Rijk en arm; hoog en laag. Status en zuigelingenvoeding hebben meer met elkaar te maken dan je zou denken. Een halve eeuw geleden gaven juist hoogopgeleide vrouwen de fles, nu geven juist zij de borst.

Rijk en arm; hoog en laag

Rijk en arm; hoog en laag

De keuze van zuigelingenvoeding heeft grote invloed op de gezondheid en ontwikkeling van kinderen. Meestal wordt dat geformuleerd in termen die borstvoeding als een bonus zien, als een voordeel bovenop een normaal. Ik had het daar al eerder over. Uiteraard is dit een omgekeerde voorstelling van zaken. Borstvoeden is de norm voor voeden en zorgen, dat wat de natuur (of wie/wat je daarvoor ook krediet wil geven) voor de vrouwelijke en de allerjongste exemplaren van onze soort. Biologie 101. Borstvoeding maakt niet gezonder, beter of slimmer. Borstvoeding legt de basis voor het bereiken van het volle potentieel. Geen-borstvoeding beperkt een kind (en de moeder) in het bereiken van dat potentieel door het ontbreken van bouw- en beschermende stoffen en door het toevoegen van risicofactoren voor malfunctie. Dit geldt zowel voor het voedsel als voor de manier van toedienen. Maar goed, daar wilde ik het nu niet nog eens over hebben. Ik wil het eens hebben over welke vrouwen wel of niet voor borstvoeding kiezen en waarom.

Ik kwam op dit idee omdat tegenstanders van borstvoeding zo vaak roepen dat de cijfers over verschil in bereikte of bereikbare intelligentie gewoon niet kloppen omdat hoog opgeleide (en dus intelligente?) vrouwen kiezen voor borstvoeding. Het zou daarom meer hun eigen aangeboren intelligentie zijn die hun kinderen erven, en mogelijk de intelligentere manier van verzorgen en opvoeden, die verantwoordelijk zijn voor het hogere IQ van hun kinderen en niet het borstvoeden. Dit is welbeschouwd een grappige redenering, omdat door de eeuwen heen het altijd, tot voor enkele decennia, de minder hoog en laag opgeleide vrouwen waren, de vrouwen uit de arbeiders- en boerenklassen, die borstvoeding gaven. Toen de Babyboomers generatie kinderen kreeg waren het de academica die pertinent geen borstvoeding gaven, want dit was een uitermate onwetenschappelijke manier van voeden en zorgen voor kinderen.

De lager opgeleide en minder welgestelde moeders volgden al snel, want kunstvoeding werd een soort statussymbool, dat was wat de gegoede moeders deden.

De eerste onderzoeken naar de gevolgen van zuigelingenvoeding op later IQ begonnen ook rond deze tijd en de resultaten van die vroege onderzoeken kon dus met geen mogelijkheid worden teruggeredeneerd naar het IQ van de moeders. Uit die vroege onderzoeken kwam duidelijk al tussen vijf en tien IQ punten verschil tussen kinderen die borstvoeding/moedermelk kregen of niet. In het nadeel van de laatsten. Dit verschil is overigens in dezelfde orde van grootte als IQ verlies door harddrugsgebruik in de zwangerschap. Just sayin’.

Op dit moment krijgen meer kinderen in landen met hoge inkomens exclusief borstvoeding dan in landen met midden en lage inkomens. Aan de andere kant krijgen kinderen in die laatste landen langer borstvoeding (al dan niet naast andere voeding) dan in de eerste groep landen. Verschillende studies laten zien dat in westerse geïndustrialiseerde landen vooral vrouwen met een hoge opleiding meer en langer borstvoeding geven dan laagopgeleide vrouwen, terwijl in niet geïndustrialiseerde landen juist laagopgeleide vrouwen meer en langer borstvoeding geven. In Nederland is er een al jaren durende tendens dat hoger opgeleide moeders vaker kiezen voor borstvoeding en er langer mee door gaan dan lager opgeleide moeders. Maar bij moeders met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is dit precies omgekeerd.

In vroeger tijden (en dat was niet in een heel grijs verleden, maar enkele honderden jaren geleden nog) waren niet opleidingsniveau en rijkdom factoren bij het kiezen voor zuigelingenvoeding, maar status. Hoe hoger de maatschappelijke status, hoe minder geneigd vrouwen waren om zelf hun kind aan de borst te nemen. Door het nog niet bestaan van niet-dodelijke alternatieven, werden hun kinderen daarom gezoogd door ander vrouwen, vrouwen met een lagere status. Dat konden boerenvrouwen zijn, lage arbeidersvrouwen of slavinnen (zie titelfoto).

Op de beide foto’s ziet u ondergetekende, een late Babyboomer, maar jongste en eigenwijze zus die niet het pad van haar academisch gevormde zus ging volgen, no way. I did it my way!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Eurolac Lactatiekunde werkt samen met