Zomaar een Twitter gesprekje:

”Ik reageer niet. Ik reageer niet. Ik reageer NIET! Maar ik zou wel willen dat iedereen over de juiste info beschikt over borstvoeding”
”’Gooi t er maar uit!”
”Word jij er af en toe niet gallisch van, Gonneke? Ik kan soms niet geloven wat ik lees.”
”Ja, heel erg. Dat reageer ik dan af in een blog.”

Gallisch

Je zou er gallisch van worden!

Er wordt zo’n hoop onzin verkocht over borstvoeding, je zou er gallisch van worden. De Galliers in de verhalen van Asterix & Obelix worden ook zeer regelmatig zeer gallisch en gaan dan met de Romeinen (of bij gebrek daaraan met elkaar) op de vuist om het af te reageren. Ik reageer liever af met een blogje nu en dan. Een bloemlezing.

Lees ook: Bakerpraatjes | Tot het tegendeel bewezen is | Sparren

Bob de kat

Vrijdag de dertiende

Eerder verschenen april 2012
Vandaag is het vrijdag de dertiende. Een mooie dag, een mooie datum. Want op vrijdag de dertiende, vandaag 11 maanden geleden, trouwde mijn oudste dochter. En vandaag is ze precies 40 weken zwanger. En ik schrijf dit, terwijl ik op één bil zit, klaar om op te springen als ze belt dat ik kan komen om haar bij te staan bij de geboorte en in de kraamweek. Méns, ik ben er net zo opgefokt over als ik ruim eenendertig jaar geleden was op de uitgerekende dag van haar geboorte, de dag van het begin van de lente in 1981.

Voor veel mensen heeft vrijdag de dertiende nog een bijgelovige associatie, net als zwangerschap, baring en borstvoeding. Het vrouwenlijf is inmiddels door de wetenschap volledig gedetermineerd en zou geen geheimen meer moeten hebben, laat staan geheimzinnigheid, taboes en hekserij. Niettemin leven ook bij wetenschappelijk opgeleide mensen nog volop bakerpraatjes en bijgeloof over de reproductieve functies van de vrouw. Zo begint men nu pas, na decennialange zoektochten naar de G-spot, nadat men schoorvoetend had toegegeven dat ook vrouwen misschien wel kunnen en mogen genieten van seks, te begrijpen dat er wellicht helemaal niet zoiets als een vaginaal orgasme bestaat (en wellicht wel een sportschoolorgasme). De conceptie en de zwangerschap zijn redelijk goed in kaart gebracht, maar rondom de baring komen de bakerpraatjes weer goed naar de voorgrond. Maar weinig academisch gevormde obstetrici durven te zeggen wat Michel Odent zei: ‘’Niemand kan een vrouw laten baren, je kan alleen zo veel mogelijk proberen haar niet te hinderen’’.

De baring wordt breeduit gezien als een risicovolle gebeurtenis, die het best machinaal gemonitord kan worden en waarbij gehandschoende handen en apparaten klaarstaan om in te grijpen. Vrouwen zelf zijn hierdoor zo beïnvloed dat zij en masse op voorhand al pijnstilling eisen en het aantal gepland ingeleide baringen schrikbarend stijgt. En dat vrouwen die dit juist niet willen uitgebreide geboorteplannen opstellen om te voorkomen dat de medicijnen en apparaten hun baring overnemen.

Wanneer het kind er is en gevoed moet worden breekt het mystieke denken pas goed los. Niet gehinderd door enige vorm van werkelijke kennis worden toverspreuken vermomd als wetenschap losgelaten op moeders en kinderen die nog helemaal high zijn van de baringshormonen. Dit moet en dat mag niet, dit moet zus en dat moet zo en wee haar die het anders doet. Nou, ja, natuurlijk spelen mijn hormonen nu ook een beetje op en ben ik wellicht wat kort door de bocht. Toch ga ik voor de zekerheid maar zelf bij mijn dochter kramen om haar een beetje af te schermen van de hekserij. Misschien moet ik haar kat ook maar even helemaal zwart verven en mijn bezem meenemen om de kwade krachten het huis uit te vegen.

Mythbusters

Eerder verschenen oktober 2013
Mythbusters mag ik graag eens kijken. Ze nemen daar een ‘’algemeen gekende waarheid’’ als een koe bij de horens en zoeken uit of het wel echt zo waar is of dat het een bakerpraatje is. Stellingen die de proef niet doorstaan worden ‘’busted’’* verklaard. De lezing ‘’Debunking Infant Feeding Assumptions’’ die ik vandaag met u wil doornemen is een variatie hierop en wordt gepresenteerd door Amy Peterson, BS, IBCLC, en Mindy Harmer, MA, CCC-SLP, een lactatiekundige en een logopediste. Uit de titel had ik het niet zo direct opgemaakt, maar alle aannames die ter sprake zouden komen gingen over flesvoeding. Een item over flesvoeding binnen een conferentie over borstvoeding, zult u zich wellicht afvragen, wat moet ik me daar bij voorstellen? Well, het is nu eenmaal een feit dat in de huidige tijd en maatschappij veel moeders het niet zullen redden met enkel aan de borst voeden, maar afhankelijk zijn van andere voedingsmethodes terwijl zij werken en iemand anders voor hun kind zorgt. Lactatiekundigen moeten goed op d hoogte zijn van hoe die fles het beste te combineren alt met direct borstvoeding geven. Mythbusting in deze presentatie leidt tot de conclusie dat een aantal veelgebruikte aanbevelingen voor flesgebruik bij borstgevoede kinderen moeten worden geclassificeerd als ‘’Busted!’’

Aanname 1: ‘’Leren over flessen tijdens een borstvoeding conferentie ondermijnt borstvoeding’’. Sommige deskundigen gaan ervan uit dat het doel van alle borstvoeding zou moeten zijn exclusieve aan-de-borstvoeding en anderen vragen zich af waarom je überhaupt iets over flessen zou moeten weten. Het antwoord is simpel: als wij geen goede informatie over flessen, spenen en hun gebruik geven dan zijn de moeders afhankelijk van de informatie die de fabrikanten geven op de verpakking en in reclame. In de ethische code voor lactatiekundigen staat dat zij hun cliënten voldoende informatie moeten geven om gefundeerde keuzes te kunnen maken en dat zij informatie meten geven over hulpmiddelen die noch onwaar noch misleidend mag zijn. Het moge duidelijk zijn dat, hoewel consumenten mogelijk de beweringen van fabrikanten volkomen geloven en hun keuze mede op basis van die informatie maken, de informatie van fabrikanten op de eerste plaats bedoeld is om het aankopen van het product zo aanlokkelijk mogelijk te maken. Bij hun pogingen die aankoop zo aanlokkelijk mogelijk te maken wordt niet noodzakelijkerwijs de informatie beperkt tot de waarheid. Een snel rondje uitproberen van de claims op de verpakkingen laat even snel de beperkte overeenkomst met de waarheid zien en daarmee is de eerste aanname ‘’Busted!’’.

Aanname 2: ‘’Spenen met een brede basis zijn het beste voor alle borstvoedingsbaby’s’’. Met deze stelling was ik het eigenlijk grotendeels wel eens (al gebruikte ik liever ‘’de meeste’’ in plaats van ‘’alle’’). De aanbeveling om spenen met een brede basis te gebruiken wordt ook in veel standaardwerken over de menselijke lactatie en begeleiding bij borstvoeding gegeven, maar eigenlijk nergens met wetenschappelijk onderzoek onderbouwd. De uitleg van de sprekers maak al snel duidelijk dat met breed vooral de opening in de dop wordt bedoeld en niet zozeer de basis van de speen die de baby in de mond krijgt. Een niet eens heel erg diepgaand onderzoek toont namelijk al vlot aan dat de verbreding van de speen het kind eerder belemmert de mond wijd te openen dan dat hij daartoe wordt aangemoedigd. Per saldo zie je vaker kindjes op het smalle uiteinde van de brede-basisspeen zuigen met toegeknepen lipjes dan dat je er een mooie wijde hap bij ziet. Inherent aan het materiaal waarvan spenen worden gemaakt werkt de plaats waar de verbreding van de speen begint als een muur, terwijl baby’s bij smalle-basisspenen minder belemmering ondervinden en makkelijker met de lippen tot aan de dop doorpakken. Tot mijn aanvankelijk verbazing was dus ook aanname 2 ‘’Busted!’’. Moeders moeten dus weten dat zij een speen moeten gebruiken die hun kind aanmoedigt om een grote wijde hap te nemen.

Aanname 3: ‘’We kunnen de stroomsnelheid (flow) van de speen testen door naar het druppelen te kijken’’. De snelheid waarmee de melk stroomt is zeker een factor die van belang is bij  het kiezen van fles en speen. Deze snelheid komt liefst enigszins overeen met de stroomsnelheid van de melk uit de borst die de baby is gewend. Maar kun je vooraf die stroomsnelheid inschatten door te kijken hoe snel de speen water laat druppelen als je he op zijn kop houdt? De lactatiemythbusters vulden twee verschillende flessen (een met een gewone en een met een als slow-flow aangemerkte speen) met gekleurd water en hielden ze op zijn kop boven een vel wit papier. Uit de normale speen druppelde meer water dan uit de slowflow. Maar als werd gekeken naar het volume water dat met een bepaald aantal druppels werd verkregen bleek de slow flow ruim dubbel zoveel volume te hebben in 46 druppels dan de andere fles. In een andere proef werd de normale speen uit de eerste proef vergeleken met een speen die helemaal niet druppelde. Beide flessen werden aangesloten op een kolf en de normale speen gaf in de vooraf bepaalde tijd 3,1ml en de niet-druppelende maar liefst 14,2ml. Het is daarmee duidelijk dat druppelen, melkvolume en flow heel verschillende grootheden zijn en daarmee is ook deze aanname ‘Busted!’’.

Er volgden nog meer aannames, maar mijn stukje zou te lang worden als ik  die allemaal zou bespreken. Ik geef wel de uitslagen door. De aanname dat nooit de moeder zelf de fles moet introduceren blijkt onjuist, dat flesvoeding de melkproductie doet dalen is mogelijk in bepaalde omstandigheden waar, dat alle baby’s ‘’paced bottle feeding’’ (met pauzes na elke paar slokken) nodig hebben en dat alle baby’s hard moeten werken om zonder gevaar voor het voeden aan de borst de fles te drinken zijn beide niet waar gebleken. Die laatste twee moeten per kind en per situatie worden beoordeeld en bepaald.

De uitdrukking gallisch heeft met de Galliërs overigens niets te maken:

(barg.) gallisj ‘misselijk’ [voor 1940; Moormann], gallisch ‘knorrig, kregelig’ [1984; van Dale HN].
Ontleend aan West-Jiddisch challisj ‘misselijk’ < Hebreeuws ḥallāš ‘zwak’. Volgens Endt 1972 zou het gaan om een speelse vervorming van geil, met de bijgedachte aan de Gallische haan, het symbool van Frankrijk; volgens Endt 1974 gaat het echter om een “uit joodse mond opgevangen en verkeerd geduid” challisj ‘misselijk, naar’. De verklaring datgallisch hetzelfde woord zou zijn als Gallisch ‘uit Gallië, Frans’, dat een negatieve bijklank heeft gekregen, is in ieder geval pseudo-etymologie; de schrijfwijze met –sch zou met deze associatie kunnen samenhangen, maar is wel gebruikelijk voor woorden uit het Jiddisch en Hebreeuws.
Alleen in de uitdrukking ‘ergens gallisch van worden’. Volgens De Coster (1992) werd het woord vooral in toneelkringen gebruikt. Midden jaren 1980 komt het voor het eerst voor in de gewone woordenboeken.

gallisch ‘kregelig’

Etymologiebank

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Het is een bakerpraatje dat borstvoeding altijd moeilijk en moeizaam is, maar evenzeer dat iedereen zonder problemen borstvoeding zou moeten kunnen geven. Hebben jij en je kind wat hulp nodig bij borstvoeding? Lees eens rond op de site, neem een kijkje in de webwinkel of boek een consult met een lactatiekundige.