Gewichtig onderzoek: Onderzoeken over borstvoeding en overgewicht gaan meestal over de gevolgen van de keuze voor zuigelingenvoeding voor de moeder of voor het kind. Minder vaak gaat het over de gevolgen van maternaal overgewicht op het beginnen en doorgaan met en de exclusiviteit van borstvoeding.

Gewichtig onderzoek

Gewichtig onderzoek

Onderzoeken over borstvoeding en overgewicht gaan meestal over de gevolgen van de keuze voor zuigelingenvoeding voor de moeder of voor het kind. Ik schreef daar al eerder over (hier ook). Minder vaak gaat het over de gevolgen van maternaal overgewicht op het beginnen en doorgaan met en de exclusiviteit van borstvoeding. Babendure et al zochten, analyseerden en vergeleken onderzoeken die dit wel als thema hadden: International Breastfeeding Journal: Reduced breastfeeding rates among obese mothers: a review of contributing factors, clinical considerations and future directions. De resultaten waren niet heel erg verrassend: ja, vrouwen met overgewicht geven minder vaak, minder lang en minder exclusief borstvoeding dan vrouwen met een lager gewicht. En nee, het is niet zo dat je, als je met overgewicht aan de zwangerschap begint, perse problemen moet krijgen: ”Maternal pre-pregnancy obesity (Body mass index, BMI > 30) is associated with up to 13 % lower rates of breastfeeding initiation, and 20 % decreased likelihood of any breastfeeding at six months postpartum.” Je loopt een 13% groter risico om niet aan borstvoeding te beginnen en je hebt 20% meer kans om de zes maanden niet vol te maken. Al deze onderzoeken werden gedaan met moeders die al met een 30+ BMI aan de zwangerschap begonnen. Het artikel eindigt met interventies die de prognoses voor de gewichtige moeder moeten verbeteren. De meeste daarvan gaan over verschillende manieren van extra counseling. Met meer of minder succes uitgeprobeerd en toegepast. Tot mijn verbazing gaan vrijwel geen van die interventies uit van de genoemde oorzaken voor borstvoedingsproblemen bij Rubensiaanse vrouwen.

Ik gebruik de term Rubensiaanse vrouwen met opzet. Een van de naar voren komende aspecten was namelijk dat van body image. Rubens en zijn tijdgenoten hielden wel van een pondje extra hier en daar. Vollere vrouwen hadden in die tijd dan ook geen last van een negatief body image. Uit enkele van de (Amerikaanse) onderzoeken bleek ook dat bij Afrikaans-Amerikaanse vrouwen het overgewicht veel minder effect had op de borstvoeding resultaten. Uit andere onderzoeken blijkt dan ook weer dat Afrikaans-Amerikaanse vrouwen allerlei issues kunnen hebben, waaronder slechtere borstvoeidng cjfers, maar dat body image daar geen belangrijke van is. Ik ben dan ook bang dat al te veel nadruk op overgewicht als risico factor voor borstvoeding resultaten wel eens een self-fullfilling prophecy kan zijn. Als in een cultuur alles boven maat 40 wordt gezien als ongewenst, ongezond en mogelijk dom, dan is het hinten naar bijkomende problemen vragen om die problemen. Dat neemt niet weg dat tjdens de zwangerschapsbegeleiding best wat aandacht mag zijn voor het voorkomen van te veel extra aankomen. Overgewicht tjdens de baring leidt namelijk door allerlei factoren, samenhangend met het functioneren van een lichaam met overgewicht, makkelijk tot een baring met medische interventies. En dat is ook weer een ernstige factor voor problemen bij het opstarten en doorzetten van borstvoeding.

moedermelk bewerken

Een belangrijk aspect van de opstartproblemen bij borstvoeding bij vrouwen met meer vetweefsel is de invloed van dat vetweefsel op het functioneren van verschillende hormonen. Oxytocine en prolactine kunnen minder goed werken, cq. minder worden afgescheiden en er kunnen verstoringen zijn in de werking van insuline en schildklierhormoon. Dit heeft invloed op de productie van moedermelk en vooral ook op het op gang komen van de productie van rijpe moedermelk (de start van lactogenese 2). Counseling gaat daarbij niet helpen, uitleggen hoe dit allemaal werkt en wat je eraan kunt doen hoogstwaarschijnlijk wel. Zorgverleners moeten niet bang zijn vrouwen met overgewicht hierover te informeren en erover te spreken. Vrouwen met overgewicht weten zelf heel goed dat hun gewicht gezondheidsrisico’s kan meebrengen en dat sommige dingen anders werken in een zwaarder lijf. Dat hoef je niet te verbloemen, zo lang je er maar niet in oordelende termen over spreekt. Er zijn diverse opties die doorgenomen kunnen worden. Hormonen kunnen worden aangevuld, als dat nodig blijkt.

Wat in het hierboven genoemde onderzoek helemaal niet werd genoemd is het voorkomen van het vroegtijdig stoppen met borstvoeding of de exclusiviteit van moedermelkvoeding als gevolg van de vertraagde komst van lactogenese 2. Met uitzondering van een te geringe ontwikkeling van klierweefsel (dit kan gebeuren als er ten tijde van de initiële ontwikkeling van de borsten in de puberteit sprake is van ernstig overgewicht) kunnen vrouwen die de zwangerschap begonnen met overgewicht gewoon borstvoeding geven, alleen kan het wat trager op gang komen. Er is dus een periode die moet worden overbrugd in afwachting van de overgangsmelk. Gewoonlijk gaat colostrum tussen 24 en 72 uur over in overgangsmelk, tot die tijd volstaat colostrum in relatief kleine hoeveelheden. Als er een probleem is met de melkstroom door het minder goed functioneren van de oxytocine reflex, kan dat ondersteund worden met een oxytocine neusspray en bepaalde handelingen of middelen die de afgifte van oxytocine stimuleren. Om de één tot zeven dagen te overbruggen dat er te weinig melk is, kan de zwangere alvast een voorraadje kolven, ongeveer vanaf de 34-35ste zwangerschapsweek. Dit levert een voorraadje melk op voor de baby, maar heeft mogelijk ook een stimulerend effect op de melkaanmaak na de bevalling. Om er zeker van te zijn dat er voldoende moedermelk voorhanden is, kan alvast een donor worden gezocht. Het is voor een kind van een moeder met gewichtsproblematiek belangrijk om enkel menselijke melk te drinken, om zijn kansen op het ontwikkelen van een normaal, gezond gewicht te bevorderen.

Babendure JB,  Reifsnider E, Mendias E, Moramarco MW,  Davila Y: Reduced breastfeeding rates among obese mothers: a review of contributing factors, clinical considerations and future directions. International Breastfeeding Journal 2015, 10:21 doi:10.1186/s13006-015-0046-5

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.