In deze aflevering een onderwerp op speciaal verzoek: ”Heb jij een blog over jbpm, ik lees telkens weer dat men dat inzet voor jonge spugertjes en een link zou erg handig zijn!” U vraagt, wij draaien en dus leest u nu een blog over JBPM oftewel Johannesbrood(-boom-)pitmeel.

JBPM

In deze close-up (met een betere belichting dan de fotocompilatie) van een door midden gebroken peul is duidelijk te zien dat in de peul naast de pitten ook een kleverige, honingachtige substantie zit. De Johannesbroodboompeul is een goede leverancier van zoetstof en werd als zodanig ook gebruikt voor daarvoor suikerriet en -biet werden gebruikt.

JBPM

In deze aflevering een onderwerp op speciaal verzoek: ”Heb jij een blog over jbpm, ik lees telkens weer dat men dat inzet voor jonge spugertjes en een link zou erg handig zijn!” (Later meldde de vraagstelster me ook nog dat ze merkte dat ook lactatiekundigen met enige regelmaat JBPM adviseren bij spugertjes.) U vraagt, wij draaien en dus leest u nu een blog over JBPM oftewel Johannesbrood(-boom-)pitmeel. De Johannesbroodboom[1] is een heel interessante boom die van nature alleen groeit in het gebied rondom de Middellandse Zee. De volwassen bomen zijn zeer indrukwekkend en leveren met hun peulen (zie afbeeldingen) een waardevol voedingsmiddel. Meestal gebruikt als veevoer, maar ook voor menselijk consumptie. In tijden van nood als basisvoedsel en in andere tijden om een zoetmiddel van te maken of een likeur te stoken. Industrieel is het ontdekt als smaakloos bindmiddel en als chocolade surrogaat. In die laatste vorm is het meer bekend onder de naam carob of carobe. Maar waar het in de context van zuigelingenvoeding om gaat is het meel van de gemalen pitten uit de peulen.

In de voedselindustrie wordt dit pitmeel gebruikt als voedingsadditief met nummer E410, om voedsel dikker te maken. Het is dus een verdikkingsmiddel. Vanwege die bindende, verdikkende werking wordt het ook gebruikt als medicijn tegen spugen bij zuigelingen. Het maakt de maaginhoud dikker waardoor, naar men aanneemt, het spugen zal afnemen. Het idee erachter is dat een vloeistof makkelijker uit de maag stroomt dan een dikke pap of gelei. Deze aanname is niet echt wetenschappelijk onderzocht en de werkzaamheid is ook bedenkelijk. Daarnaast gaat het volkomen voorbij aan de verschillende mogelijke oorzaken van spugen bij zuigelingen.

Wat mogelijk meer zorgen baart is het effect op de werking van de darm. Men ziet namelijk een toename van darmproblemen in de vorm van verstopping bij kinderen die JBPM gevoerd krijgen. Nu is dat niet verwonderlijk, want het werd ooit ook gepropageerd als middel tegen diarree[2]. Een te dunne en te snel doorlopende darminhoud binden is wellicht een goed idee, maar een normale darminhoud binden is een slecht idee. Het maakt de darminhoud veel te dik en plakkerig om nog goed verwerkt te kunnen worden. De massa is niet meer vloeibaar genoeg en het kind raakt verstopt. De last van de maag mag dan over zijn (als het daar al naar verwachting werkt), daarvoor in de plaats komen darmkrampen door verstopping.

De pitjes mogen dan door hun constante gewicht de basis hebben gelegd voor het gestandaardiseerd wegen van goud en edelstenen (1 karaat is exact het gewicht van 1 carobe pitje oftewel 0,2 gram), als voedingstoevoeging voor zuigelingen is het zeker geen 24 karaats kwaliteit. Het moet worden aangemerkt als bijvoeding en heeft als zodanig de potentie om de darmflora en de darmintegriteit van de zuigeling aan te tasten. Niemand zal ontkennen dat een kind als dat nodig is medicijnen toegediend moet kunnen krijgen, ook als hij eigenlijk uitsluitend borstvoeding zou moeten krijgen. JBPM is echter geen medicijn, maar een voedingsmiddel. Het wordt toegevoegd aan (moeder)melk zodat dat pap wordt. Het voegt calorieën toe aan de melk en het kan daardoor ook een negatief effect hebben op de hoeveelheid moedermelk die het kind kan innemen.

Die overwegingen komen bovenop het feit dat voor spugen over het algemeen helemaal geen medicijn nodig is. Mensenkinderen die worden gevoed zoals dat voor hen is bedoeld en ontworpen zullen niet veel spugen en zullen er, als ze al eens spugen, ook geen last van hebben. Voeden zoals bedoeld houdt in:

  1. Uitsluitend borstvoeding, bij voorkeur direct uit de borst (van de eigen of eventueel een andere moeder), anders de gekolfde melk van de eigen moeder of van een andere menselijke moeder; als dat er allemaal niet is, dan kunstmatige zuigelingenvoeding.

  2. Frequente voedingen, minimaal 12 per etmaal in de eerste week, minimaal 10 per etmaal in de eerste maand, minimaal 8 per etmaal daarna.

  3. Kleine voedingen, dring niet aan op verder drinken als het kind zelf aangeeft voldoende gedronken te hebben; een normale voeding in de eerste week na de colostrum dagen is ca. 50-75ml, de rest van de eerste maand 75 tot 100ml en daarna 120-150ml per voeding. Dit is natuurlijk niet af te meten als de baby direct aan de borst drinkt.

  4. Houdt de baby zo veel mogelijk in een verticale houding, tijdens het voeden en zo mogelijk minimaal een half uur, maar liever langer, daarna.

Kindjes, die op deze manier worden gevoed en verzorgd, en toch veel spugen of last hebben van het spugen, daar moet allereerst worden gezocht naar een oorzaak voor dat spugen. Dit kan bijvoorbeeld een allergie zijn, een variatie in de anatomie van de mond (gehemelte, tong, kaken en lippen) of een tijdens de geboorte opgelopen letsel in het kaak-hals-schoudergebied. Hierover heb ik uitgebreid geschreven (ook in het oude blog) in eerdere blogs met de labels kramp(jes), buikpijn, spugen.

Er moet zeker ook oog zijn voor de gevolgen van stress, bij het kind zelf of bij de ouders. Kinderen die stress ervaren, bijvoorbeeld doordat ze alleen zijn, regelmatig gescheiden zijn van hun primaire hechtingspersonen (ouders) zullen meer neiging hebben om te spugen en daar last van te hebben. Stress bij de ouders, met name bij de moeder kan naast huilen ook leiden tot spugen en krampjes. Medicatie gaat in al deze gevallen niet echt helpen als de oorzaak niet  wordt weggenomen.

 Wikipedia over de Johannesbroodboom. De Engelstalige Wiki is zoals gewoonlijk veel uitgebreider en van betere kwaliteit

Fortier D, Lebel G, Frechette A (June 1953). “Carob flour in the treatment of diarrhoeal conditions in infants”. Canadian Medical Association Journal 68 (6): 557–61.

5 antwoorden
  1. Yvonne
    Yvonne zegt:

    Hallo, kom toevallig deze site tegen in zoektocht “verschil johannesbroodpitmeel en carobe”.
    Ik gebruikte elke dag rabarbermoes van AH.
    Opeens verdroeg ik het niet meer.
    De moes was ook onaangenaam dik en bitter van smaak.
    Later zag ik hetzelfde met moes van andere merken; ook biologische.
    Ineens stond er johannesbroodpitmeel op de ingredienten-lijst.
    Nadat ik gestopt was met t eten van rabarbermoes, verdwenen mijn klachten.
    En de rabarber zelf at ik vóór de buikproblenen al ruim twee jaar.
    Verse rabarber gaat prima.
    Conclusie: voor mij geen johannesbroodpitmeel.
    Vandaar mijn zoektocht, of carobe nou eigenlijk dezelfde stoffen bevat; immers van dezelfde boom….
    Als iemand meer info voor me heeft; graag!

    Beantwoorden
    • eurolacpuntnet
      eurolacpuntnet zegt:

      Het is bekend dat kinderen bij wie de melkvoeding wordt ingedikt met JBPM daar erge buikpijn van kunnen krijgen. Het verstopt de darm en het poepen gaat dan heel moeilijk. Carobe kot van dezelfde plant inderdaad, maar wordt op een heel andere manier bewerkt. Ik heb nog nooit gehoord dat mensen niet tegen carobe kunnen. Ik ga eens navragen.

      Beantwoorden
      • Yvonne
        Yvonne zegt:

        Bedankt voor de reactie.
        Als de carobe geen klachten blijkt te geven, heb ik daar veel aan.
        Ik mag namelijk (ook) geen cacao.
        Ben benieuwd naar de uitkomst.

        Beantwoorden
  2. Neli
    Neli zegt:

    Mooi artikel. Ik heb alleen vragen over de wetenschap achter de laatste stuk (stress en krampjes en spugen, ook stress bij ouders). Heeft u iets dat deze stellingen onderbouwt? Bedankt

    Beantwoorden
    • eurolacpuntnet
      eurolacpuntnet zegt:

      Het is een bekend gegeven binnen de studies psychologie en pedagogiek dat onrust bij de primaire verzorgers van een zuigeling onrust bij het kind kan geven. Het behandelen van de eigen stress en onrust zijn dus de eerste stap in het behandelen van stress en onrust bij het kind.

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.