Berichten

Tepels M/V/X

Gewone mensen

Hexakosioihexekontahexafobie

De duur van de borstvoeding periode 

De duur van de borstvoeding periode in medisch/fysiologisch, cultureel- en historisch-antropologisch en biologisch perspectief. C.G.A. van Veldhuizen-Staas, lactatiekundige NLG © 2001, 2006, 2015

De vraag hoe lang een kind borstvoeding zou moeten krijgen, leidt tot veel discussie. Veelal wordt het als normaal gezien als een kind een paar maanden borstvoeding krijgt, waarna wordt begonnen met bijvoeding. Door enkelen wordt er van uitgegaan dat de waarde van moedermelk en het drinken aan de borst na een half jaar sterk vermindert. Anderen ijveren voor een jarenlange borstvoeding periode. Vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines kan men deze vraag pogen te beantwoorden. Vanuit al deze disciplines komt als antwoord dat borstvoeding geven in elk geval langer moet doorgaan dan enkele maanden.

Zwangerschapsduur

Een mensenkind wordt, ook als hij na een voldragen zwangerschap wordt geboren, prematuur geboren in vergelijking met andere primaten. Alleen buideldieren zijn nog minder ver ontwikkeld en verblijven na de geboorte nog heel lang in de buidel, die fungeert als een soort buiten-lichamelijke baarmoeder. Een mensenbaby is weliswaar niet blind en doof bij de geboorte, maar wel volslagen hulpeloos: hij kan niet zelf naar zijn eten toe en is voor alles afhankelijk van zijn moeder en wel voor zeer lange tijd. In vergelijking met de ontwikkeling van hogere zoogdieren, zou een mensenkind nog ongeveer zes tot negen maanden langer in de baarmoeder moeten blijven. Maar dit is onmogelijk, omdat het kind dan vanwege zijn schedel omvang, die nu al vaak voor problemen zorgt, niet meer geboren kan worden. Voor een gezonde ontwikkeling tot mens is het daarnaast nodig dat een mensenkind al in een zo vroeg mogelijk stadium mensen om zich heen heeft. Vergelijkingen tussen de zwangerschapsduur en de duur van de borstvoeding periode bij zoogdieren tonen aan dat die bij veel grotere zoogdieren beide ongeveer even lang zijn. Voor een mensenkind zou dit leiden tot de volgende rekensom: zwangerschapsduur 9 maanden + 6 à 9 maanden = 15 à 18 maanden. Dus duur borstvoeding periode: 15 à 18 maanden gerekend vanaf de verlengde zwangerschapsduur, dus 6 à 9 maanden + 15 à 18 maanden = 21 à 27 maanden. Dit komt overeen met de aanbeveling van de WHO om kinderen borstvoeding, aangevuld met geschikte andere voeding, te geven tot de tweede verjaardag (“21 maanden”) of daar voorbij (“27 maanden”).

Primaten en hogere zoogdieren

Vergelijkingen met primaten en andere hogere zoogdieren wijzen op een lactatie duur van meerdere jaren, vijf tot zeven jaar. Daarbij worden factoren meegerekend als leeftijd bij verdubbeling en verdriedubbeling van het geboortegewicht, de tanden wisseling en andere ontwikkelingsfactoren.

Bij veel zoogdieren is er een verband aantoonbaar tussen de ontwikkeling van het gebit en de duur van de zoogperiode. De meeste dieren krijgen uitsluitend of vrijwel uitsluitende moedermelk tot de gemiddelde leeftijd van het begin van het doorkomen van het melkgebit (bij mensen is dit in de loop van de tweede helft van het eerste levensjaar). Dan volgt een periode van zogen en ander voedsel naast elkaar, waarbij de verhouding  tussen melk en ander voedsel geleidelijk aan verandert van voornamelijk melk naar voornamelijk ander voedsel. Tegen de leeftijd waarop gemiddeld de eerste melktand uitvalt (bij mensen rond zes jaar) krijgen de meeste zoogdierjongen geen melk meer.

De ontwikkeling van het afweersysteem van de mens heeft ongeveer vijf jaar nodig om volledig zelfstandig te kunnen functioneren. Ondersteuning door de bescherming die moedermelk biedt is tot die tijd een pluspunt.

Samenstelling van de melk

samenstellingMMzorgDe samenstelling van melk is een aanwijzing voor de manier waarop het kind of het jong wordt gevoed. Dieren die een bijzonder rijke of ‘zware’ melk hebben, dat wil zeggen met relatief weinig water en met veel eiwitten en/of veel vetten, zogen hun jong relatief weinig frequent, tot soms maar een of twee keer per etmaal (haas) of minder (zeezoogdieren). Dieren met een relatief ‘dunne’ melk, dat wil zeggen met veel water, weinig eiwitten en vetten en eventueel veel suikers, zogen hun jong meerdere keren per etmaal tot bijna continue. Menselijke melk behoort tot de dunste en zoetste melksoorten. Hieruit volgt dat een mensenkind vrijwel continue toegang tot de borst moet hebben. Dat wil zeggen, dat het kind gedurende het gehele etmaal, ook ’s nachts, regelmatig gevoed wordt en daarom dicht bij de moeder in de buurt moet blijven.

De gedurende de borstvoeding periode veranderende samenstelling van de melk, bijvoorbeeld een rijkere (vettere) melk in de periode van overgaan naar meer vast voedsel, of een toename van de beschermende stoffen in periodes dat het kind zich meer van de moeder verwijdert, wijst erop dat de melkproductie is ingesteld op voortgezette borstvoeding na de eerste maanden.

Antropologie

Cultureel- en historisch-antropologische observaties tonen aan, dat het alleen in onze tijd en onze maatschappij (20-21e eeuwse westerse of geïndustrialiseerde wereld) de gewoonte is om kinderen geen borstvoeding te geven of maar gedurende een beperkte tijd. Door de eeuwen heen en wereldwijd gezien is de gemiddelde duur van de borstvoeding periode ongeveer twee tot vier jaar, met uitschieters tot zes à zeven jaar. In veel culturen bestaan gebruiken of religieuze adviezen die spreken over een minimale duur van twee jaar.

Vrouwen die op de onder ”Samenstelling van de melk” beschreven manier borstvoeding geven (kind altijd in de buurt, voeden op verzoek, voortgezette nachtvoedingen en ongeveer zes maanden exclusief borstvoeding) blijken te neigen naar een langere onvruchtbare periode, dan vrouwen die niet of op een andere manier borstvoeding geven. (Het sterkst blijkt dit bij vrouwen die een niet te eiwitrijk menu hebben; rijke voeding bevordert de terugkeer van de vruchtbaarheid.) Het is daarbij normaal dat de eerste menstruatie na de geboorte pas na 12 à 18 maanden of later optreedt. Een volgend kind zal dan op zijn vroegst 21 à 27 maanden na de vorige geboren worden wanneer verder niet aan geboorte regeling wordt gedaan.

Samenvatting

Op basis van al die verschillende berekeningen en vergelijkingen lijkt het erop dat de WHO aanbeveling (”Elk kind heeft recht op uitsluitend borstvoeding in de eerste zes levensmaanden, gevolgd door borstvoeding naast geschikte andere voeding tot zijn tweede verjaardag of daar voorbij.”) aan de minimale duur van het spectrum valt. Een bovengrens zou te vinden zijn tussen vijf en zeven jaar, hoewel een individuele langere duur ook in de dierenwereld niet geheel ongebruikelijk is.