Berichten

Statistisch gezien

Veronderstelling

Groeistimulans

Op het tweede gezicht

Pasgeboren groei en voeding

Of: Hoe vaak en hoe veel voeding heeft een baby in zijn eerste dagen nodig. Gonneke van Veldhuizen – Staas, IBCLC. (c) 2010, 2015

Het terugkomen op het geboortegewicht van pasgeborenen is niet alleen een kwestie van het soort voeding, maar vooral van hoe het kind wordt gevoed. Een pasgeborene die op fysiologische manier borstvoeding krijgt, zal slechts weinig gewicht verliezen en dus eerder weer op zijn of haar geboortegewicht terug zijn (zie titelfoto: de groei in de eerste tien dagen). Enig gewichtsverlies is niet altijd te vermijden, omdat hierbij ook de grote vochtreserves een rol spelen. Een pasgeboren kind heeft deze vochtreserves nodig, omdat de van nature als eerste voeding bestemde vloeistof, colostrum, zeer geconcentreerd is. Er lijken aanwijzingen te zijn dat kinderen na een gemedicaliseerde baring, met name waarbij de barende vrouw een infuus of een epidurale verdoving heeft, grotere vochtophopingen hebben en dus een groter postnataal gewichtsverlies. Dit is onafhankelijk van de soort of methode van voeden. Deze kinderen zullen in de eerste 24-36 uur vaker en meer plassen dan verwacht.

maaginhoudTerugkomend op wat ik eerder noemde: de fysiologische manier van borstvoeding geven. Borstvoeding is een wezenlijk ander iets dan kunstvoeding (de inhoud) of flesvoeding (de manier van toedienen). Afgaande op de specificaties van menselijke melk in vergelijking met die van andere zoogdieren in combinatie met het specifieke gedrag van pasgeborenen kan men stellen dat het voor een mensenbaby fysiologisch is om vanaf direct na de geboorte zeer frequent aan de borst te drinken. De fysiologische maaginhoud van de pasgeborene[1] (dat wil zeggen de maaginhoud zonder deze op te rekken of te forceren) is slechts 7 ml, hetgeen overeenkomt met de hoeveelheid colostrum die de moeder de eerste dag per voeding levert. Op dag 2 is deze fysiologische inhoud ongeveer 13 ml en op dag 3 ongeveer 27 ml. Ook dit komt ongeveer overeen met de licht stijgende hoeveelheid geproduceerde voeding per keer. De anatomische maaginhoud (dat wil zeggen de hoeveelheid die erin past als de maag zich niet onaangenaam rekt) is 30 tot 35 ml oplopend naar 45 ml op de leeftijd van één week en 75 ml bij twee weken. Ter vergelijking: een pasgeboren baby die kunstvoeding krijgt, krijgt dagelijks 10 ml meer in zijn fles, tot er op de achtste dag ongeveer 80 ml inzit.

Afgaande op het gegeven dat de gemiddelde hoeveelheid colostrum per voeding en de fysiologische maaginhoud van de pasgeborene in de eerste drie levensdagen ongeveer gelijk zijn, kan men aannemen dat dit de hoeveelheid is die de pasgeborenen per voeding nodig heeft. Het is dan ook duidelijk, dat die kleine hoeveelheid vaak moet worden herhaald om het totaal aan benodigde voedingswaarde en energie per dag te halen. Deze behoefte aan veelvuldig voeden met kleine beetjes wordt bevestigd door vergelijkende studies met andere zoogdieren. De samenstelling van menselijke melk is gelijkaardig aan die van diersoorten waarbij het jong onbeperkt toegang heeft. Het veelvuldig voeden zorgt er ook voor dat de moeder de baby veel in handen heeft. Dit komt een goede primaire binding tussen moeder en kind ten goede. Deze sterke eerste binding is de basis voor een gezonde psychologische en emotionele ontwikkeling van het kind.

Tot slot de samenhang met groei en ontwikkeling. Snelle groei is niet altijd een gezond teken (vergelijk bijvoorbeeld het vetmesten van ganzen om tot een ziekelijk vergrote lever te komen voor de ganzenleverpaté). Het is dus niet geheel juist om voedingseffectiviteit, grotere groei en betere gezondheid gelijk te stellen. Een zuigeling die op fysiologische wijze met borstvoeding wordt gevoed, zal op een fysiologisch juiste manier groeien. Borstvoeding is de natuurlijke norm, kunstvoeding de daarvan afgeleide vervanging. Het is dus niet zozeer de vraag waarmee de zuigeling het snelst weer terug op zijn geboortegewicht is, maar of de vervanging van de norm goed genoeg is om aan de fysiologische normen te voldoen.

Colostrum is, hoewel het maar in beperkte mate beschikbaar is, van wezenlijk belang voor een goede start in de groei van de pasgeborene. Het bevat hoge concentraties eiwitten en suikers. Naast deze hoge voedingswaarde, die zorgt voor een snelle aanvankelijke groei, bevat colostrum ook zeer veel beschermende stoffen tegen ziekten die de moeder heeft doorgemaakt (de specifieke immuniteit) en algemene ziektewerende stoffen (de a-specifieke bescherming). Daarnaast bevat colostrum weinig onverteerbare bestanddelen, aangezien het nog immature spijsvertering van de pasgeborene dit nog niet kan verwerken, en is het een lichaamseigen stof. Dit houdt in, dat het lichaam van de baby de stof als die van zichzelf herkent en er geen afweer op afstuurt. Dit alles houdt in dat colostrum (en later ook de mature melk) zeer licht verteerbaar is en een hoge voedselopname geeft. Kunstvoeding is lichaamsvreemd, bevat niet-verteerbare bestanddelen en is niet volledig opneembaar. Het lichaam van de pasgeborene heeft dus meer energie nodig voor de verwerking met een minder grote voedselopname. In die zin (en ook in andere opzichten) is kunstvoeding dus zeker minder effectief en dus minder geschikt als zuigelingenvoeding dan borstvoeding.

[1] Scammon RE, Doyle LO. Observations on the capacity of the stomach in the first ten days of postnatal life. Am J Dis Child 1920; 20:516-538. Deze referentie is weliswaar oud, maar nog nooit tegengesproken door nieuwer onderzoek.

Dip