doel, om het doel te vinden en aan te happen. Mission accomplished! Deze eerste ‘selluf doen’ ervaring heeft een sterk inprentend effect en zorgt voor een goede start met borstvoeding. Deze houding (Biological Nurturing, ook ‘instinctief voeden’ genoemd) blijft in de eerste dagen en weken zijn werk doen. Het is de beste houding om neurologisch goed te functioneren, het houdt het kind stabiel qua houding, maar ook wat betreft medische parameters (hartritme, ademhaling, temperatuur, etc.). Dat voorkomt energieverlies en daarmee lage bloedsuikers en onnodig gewichtsverlies en geel zien. Daarnaast is de melk van moeders die veel huidcontact toepassen met hun kind van een hogere calorische waarde.

Met een beetje hulp

Sommige kinderen worden te vroeg geboren, zijn erg klein of hebben aangeboren ziekten of afwijkingen, of hebben een geboorte ervaring waardoor de start niet zo vanzelfsprekend gaat. Deze kindjes hebben wat extra hulp nodig. Er zijn gelukkig vrijwel geen condities die het onmogelijk maken dat een kind in direct huidcontact bij zijn moeder is: een kind moet niet stabiel zijn om te ”mogen” kangoeroeën, het wordt stabiel door te kangoeroeën. Maar kindjes die te vroeg, te zwak of te ziek worden geboren zijn vaak (nog) niet in staat zelf voldoende melkproductie te generen bij hun moeder, ze kunnen niet aan de borst blijven, kunnen nog geen goede techniek toepassen of zijn te zwak. Deze kindjes kunnen evengoed bij de borst gelegd worden, ze kunnen ook aan de borst snuffelen, likken of zelfs zuigen, maar zij zullen hun voeding op een andere manier moeten krijgen.

colostrumlepel

De simpelste manier in de eerste paar dagen is om met de hand een beetje colostrum uit te drukken en dit aan het kindje te geven met een lepeltje, een druppelaar of een spuitje of via de sonde. Die eerste druppels colostrum kunnen ook, bij kinderen die helemaal nog geen voeding via de mond mogen krijgen, of die alleen per sonde kunnen worden gevoed, gebruikt worden om de lippen en de mond te verzorgen.

met sonde

Bijvoeden aan de borst

Als de hoeveelheid melk meer wordt kan nog steeds met de hand worden afgekolfd of er kan worden overgegaan op een kolf. De meest effectieve en efficiënte manier om deze melk aan het kind te geven is door bijvoeden aan de borst: het kost het minste tijd, er is geen verlies en het kind hoeft geen andere techniek aan te leren. Daarbij zorgt het drinken aan de borst ervoor dat de melkproductie goed blijft. Als moeder niet in de buurt is om te voeden kan de afgekolfde melk worden gegeven per sonde, cupje of vingervoeden. Zowel cupvoeden als vingervoeden zijn technieken die heel precies moeten worden toegepast en worden aangeleerd door een ervaren lactatiekundige.

Literatuur Andersson, G., Moore, E., Hepworth, J., & Bergman, N. (2003). Early skin-to-skin contact for mothers and their healthy newborn infants. Cochrane Database Syst Rev , (2):CD003519. Colson, S., Meek, J., & Hawdon, J. (2008). Optimal Positions triggering primitive neonatal reflexes stimulating breastfeeding. Early Human Development , 441-49. Nagorski Johnson, A. (2007). Skin-to-skin holding effects on caloric composition of breastmilk. The 18th International Nursing Research Congress Focusing on Evidence-Based Practice. Volk, A. (2009). Human breastfeeding is not automatic: Why that’s so and what it means forhumane evolution. Journal of Social, Evolutionary, and Cultural Psychology , 3(4), 305-314 Klik op de tags hieronder om meer over deze onderwerpen te lezen