Olifantenwetenschap

Een collega maakte op Twitter een opmerking over een onderzoeksverslag in een tijdschrift voor perinatale zorgverleners: ”En weer lees ik niets over de invloed van wel/geen borstvoeding na de premature geboorte”. Iemand antwoordde daarop dat het onderzoek daar toch helemaal niet over ging en dat het over voorspellen ging en niet ”over oplossingen als borstvoeding”. De topic opener legde uit dat je bij onderzoeken naar het huidige en toekomstig verwachte gewichtsverloop bij pasgeboren kinderen nooit de soort zuigelingenvoeding onbesproken kunt laten, want: ”Borstvoeding is cruciaal! Het punt is: borstvoeding is meestal geen oplossing, maar preventie van een probleem dat vervolgens een oplossing vereist! Wordt het dysmature kind dat borstvoeding krijgt net zo obees als het dysmature kind dat kunstvoeding krijgt? Dat wil ik weten”. Waarop ik me ertegenaan ging bemoeien met: ”De ellende met heel veel onderzoek is dat het op zichzelf staande grootheden blijven en er geen verbanden  worden gelegd met eerdere onderzoeken, bijvoorbeeld die over inhaalgroei van prematuren en van ondervoede hongerwinterbaby’s”. De huidige medische wetenschap deelt alles op in aparte delen, die geen relatie lijken te hebben met andere delen. Er wordt naar mijn smaak gedaan aan oversimplificatie door het afbakenen van steeds kleinere delen.

1060220401001Ik noem dit olifantenwetenschap. In een Indiase parabel wordt een olifant bestudeerd door zes blinde mannen die elk een deel van de olifant voor hun rekening nemen: de slurf, de slagtanden, de oren, de poten, de buik en de staart. Zij komen elk tot verschillende conclusies over wat een olifant nu eigenlijk is. Behalve dat zij elk een gespecialiseerd deel van de olifant bestuderen, is een deel van de informatie niet voor hen beschikbaar, omdat zij blind zijn. Zij bestuderen dus elk een deel van het geheel en gebruiken niet alle beschikbare informatie. Men kan dan ook concluderen dat wetenschap niet erg ver van theologie af ligt in het aspect van waarheid en perceptie en perspectief:

And so these men of Hindustan
Disputed loud and long,
Each in his own opinion
Exceeding stiff and strong,
Though each was partly in the right
And all were in the wrong.

en de moraal van het verhaal:

So oft in theologic wars,
The disputants, I ween,
Rail on in utter ignorance
Of what each other mean,
And prate about an Elephant
Not one of them has seen!

Enfin, terug naar onderzoeken over zuigelingen en hun voeding. Het punt dat werd gemaakt door de topic opener aan het begin van dit verhaal ”En weer lees ik niets over de invloed van wel/geen borstvoeding na de premature geboorte” is een voorbeeld van dit compartimentaliserende denken in onderzoek. Je kunt de groei van kinderen niet los zien van hun voeding en verzorging in de eerste periode na de geboorte, net zomin als je die los kunt zien van de zorg en voeding voor de geboorte. Blijvend bij het voorbeeld van het dysmature kind kun je je om te beginnen afvragen waarom dit kind dysmatuur is (en al voor dat: wat is de definitie van dysmaturiteit; op welke gegevens baseer je een dergelijke diagnose en op welke perceptie van de werkelijkheid is die definiëring gebaseerd?). Wat heeft gemaakt dat dit kind minder weegt dan wat je op basis van zijn verblijfsduur in de baarmoeder mag verwachten? Ligt die oorzaak in het kind zelf, bijvoorbeeld in de vorm van een aangeboren ziekte of aandoening? Of ligt het bij het gedrag of de voeding van de moeder of de kwaliteit van de placenta? Of bij nog andere factoren, bijvoorbeeld stress bij de moeder, invloeden van buitenaf zoals gifstoffen in voeding, gebruiksvoorwerpen en leefomgeving? Met andere woorden wat is de volledige olifant van het te klein geboren kind?

En als dat kind dan geboren is, wat is dan de invloed van zorg- en zooggedrag? Of van omgevingsfactoren die er ook na de zwangerschap nog zijn? Pas als de hele olifant wordt gezien, gevoeld, gehoord en bestudeerd in al zijn delen en in het geheel kun je iets zinnigs zeggen. In de praktijk betekent dat dat onderzoekers ook eerdere olifantonderzoeken erbij moeten betrekken. Welke onderdelen en aspecten zijn al eens onderzocht, wat weten we op dat vlak al? We moeten daarbij ook andere disciplines betrekken, zoals biologie als geheel en van zoogdieren, met name primaten, in het bijzonder. Maar ook antropologie, mogelijk prehistorische antropologie en cultuur-vergelijkende antropologie. In plaats van elk te denken de waarheid in pacht te hebben over een olifant die ze geen van alle werkelijk zagen, zouden wetenschappers dus beter hun aantekening naast elkaar kunnen leggen en iemand erbij halen die wel een overzicht kan hebben van de hele olifant. Want elk van hen heeft een beetje gelijk, maar allemaal hebben ze het fout wanneer ze elk aan hun eigen stukje halve informatie vasthouden en ze ”Rail on in utter ignorance | Of what each other mean, | And prate about an Elephant | Not one of them has seen!” De olifant die niet werd en wordt gezien is hier het kind waarover het allemaal te doen is.

Lees ook: Olifantenpaadje

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.