Meer is beter?! Hoe meer hoe beter is een relatieve stelling. Meer variatie in goede, herkenbare voeding is goed. Meer fabrieksmatig bewerkt voedsel niet

Meer is beter?!

Gezond verstand blogger Liesbeth Oerlemans schreef (in januari 2016) een verstandig stuk over onverstandig kindervoedingsaanbod: Foodblog van Liesbeth Oerlemans: alles over voeding: Hoe meer chips, hoe beter! deel 2

Het aanbod voedsel speciaal voor baby’s en jonge kinderen is overweldigend. en dan heb ik het niet over de melkpoeders, maar over de maaltijden, drankjes en snacks. Het begint met de potjes ondefinieerbare prut in groenachtige, geelachtige, oranjeachtige en bruinachtige tinten met de consistentie van vla en met een even ondefinieerbare smaak. Je moet echt het etiket lezen om te weten wat erin zit, proeven geeft je geen clou. Voor de iets grotere kinderen is de consistentie (en soms de geur en smaak) nog het meest vergelijkbaar met iets dat al eens binnen is geweest. Het heten warme maaltijden te zijn. Ik wil nog wel aannemen dat het alle voedingsstoffen bevat die een maaltijd voor een kind van die leeftijd hoort te bevatten, maar om nu te zeggen dat het voedsel is, of een maaltijd gaat mij te ver. Eten, zich voeden, heeft namelijk niet alleen te maken met het vullen van de maag met calorieën en nutriënten, maar het is voor jonge kinderen een ontwikkelingsfase en het is voor alle mensen een intermenselijke, sociale activiteit.

Kinderen die, na uitsluitend melkvoeding, aan vaste voeding gaan beginnen hebben precies daaraan behoefte: *vaste* voeding. Wat in die potjes zit (of wat uit de babyetenprutter komt) is geen vast voedsel. Dat is semi-vloeibaar voedsel. En vloeibaar, dat kunnen ze na zes maanden oefenen perfect. Ergens vanaf de leeftijd van zo’n zes maanden, vrijwel nooit veel eerder, vaak later, meer in de loop van het tweede halve levensjaar, bereikt de ontwikkeling van het kind een punt waarop hij toe is aan het experimenteren met ander voedsel dan melk. Het kind is daar niet alleen aan toe vanuit voedingsoogpunt, want het hele eerste levensjaar is moedermelk nog zijn primaire voedsel. De belangrijkste reden om aan vast voedsel te beginnen is dat de darm eraan toe raakt ander voedsel dan melk te veteren, dat de spierontwikkeling in de mond eraan toe is om te gaan leren kauwend voeden naast zuigend voeden en omdat de baby in deze periode ook zelfstandig leert zitten en dat de fijne motoriek klaar is om te oefenen met gericht grijpen met de vingers, verplaatsen en loslaten. De veranderende voedingsbehoefte gaat dus niet zo zeer om calorieën en voedingsstoffen (want die zijn ook allemaal ook nog uit moedermelk te halen), maar om ontwikkeling naar een voedingspatroon zoals de andere leden van onze soort.

Omdat het een ontwikkeling is naar gezinsvoedsel is het onlogisch om er een stap met speciaal babyvoedsel tussen te zetten. Het is logischer om het eten van het kind na en naast borstvoeding zoveel mogelijk op het gezinsvoedsel te laten lijken, in elk geval herkenbaar te laten zijn in uiterlijk en structuur. Het is even onlogisch om het kind op speciale tijden zijn eten voor te zetten. Eten is namelijk vooral ook een sociale gebeurtenis. Dus baby eet met de gezinsmaaltijden mee als hij wakker is, op schoot of in zijn eigen stoel. Het is heel simpel om een wortel en een stuk aardappel uit de pan te halen voor er zout en kruiden door gaan. Of, als de gekozen maaltijd echt ongeschikt is voor een beginnende eter, om in een apart pannetje een roosje bloemkool te koken.

Dan de snacks waarmee dit stukje begon. Baby’s en peuters hebben helemaal nog geen behoefte aan chips of koekjes of snoepjes. Ze zijn nog maar zo kort bezig met dat hele eten-concept dat alles nog nieuw en verrassend is. Niets is nog saai. Daarnaast is hun maag nog klein en ze kunnen het zich niet permitteren om die kleine ruimte op te vullen met vulling zonder voeding. Ik heb niets tegen tussendoortjes, ik denk zelfs dat kinderen dat hard nodig hebben, maar dat hoeft geen chips, koek en snoep te zijn. Gewoon eten kan de hele dag door en voor de meeste baby’s is een korst brood, al dan niet met roomboter, net zo’n traktatie als een speciaal babykoekje vol lege koolhydraten. En nu we het er toch over hebben: ”vetvrij” of ”vetarm” is, zeker waar het baby’s en jonge kinderen betreft, geen aanbeveling. Vet is een heel belangrijk component in de voeding van jonge kinderen, omdat het veel calorieën geeft per gewichtseenheid (denk aan de kleine maag!), omdat het vol zit met essentiële vetzuren en vitamines en omdat het zorgt voor een goede darmwerking. Vet helpt ook mee met het geven van een verzadigd gevoel zonder de maag uit te rekken.

Hoe meer hoe beter is dus een relatieve stelling. Meer variatie in goede, herkenbare voeding in een staat die zo dicht mogelijk bij het origineel is, is goed. Meer soorten fabrieksmatig bewerkt voedsel is zeker niet beter (niet voor kinderen, maar ook niet voor ons zelf). En als je dan toch eens iets bijzonders wilt geven, iets dat op chips of snoepjes lijkt, kun je dat eenvoudig zelf maken. Heel dun gesneden groenten, vooral wortelgroenten, maar ook (zoete) aardappel, kun je in de over bakken tot ”chips”. Fruit kan worden gedroogd en als snack gegeven. Let wel op bij gedroogd fruit dat er extra bij moet worden gedronken en dat je er niet meer van geeft dan je met het ongedroogde fruit zou doen. En als je helemaal uit de band wil springen bak je pannenkoeken van banaan, ei en havermout. Maal daarvoor in een geschikte keukenmachine een eetlepel havermout, doe daar een ei en een banaan in stukjes bij en mix tot het een glad beslag is. Bak op niet al te hoog vuur in een goede klont echte boter goudbruin. Koud of warm lekker, zoet van zichzelf en nauwelijks meer tijd voor nodig dan het opentrekken van een zak babychips.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.