Uitgangspunt Eurolac, praktijk voor lactatiekunde

GONNEKE VAN VELDHUIZEN-STAAS, IBCLC

(c) 2016

UITGANGSPUNTEN:

  • Borstvoeding beïnvloedt en wordt beïnvloed door de fysieke, emotionele en sociale gezondheid van de voedende moeder en haar kind
  •  Borstvoeding werkt het beste als de natuur de kans krijgt haar gang te gaan
  • Borstvoeding kan op enkele uitzonderingen na zonder interventie en hulpmiddelen verlopen

DE GEHELE MENS

Borstvoeding is een basaal levensproces voor de moeder en het kind dat zij voedt. Het is het logische en verwachtte vervolg op het proces van vruchtbaarheid, bevruchting, zwangerschap en baring. De voedende moeder voedt, koestert en beschermt haar kind; ze zorgt voor de voorwaarden voor het voortzetten van de ontwikkeling die het kind al voor zijn geboorte begon en die zal doorgaan tot lang na de laatste keer dat het aan de borst zal drinken.

Borstvoeding heeft invloed op de manier waarop het kind groeit, de manier waarop zijn afweer tegen ziekte zich ontwikkelt en op de manier waarop zijn psychische welzijn en zijn intellectuele vermogens zich ontwikkelen. Borstvoeding beïnvloedt bij de voedende vrouw de werking van haar hormonen en daarmee haar algehele gezondheid. Het geven van borstvoeding heeft ook invloed op de emotionele ontwikkeling van een vrouw en draagt bij aan haar persoonlijke ontwikkeling.

De lichamelijke, psychische, emotionele en sociale gezondheid van moeder en kind hebben invloed op het verloop van het borstvoeding proces, het beginnen met borstvoeding en de duur van de borstvoeding periode. Deze invloed kan zowel positief als negatief zijn.

Een holistisch werkende lactatiekundige kijkt bij de begeleiding van een borstvoedingspaar daarom niet alleen naar het afgebakende probleem, maar naar de gehele situatie van moeder en kind en geeft een specifiek borstvoeding probleem daarbinnen een plaats. Een holistisch werkende lactatiekundige ziet dus de hulpvraag van een moeder altijd in een zo breed mogelijk perspectief.

DE NATUUR HAAR GANG LATEN GAAN

In de menselijke blauwdruk is een groot hoofdstuk gewijd aan de periode direct na de geboorte. Er is voorzien in ontwerpen die garanderen dat het pasgeboren kind gevoed, beschermd en gekoesterd wordt. Onze recht en hoog opgerichte gang en de werking van onze geest zijn de belangrijkste factoren die ons van dieren onderscheiden en ons als soort uniek maken. De eerste periode na de geboorte is van essentieel belang om deze specifieke menselijke kenmerken zich ten volle te laten ontplooien. In deze periode heeft de zuigeling behoefte aan voeding voor een optimale groei en ontwikkeling van zijn lichaam en zijn geest, aan beschutting tegen fysieke gevaren en aan menselijke nabijheid om waarachtig mens te kunnen worden.

De wijsheid van de natuur heeft al deze taken in de handen gelegd van diegene die deze verantwoordelijkheden ook al voor de geboorte van het kind had: zijn moeder. Alle gereedschappen die zij daarvoor nodig heeft zijn afgesproken onderdeel van deze overeenkomst.

NATUURLIJKE GEREEDSCHAPPEN

Een moeder heeft zowel geestelijke als lichamelijke gereedschappen om goed voor een pasgeborene te kunnen zorgen. De borsten bestaan voor een groot deel uit klierweefsel, dat zich tijdens de zwangerschap onder invloed van hormonen heeft voorbereid op het produceren van melk. Na de geboorte is er een omslag van hormonen, die er voor zorgt dat er effectief melk wordt gemaakt en uitgescheiden. Die hormonen zorgen er ook voor dat de geest van de moeder graag voor het kind wil zorgen, dat zij haar aandacht daarop wil richten met uitsluiting van mogelijk verstorende omgevingsfactoren. Echter haar opmerkzaamheid voor potentiële gevaren voor haar kind wordt erdoor versterkt.

Ook het kind komt voorzien van gereedschappen ter wereld. Die hebben bij hem vooral de vorm van sterke instincten en reflexen en een vertederend uiterlijk. De instincten van een pasgeborene zorgen ervoor dat hij de borst zoekt en daaraan gaat drinken. Een hele serie van reflexen leidt hem met vaste hand door het hele proces van de borst zoeken, aanhappen en drinken. De geestelijke instincten brengen een pasgeborene ertoe altijd de nabijheid van het beschermende en voedende moederlijf te zoeken of tenminste andere menselijke nabijheid. In menselijke nabijheid brengen imitatie-instincten hem ertoe zich daadwerkelijk als mens te gaan gedragen en zo mens te worden.

VERWACHTINGEN EN INSTELLINGEN

Een vrouw wordt moeder en een kind wordt geboren met bepaalde verwachtingen en instellingen. Voor het kind zijn die verwachtingen en instellingen aangeboren, voor de moeder zijn die daarnaast ook door haar leven in een bepaalde cultuur bepaald. De lichamelijke instellingen worden niet door culturele patronen veranderd, maar kunnen er wel door worden beïnvloed.

De baby wordt geboren met de absolute verwachting dat hij vrijwel voortdurend toegang zal hebben tot de melkgevende borst. Het lichaam van de moeder heeft die zelfde verwachting. De samenstelling van de melk is daarop ingesteld: veel water, voldoende vet en weinig, maar makkelijk verteerbare en goed opneembare eiwitten. De groei van het kind is zo ingesteld, dat zijn lichaam redelijk hard groeit, maar de grootste ontwikkeling maken zijn hersenen door.

De samenstelling van de moedermelk is daarop afgestemd: speciale componenten, zoals taurine en cholesterol, zorgen voor een optimale hersenontwikkeling en de grote hoeveelheid suiker (lactose) levert energie voor de snelle groei van de hersenen. De verwachting van de baby om zeer frequent van de moedermelk te drinken garandeert een ononderbroken toevoer van brandstof. De melkaanmaak van de moeder is ingesteld op deze verwachtingen van de baby. De melkproductie en de samenstelling van de melk zijn optimaal bij veelvuldige afname met korte tussenpozen.

De voortdurende nabijheid van moeder en kind die onvermijdelijk samengaat met een patroon van zeer frequent drinken aan de borst zorgt voor de geestelijke voeding van moeder en kind. De moeder groeit erdoor in haar moederschap, leert haar kind kennen en begrijpen en legt een stevige basis voor een stevige en veilige hechting met haar kind. Het kind leert erdoor dat de wereld een goede plaats is om te zijn en dat zijn moeder onvoorwaardelijk van hem houdt en er voor hem is, altijd en zo vaak als hij haar nodig heeft. Dit legt voor hem een stevige basis voor een stevige en veilige hechting. Hierop kan hij latere relaties baseren. En hij kan in een volgende fase veilig de rest van de wereld gaan verkennen en zich ontwikkelen tot een zelfstandig denkend en zelfverantwoordelijk mens.

DE NATUUR IN DE PRAKTIJK

De geboorte van een kind is voornamelijk een hormonaal gestuurd automatisch proces. Het kind werkt actief mee aan zijn eigen geboorte. Medicatie kan het eigen werk van het kind verstoren, waardoor de baring moeizamer verloopt en hulp van buitenaf nodig is. Na de geboorte zal het kind, op de buik van de moeder gelegd, na even bijkomen, zijn weg naar de borst gaan zoeken. De geur en smaak van het vruchtwater aan zijn handjes wijst hem de weg. Door steeds zijn handjes bij zijn gezichtje te brengen, in zijn mondje te nemen en die sensatie te vergelijken met de geuren om hem heen, vindt hij zijn weg naar de borst.

De borst en vooral de uitscheiding uit de tepel heeft een vergelijkbare geur en smaak. Door met zijn lijfje te draaien en zich met zijn voetjes af te zetten zal het kind zichzelf voortbewegen tot hij bij de borst is. Heen en weer gaand tussen handjes en tepel vindt hij de plaats van bestemming en zal hij, na wat snuffelen en likken, de borst in de mond nemen en gaan drinken. Dit is een sterk inprentende ervaring, die van grote invloed is op zijn latere techniek van het aan de borst drinken.