Borstvoeding als model voor hechting

Herzien november 2018. Oorspronkelijke artikel:

Psychologische modellen en hun invloed op borstvoeding en ouderschap

‘’Borstvoeding gaat niet over voeding, maar over relaties’’

Bonding

De bonding theorie was oorspronkelijk gebaseerd op ideeën van onderzoekers na het observeren van diergedrag. In de dierenwereld is de periode direct na de geboorte een kritieke tijd waarin het moederdier bepaald gedrag vertoont naar haar jongen, dat bepalend is voor de kwaliteit van haar latere zorg voor de jongen. Elke verstoring van of inmenging in de door de natuur vastgelegde omstandigheden zal een negatief effect hebben op het vermogen van de moeder om voor haar jongen te zorgen. Zo zullen bijvoorbeeld de moeders van sommige diersoorten niet voor hun jong zorgen als ze ervan gescheiden zijn geweest en andere niet als het jong door mensen is aangeraakt. Deze theorie werd vervolgens overgenomen voor menselijk gedrag.

In hun eerste onderzoeken gingen de bonding onderzoekers ervan uit dat ook mensenmoeders in de eerste dagen na een bevalling specifieke gedragsvormen vertonen en dat ook mensenmoeders en baby’s erg gevoelig zijn voor veranderingen in de natuurlijke omstandigheden. Zij gingen er daarom ook vanuit dat mensenmoeders, net als andere dierenmoeders, een aantal van nature geprogrammeerde gedragingen vertonen, waaronder naar de baby kijken vanaf de vingers en dan omhoog, en de en-face positie, waarbij moeder en kind elkaar tegelijkertijd recht aankijken. De onderzoekers vonden dat deze vroege bonding gedragsvormen essentieel waren voor moeders en hun zuigelingen voor het aangaan van een relatie, wat zij onder elkaar bonding noemden. Belangrijkst is dat deze onderzoekers ervan uit gingen dat als er niet de goede condities waren gedurende deze kritieke fase om deze bonding gedragsvormen mogelijk te maken, moeders en hun zuigelingen geen goede relatie konden aangaan, ofwel bonding problemen zouden hebben.

De bonding theorie had grote invloed op de omstandigheden van moeders en baby’s in de eerste postpartum fase, in een tijd waarin in veel westerse landen de ziekenhuisbevalling en scheiding van moeder en kind direct na de geboorte standaard waren. De ziekenhuis bevalling bleef (in de meeste westerse landen werd ze zelfs meer en meer gemeengoed), maar de bonding theorie veranderde wel de gewoonte om moeder en kind direct na de geboorte te scheiden. Deze theorie leek wetenschappelijk te zijn in medische termen en de medische en verpleegkundige disciplines begonnen met het scheppen van voorwaarden voor het faciliteren van een vroeg moeder en kind contact. Het uitzonderlijke belang van de bonding theorie was dus de fundamentele verandering in de maternale zorg.

De bonding theorie had echter ook een keerzijde. Ouders en verzorgers interpreteerden deze theorie niet adequaat en er ontstonden nieuwe bakerpraatjes over het belang van het eerste contact. Mensen begonnen te geloven dat als moeder en baby zich direct na de geboorte niet op een bepaalde manier gedroegen, hun relatie minder dan optimaal zou zijn, dat er geen bonding zou zijn. Gezinnen werden opgezadeld met het etiketje ‘’disfunctionerend’’, terwijl dat in feite niet waar was of die gezinnen hadden gewoon wat meer tijd nodig of toonden hun gehechtheid op een andere manier. Daarnaast waren er ook ouders en zorgverleners die dachten dat alleen die eerste tijd van doorslaggevend belang was en dat wat daarna gebeurde er niet meer toe deed. Zij dachten dat als moeder en baby eenmaal die bonding tot stand hadden gebracht, die band er voor altijd was en er niet meer aan de relatie gewerkt hoefde te worden. Moeders waren bijvoorbeeld intensief en gedurende langere perioden bezig met het werken aan de bonding met hun pasgeboren kind om het vervolgens al op jonge leeftijd bij anderen achter te laten (om te gaan werken, uit te gaan, …), omdat zij dachten dat de bonding tot stand was gebracht en daarmee de relatie stevig was vastgelegd en er daarom niet meer aan hoefde te worden gewerkt.

De bonding theorie is in de psychologische vakliteratuur stevig bekritiseerd. Een goed geschreven boek hierover is ‘’Mother-Infant Bonding: A Scientific Fiction’’ van Diane Eyer. De auteur vindt het bonding model onwetenschappelijk en simplistisch. Het is waar dat de grondleggers van de bonding theorie geen psychologen waren, maar artsen. Dit verklaart het hoge oorzaak-gevolg gehalte en het gebrek aan erkenning van persoonlijke verschillen binnen de theorie. In de meeste psychologische modellen wordt erkend dat menselijk gedrag het resultaat is van complexe processen en dat individuele variatie de norm is. In later werk van de grondleggers komt naar voren dat ook zijzelf vinden dat hun eerste werk verkeerd werd geïnterpreteerd en te letterlijk opgevat. Evenmin was het hun bedoeling te stellen dat de vroege bonding het enige belangrijke aspect is van de moeder-kind relatie. , Veel mensen zien echter de bonding theorie nog steeds op die beperkte manier.

Attachment

De bonding theorie was een belangrijke stap in de ontwikkelingspsychologie. Het heeft ertoe geleid dat de eerste periode na de geboorte werd gezien als belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Het maakt duidelijk waarom een verstoring van de moeder en kind nabijheid een probleem kan geven in dit facet van de kinderlijke en van de maternale ontwikkeling. Maar het bonding model gaat voorbij aan het feit dat een verstoring in de eerste dagen door gerichte latere maatregelen kan worden goedgemaakt. De attachment theorie gaat als het ware verder waar de bonding theorie stopt. De attachment theorie gaat over een proces en houdt daarbij rekening met aspecten van de menselijke ontwikkeling. Deze theorie gaat ervan uit dat gebeurtenissen in de loop van de tijd de manier waarop moeders en baby’s interacteren beïnvloeden. De belangrijkste component van de attachment theorie is het vermogen van de moeder om gevoelig te zijn voor de signalen van haar kind. De mate van gevoeligheid naar haar kind zal van invloed zijn op het soort attachment dat het kind ontwikkelt naar de primaire verzorger. Zijn perceptie van zijn attachment zal van invloed zijn op zijn latere vermogen relaties met anderen aan te gaan.

Bowlby

Binnen het attachment model wordt op verschillende manieren aangekeken tegen de geleidelijke ontwikkeling van de moeder-kind relatie. Bowlby, bijvoorbeeld, beschrijft een serie veranderende functies van de moeder gedurende het eerste levensjaar. In zijn benadering wortelen attachment relaties in de behoefte van de zuigeling om in zijn primaire levensbehoeften te worden voorzien door een hechtingsfiguur. In het begin betekent dat te worden gevoed, schoongehouden en vastgehouden. Later wordt het de rol van de hechtingsfiguur om een veilige basis te zijn van waaruit het kind zijn wereld kan gaan verkennen.

Ainsworth

Ainsworth, een andere attachment theoreticus, heeft een iets andere benadering, die later door anderen is uitgewerkt. Zij gaat ervan uit dat alle menselijke wezens attachment aangaan met de primaire verzorger, maar dat er verschillende kwaliteiten zijn. Het attachment kan zeker, veilig zijn (dit is de optimale vorm) of het kind kan een onzekere, ambivalente of gedesorganiseerde attachment stijl ontwikkelen.

Attachment en borstvoeding

Interacties met de baby aan de borst zijn gebaseerd op de signalen van de baby en in principe vertelt de baby aan de moeder wanneer hij de borst nodig heeft en hoe lang. De nabijheid en lichamelijkheid van borstvoeding geven, terwijl de baby toegang heeft tot de essentiële, levengevende moedermelk, ook de mogelijkheid voor het optreden van unieke interactionele componenten waardoor moeder en kind emotionele boodschappen uitwisselen. Borstvoeding is een gebeurtenis waarbij het onvermijdelijk nodig is dat moeder en kind heel dicht bij elkaar zijn, zodat ze elkaar tijdens het voeden ook zien, voelen, horen, ruiken en proeven. Op die manier voorziet frequent borstvoeden ouders (vooral moeders, maar ook betrokken co-ouders) en hun drinkende kind van vele mogelijkheden om sensitieve interactionele stijlen te ervaren en te ontwikkelen. Borstvoeding vergroot daarmee de kansen voor het ontwikkelen van een proces dat leidt tot veilige attachment stijlen, die zich uitstrekken tot alle gezinsleden.

Als borstvoeding inderdaad leidt tot de capaciteit voor een gevoelige ouderschapsstijl, dan kan het belang van borstvoeding niet teveel benadrukt worden, in het bijzonder ook voor moeders met een verhoogd risico voor attachment problemen. Zoals ook de antidepressieve werking van de lactatie hormonen een moeder kunnen helpen, kan dat ook het geval zijn met de interactionele componenten van borstvoeding geven bij het te boven komen van relationele problemen in de moeder-kind verhouding. Hoewel sommige moeders een verbeterd zelfbeeld krijgen door hun kind te voorzien van hun eigen melk, helpt het afkolven moedermelk moeders niet om zich aan hun kind te binden zoals het voeden aan de borst dat doet. Daarom is het aanmoedigen om het kind aan de borst te voeden, ook indien de eigen melkproductie ontoereikend is, van kritieke waarde voor moeders met emotionele problemen, of deze nu van chronische of acute aard zijn.

Andere modellen

Veel van de concepten die de attachment theorie naar voren schuift, komen overeen met andere relationele modellen. Object relatie theorie, bijvoorbeeld, geeft inzicht in het vermogen van een moeder om de signalen van haar baby te ontvangen en er sensitief op te reageren. De object relatie theoreticus Winnicott benadrukt de behoefte die moeders hebben aan steun bij het werken aan het gevoelig reageren op hun zuigeling en een ‘’goed genoeg’’ moeder te zijn. Klein en Weininger beschrijven de interne, mentale wereld van de zuigeling en de rol die de emotionele gedachten van de zuigeling spelen in het formeren van zijn vroege relaties. Optimale vroege kinderlijke ervaringen zouden een cumulatie moeten zijn van gebeurtenissen die het kind de wereld, dat wil zeggen relaties, kunnen laten zien als goed, gevend en veilig en niet als aanvallend en agressief.

Het idee dat kinderen emotionele modellen vormen wordt ook getoond in andere theorieën. Er zijn theorieën die ervan uitgaan dat de zuigelingen in de eerste tijd zichzelf zien als een eenheid met de moeder. Theorieën over de emotionele band van een moeder en haar ongeboren kind kunnen helpen bij het begrijpen waar deze kinderlijke perceptie vandaan komt. Deze theorieën gaan ervan uit dat zuigelingen heel geleidelijk moeten kunnen overgaan van een staat van fysieke eenheid met de moeder zoals die in de baarmoeder bestond, naar het gescheiden zijn dat een consequentie is van het geboren worden. Borstvoeding is een voortzetting van die fysieke symbiose van de moeder en haar ongeboren kind. Het samengaan van het gevoel van het opheffen van honger, pijn koude of andere onaangenaamheden met het delen van interacties die lijken op die in de symbiotische intra-uteriene toestand, leiden tot een perceptie van relaties als veilig, warm en niet-aanvallend. Dit gevoel van welzijn bij het aangaan van een relatie breidt zich uit tot en faciliteert de mogelijkheid tot het aangaan van andere relaties.

Ouderschap

Wanneer we de kinderlijke geest respecteren, kunnen we beginnen te begrijpen dat voeden met enige substantie, inclusief gekolfde moedermelk, in enige vorm anders dan uit het lichaam dat het kind nog ziet als dat van hem zelf (dat wil zeggen het warme en bekende lichaam van zijn moeder), niet dezelfde emotionele betekenis heeft voor het kind als drinken aan de borst. Een vader, bijvoorbeeld, die het attachment proces met zijn kind wil bevorderen, zou hiermee rekening moeten houden en een scenario vanuit het kinderlijk perspectief moeten bedenken. Hij zou bijvoorbeeld activiteiten kunnen ontplooiing die wel huidcontact omvatten, maar zonder daarbij voeding te geven via een plastic hulpmiddel, dat door het kind kan worden gezien als invasief. Vanuit het kinderlijk oogpunt helpt het voeden niet bij attachment van vader en kind. Het kind zou in tegendeel de vader kunnen zien als een object dat hem weg houdt van zijn geliefde borstvoeding relatie.

Ook het tegendeel kan waar zijn. We begrijpen allemaal het begrip zuigverwarring vanuit een fysiologisch standpunt. Vanuit een psychologisch oogpunt kan het zijn dat een kind weigert aan de borst te drinken na de gemakkelijk en snelstromende voeding uit een fles of kopje, omdat de relatief langzaam stromende borst ziet als een onthoudende borst. Het kind dat de borst weigert maakt daarmee duidelijk dat het de goede, snelstromende ‘’borst’’ (dat wil zeggen fles, kopje, …) wil hebben. Daarom is het vanuit het perspectief van de zuigeling onzin om de vader en andere gezinsleden aan te raden te participeren in de voeding van de baby. Als zuigelingen in volwassen taal konden spreken, zouden ze keer op keer zeggen dat borstvoeding niet gaat om voeden, maar om relaties. En veel moeders zouden het met hen eens zijn. Theorieën over vrouwelijke en mannelijke ontwikkeling geven duidelijk aan dat moeders een andere route naar ouderschap volgen dan vaders. Daarom zou het niet verwacht moeten worden dat vaders en moeders op dezelfde manier een relatie met hun kind aangaan. Bij het vinden van een manier om zich aan hun kind te hechten zouden vaders zich moeten realiseren dat attachment een proces is en geen momentopname. Activiteiten die in de ene fase van het vaderschap aan attachment bijdragen, hoeven dat in een andere fase niet te doen. Door het respecteren van de behoeften van het borstvoedende duo en door de integratie van de mogelijkheden die de zuigeling heeft om buiten het drinken aan de borst om te interacteren, zal de vader manieren vinden om te participeren in wederzijds bevredigende interacties met zijn kind, die de borstvoeding niet in de weg staan of bedreigen.

In gezinssituaties die anders zijn dan die van biologische ouders en hun kind, kan de moederrol, inclusief het voeden worden overgenomen door de ouder die de rol van primaire hechtingsfiguur op zich neemt. Biologisch mannelijk of vrouwelijk of mannelijke,vrouwelijke of andere identificatie spelen daarbij geen rol.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Eurolac Lactatiekunde werkt samen met

Het Nieuwe Borstvoeding Boek

Te koop in de webwinkel van Eurolac Lactatiekunde  of van Kenniscentrum Borstvoeding

Moederliefde

Moederliefde is krachtig uniek jouw geschenk aan je kind

wat vind jij moederliefde?

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de Eurolac Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle nieuwtjes