Normvoeding

Het goedemorgen bericht van de Facebook pagina van Eurolac Lactatiekunde luidde vanochtend als volgt:

Goedemorgen lezers. Ik begin vandaag met een rant:
Wanneer zullen we de dag mogen beleven dat zorgverleners en zorginstellingen die zo de mond vol hebben over wetenschappelijk gebaseerde zorg (evidence based care) ook in hun uitingen over onderzoeksresultaten wetenschappelijk te werk gaan? Goede wetenschap gaat uit van een norm, een normwaarde of een nulwaarde en zet daar de interventie of het alternatief tegen af: is het beter, veiliger, .. dan de norm? Dus: gewoon ademhalen is de norm; is ademen met behulp van een zuurstofmasker effectiever en veiliger voor verder a-symptomatische mensen? Nee dus. Laten we hetzelfde doen als we het hebben over de normvoeding voor zuigelingen. Die normvoeding is borstvoeding. Borstvoeding verlaagt geen risico’s. Maar die interventies (voeden met een fles of met soort-vreemde melk) zijn die effectief en veilig? Nee dus. Geen borstvoeding krijgen en geen borstvoeding geven verhogen de risico’s van van alles en nog wat voor kind en moeder.
Zal ik er maar eens een blogje aan gaan wijden? Nog eens ….

Mamabeer: PPD? Nooit van gehoor!

Mamabeer: PPD? Nooit van gehoor!

Bij deze dus. Aanleiding was de berichtgeving over de correlatie tussen zuigelingenvoeding en postnatale depressie (PPD). Instellingen en personen juichen via allerlei kanalen om het hardst: Borstvoeding vermindert het PPD risico met de helft. Zelfs Foodlog kopte: Borstvoeden reduceert risico op postnatale depressie. Mijn reactie daar is eigenlijk wat ik hier als blog wilde schrijven:

Als we dit onderzoek vanuit zuivere wetenschap bekijken, moeten we het alternatief of de interventie afzetten tegen de norm. De biologische norm is borstvoeding, zowel voor het kind als voor de vrouw. Vanuit deze hypothese uitgaand verdubbeld het niet geven van borstvoeding de kans dat de vrouw na de baring depressief wordt.
De begeleiding bij borstvoeding is belabberd, over het algemeen. Dat heeft een aantal oorzaken. In de opleiding van zorgverleners, die zich bezig houden met de zorg voor moeder en kind tussen conceptie en bijvoorbeeld het begin van de schoolcarrière van het kind, leren nagenoeg niets over borstvoeding. Men predikt ”ik ben helemaal voor borstvoeding”, maar heeft werkelijk nauwelijks enig idee hoe kinderen werken, laat staan hoe hun biologische normvoeding werkt. Hoe het vrouwenlichaam werkt is sinds de ideeën over hysterie die zetelt in een gefrustreerde baarmoeder nog niet erg verbeterd. O, men weet van alles over pathologie en cosmetiek, maar hoe de normale lacterende borst werkt vertoeft voor medici, verlos- en verpleegkundigen nog grotendeels in het duister.Een tweede factor is dat hoewel men de passie preekt, de inzet en attitude voor een flink deel worden bepaald door invloeden van de fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding. Lees er mijn blogs over reclame (nieuwe blog) nog maar eens op na.
En dus beginnen tegen de 80 van de pas bevallen moeders met borstvoeding (terwijl een groter aantal dat voor de bevalling van plan was), maar is de helft daarvan na een maand alweer afgehaakt. Omdat ”het niet lukte”. En waarom lukte het niet? Omdat zij niet de juiste informatie hadden, omdat zij uitgingen van zeer onrealistische verwachtingen en omdat hun zorgverleners geen flauw benul hebben hoe ze een vrouw moeten helpen de borstvoeding goed van start te krijgen.
Samenvattend: Een flink deel van alle gevallen van PPD is iatrogeen (=veroorzaakt door medisch handelen).

Mamvarken: Hoeveel mamavarkens zullen ooit hun vermogen hun jongen te voeden betwijfelen?

Mamvarken: Hoeveel mamavarkens zullen ooit hun vermogen hun jongen te voeden betwijfelen?

< p style=”text-align:justify;”>Tot zover Foodlog. Mijn rant ging over de onwetenschappelijkheid in de berichtgeving en zelfs in het taalgebruik van de onderzoekers zelf. Men doet alsof kunstmatige zuigelingenvoeding de norm is en kijkt of borstvoeding ten opzichte daarvan voor- dan wel nadelen heeft. Zolang zelfs wetenschappers zo blijven denken en publiceren en zolang anderen die vinden dat ze zeer wetenschappelijk gebaseerd werken dat taalgebruik en die instelling blijven gebruiken gaat het nooit wat worden met borstvoeding. En zullen kinderen onnodige risico’s blijven lopen en zullen moeders onnodig PPD ontwikkelen. En kom me nu niet aan met de dooddoener ”ja maar, sommige vrouwen kunnen helemaal geen borstvoeding geven” of ”maar borstvoeding geven is moeilijk en zwaar en niet iedere moeder kan dat”. Humbug en quatsch, mijn vrienden. Borstvoeding geven is net zo moeilijk en voor sommigen net zo onmogelijk als praten en lopen en in bomen klimmen. Toegegeven, het zijn allemaal dingen die je moet leren en oefenen, maar het overgrote deel van ieder mens is uiteindelijk in staat dergelijke dingen te doen, jarenlang, zonder problemen. En inderdaad: sommige mensen hebben variaties in hun aanleg die het voor hen onmogelijk maat die dingen te doen. Dat is erg jammer. Gelukkig hebben we voor hen meestal vervangende onderdelen of aangepaste technieken.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.