Als je eenmaal en goed patroontje hebt, moet je het niet meer veranderen.

Een goed patroontje

Foto: De Gebroeders Baldwin: William Baldwin, Stephen Baldwin, Alec Baldwin en Daniel Baldwin (acteurs)

een goed patroontje

een goed patroontje

‘’Als je eenmaal en goed patroontje hebt, moet je het niet meer veranderen.’’ Dat is wat ik vaak zeg als mensen weer eens opmerken hoe veel mijn kinderen op elkaar lijken. Het lijkt erop dat vader en moeder Baldwin (titelfoto) ook zoiets gedacht hebben. Hun patroon is zo goed gevolgd dat ze wel een kopieer apparaat gebruikt lijken te hebben. Maar als je door diezelfde blik en diezelfde lach heenkijkt, zie je toch verschillen. De ene lijkt wel te veel gewicht gedragen te hebben, want die is zowat een halve kop kleiner dan de anderen. Een beetje spichtig lijkt hij ook wel, zeker naast die twee grote jongens. En de vierde heeft wel de lengte, maar niet de zware bouw. Twee hebben rechte wenkbrauwen en de andere twee gehoekte, met dezelfde hoek. Maar, het blijven ontegenzeggelijk broertjes.

Alida Staas-Roozen met haar 3 jongste kinderen, ca 1959

Het echte op elkaar lijken of niet zit dieper dan de alleen uiterlijke gelijkenis. Broers of zussen die uiterlijk niet op elkaar lijken, kunnen dat wat betreft karakter wel doen en omgekeerd. Moeders onderscheiden verschillende karakters al vanaf het eerste moment dat zij een kind aan de borst hebben. Veel moeders merken al wat van de verschillende karakters op voor het kind geboren is. Moeders merken vooral de verschillen op tussen hun kinderen en dat kan soms onverwachts komen.

Naarmate een moeder een meer ervaren moeder wordt, komen de verschillen soms harder aan. Na twee kinderen een paar jaar gevoed te hebben, denk je als moeder dat je wel zo’n beetje weet hoe het werkt. Dan komt nummer drie en dat is een totaal ander kind. Ja, hij heeft dezelfde handjes als zijn zus, dezelfde neus als zijn broer, maar zijn drinkgedrag slaat alles en opent compleet nieuwe inzichten. Daar kan je als moeder behoorlijk van schrikken. Als je eerst een kind had dat uit zichzelf al snel een paar uur tussen zijn voedingen liet en de volgende wil elk uur wel en dan nog eens, ga je al gauw twijfelen of je dit keer wel genoeg melk maakt. Of als het omgekeerd is, na een volcontinu drinker nu ineens een kind met een voorkeur voor langere slaapjes en grotere voedingen, vraag je je af of hij nog wel wakker wordt als hij zo lang slaapt.

Elk kind is zijn unieke zelf met zijn eigen unieke eigenaardigheden en karaktertrekken. Alle beschrijvingen van hoe baby’s en kinderen werken, zijn gemiddelden en bieden ruimte voor persoonlijke variatie. Een nadeel van boeken en methodes die vrij strak vastleggen wanneer kinderen wat doen is dat zij te weinig marge voor variatie inbouwen. Ouders maken zich dan al snel zorgen dat hun kind een afwijking heeft of is. Het geeft ouders vaak ook het idee dat zij exact de methode moeten volgen, dat zij perfect moeten zijn. Het gevaar ligt vlak om de hoek dat elke variatie wordt gezien als een fout. Een fout in het kind of een fout in de uitvoering van de methode door de ouders. Dat is jammer en doet onrecht aan de natuurlijk diversiteit binnen ouders en kinderen.

Elk mensenkind heeft bepaalde gelijkenissen met alle andere mensenkinderen en meer met zijn broers en zussen. Maar de ontwikkeling van een kind, zowel lichamelijk als verstandelijk en emotioneel, verloopt volgens zijn eigen tijdlijn. Daarom is beginnen met praten vóór de eerste verjaardag net zo normaal als na de tweede verjaardag; lopen met 11 maanden net zo normaal als lopen met 18 maanden. Eerst lopen, dan praten, net zo normaal als omgekeerd; hard groeien, laat gaan lopen of vroeg lopen en praten, maar weinig groeien eveneens. Bij eten en slapen als baby is net zoveel variatie mogelijk. Gemiddeld genomen zal een mensenkind neigen naar veelvuldige kleine voedingen en veelvuldige korte slaapjes. Buiten die statistiek zijn ontelbare variaties mogelijk zonder dat dat fout is.

Ouders moeten kennis hebben van de grote gemiddelden, maar oog voor de unieke, persoonlijke variatie van hun kinderen. Voor de meeste moeders is de meest zekere manier om dat te leren hun kind  vanaf de geboorte in direct lichaamscontact te houden en met hem te communiceren met alle beschikbare zintuigen. In direct lichaamscontact werken bij moeder en kind allerlei hormonen mee om dat kennismakingsproces te intensiveren en optimaliseren. Het werkt trouwens ook bij vaders. Het unieke patroon van dit kind zal snel duidelijk worden en niet al te vreemd aanvoelen, ook al vertoont het weinig gelijkenis met dat van oudere broertjes of zusjes.

drie broers

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.