Kinderen worden geboren met de verwachting altijd tegen een mens aan te zijn. Hoe zit het met de draaglast en de draagkracht voor de ouders? Twee eerder verschenen blogs over dragen, draaglast en draagkracht.

Draaglast en draagkracht

Eerder gepubliceerd in december 2013

Alex O’Loughlin als Steve McGarrett draagt het kindje van zijn zus terwijl hij moorden onderzoekt in Hawaii Five-0: S4, E7 Ua Nalohia (8 Nov. 2013). Met  Scott Caan als Danny ‘Danno’ Williams.
Let op: dit is geen ergonimiche draagwijze!

Ik heb het, meen ik, al wel eens een keer gehad over het feit dat mensen dragers zijn. Onder de vele soorten zoogdieren zijn er soorten die hun enige jong goed verstoppen en er maar af en toe naar toe gaan om te voeden. Dat maakt de jongen veilig voor de speurende zintuigen van roofdieren. Andere soorten laten hun jongen samen met die van andere moeders van dezelfde soort in een grote groep op een veilige plaats achter om zelf te kunnen jagen. Dan zijn er de soorten die hun jongen bij elkaar in een warm, veilig verscholen nest achterlaten en ze daar om de zoveel uur komen zogen. Dat zijn allemaal soorten van verstoppers. Er zijn  ook zoogdiersoorten, meestal kuddedieren, waarvan de jongen na de geboorte direct kunnen staan en vrij snel ook kunnen lopen en rennen; zij gaan kort na de geboorte mee met de kudde en daar in die grote groep zijn ze relatief veilig voor roofdieren. De soorten die niet vallen onder hen die de jongen achterlaten, verstoppen of met zich laten meelopen zijn de dragers (een paar zijn de winterslapers, maar die lijken als ze niet winterslapen in zorggedrag sterk op de dragers).

Bij die laatste groep, de dragers, horen wij dus ook, samen met de andere primaten. Dragers hebben hun jongen voortdurende tegen hun lijf aan, dag in, dag uit, dag en nacht, 7 dagen per week. De jongen van dragers zijn in hun eerste meest kwetsbare periode nooit zonder lichamelijk contact met een ander dier van hun groep, bij voorkeur hun moeder. Zowel de moeder als het jong hebben allerlei instincten en gereedschappen om te zogen dat dat kan en niet te veel moeite en energie kost, dat dragen en gedragen worden. Wij menselijke dragers hebben die instincten ook, maar de gereedschappen, die zijn voor een deel weg-geëvolueerd. We hebben voornamelijk nog haar op ons hoofd en de mannelijke exemplaren ook op hun gezicht. En verspreid over het lichaam, op vaak wat onhandige plaatsen (onhandig wat betreft vastgrijpen door een jong) nog hier en daar een plukje. Daarbij hebben we in onze cultuur de gewoonte om het beetje haar dat we op ons lijf hebben rigoureus te verwijderen, zodat we een spiegelglad oppervlak rondom ons lichaam hebben. We doen er dan weer wel textiel omheen, maar meestal willen we daar liever geen kinderknuistje aan die zich erin vasthaken.
Vanwege dat gebrek aan een vacht om te gebruiken als draaghulpmiddel, zijn mensen sinds het begin der haarloze tijden op zoek geweest naar andere draaghulpen. De uitkomsten van die zoektochten zijn net zo gevarieerd en veelzijdig als de mens zelf. De ene al wat handiger dan de andere, de ene al wat ergonomischer dan de andere. Sommige draaghulpen haalden het kind en de moeder uitelkaar, zoals de ophangplankjes van sommige Native American stammen. De draaghulpen op wielen zijn met name de laatste handvol generaties in de westerse culturen erg populair. Maar de meeste draagsystemen dragen het kind dicht tegen een lichaam  aan, vaak met veel huidcontact. sommige toestellen hangen aan het hoofd van de drager, andere zijn om de romp heen gewikkeld (torso dragers), anderen dragen hun kind op de heup, de rug of de buik. Vrijwel alle traditionele draagsystemen laten het kind naar de drager gekeerd zitten.
Zoals zwangerschap, baring en borstvoeding is nu ook het dragen geprofessionaliseerd. Het dragen van een kind is een echte wetenschap geworden. De draagsystemen worden bijbehorend ingewikkeld en de lengte van de doeken komt soms dicht in de buurt van een traploper. Kindjes zitten goed stevig tegen de drager aan, in een mooie, ergonomisch verantwoorde houding en die ergonomie geldt ook voor de dragende persoon. Er zijn ook allerlei soorten voorgevormde dragers, waarbij ook gezorgd is voor een goede houding voor het kind en comfort voor de drager. In al deze systemen zitten de kinderen naar de drager gericht op de buik of op de rug. De meeste kindjes vinden het heerlijk en laten zich graag meedragen en in slaap wiegen.
Deze manieren van dragen, zoals ze tegenwoordig in onze contreien worden gepropageerd door draagspecialisten zijn prachtig en ergonomisch verantwoord voor drager en gedragen kind. Ze hebben wat mij betreft één heel groot nadeel. Ze zijn niet praktisch. Het aandoen van zo’n meterslange doek, het knopen en fatsoeneren ervan doet denken aan het kleden van een vrouw in traditionele Zeeuwse klederdracht. Er is een cursus of uitgebreid persoonlijk consult nodig om het te leren en even gauw het kind in de doek doen is er niet bij. En door die ingewikkeldheid is het mijns inziens ook een belemmering voor voeden op verzoek. Ik wil daarom een lans breken voor de korte doeken die in een handomdraai aan en uit kunnen en even eenvoudig kunnen worden versteld.
Een pleidooi voor de slendang en de ringsling. In zijn eenvoudigste vorm een simpele, dunne lap geweven stof van pak-em-beet 1 bij 2 meter (of 90 bij 210 centimeter) die over een schouder wordt gehangen en op de tegenoverliggende heup met een simpele platte knoop gesloten. Knoop naar de rug, kind rechtop erin, met de beentjes wijd gespreid et voila: klaar. Beetje prutsen met de reep die over de schouder ligt, zodat de spanning rond het kind goed wordt en de doek over een zo breed mogelijk deel van de schouder wordt gedragen. En even bedenken of kindlief op de buik, de heup of de rug gaat. De ringsling gebruikt twee ringen in plaats van een knoop en is daarmee nog eenvoudiger aan te passen aan wat er op een bepaald moment nodig is.
Grote voordeel van dit makkelijke aan en uitdoen is dat borstvoeding geven geen enkel probleem is. Bij een meer ingewikkelde doek kan voeden makkelijk worden uitgesteld omdat het zo’n gedoe is. Met een slendang of ringsling is het een kwestie van de borst vrijmaken en eventueel de doek iets losser te maken zodat het kind wat lager zit. Een klein nadeel is dat het voor de drager ietwat minder ergonomisch is om asymmetrisch te dragen. Dit kan worden ondervangen door afwisselend op de rechter en de linker schouder te dragen.< [/av_textblock] [/av_one_full]

Nog een heel simpele manier om een slendang te knopen, met een slipknoop om eenvoudig te kunnen verstellen. Het is niet erg als je de taal niet verstaat, als je goed kijkt zie je precies hoe het moet. Voor deze manier van dragen gebruik je een dunne, gladde katoenen lap. De lap is zo breed dat hij dubbelgevouwen even breed is als je schouders van links tot rechts. De lengte is net iets meer dan je eigen spanwijdte (van vingertop tot vingertop als je met je arme gespreid staat.

Dragende kracht

Eerder verschenen december 2013

Ezel met een grotere draaglast dan draagkracht.

De column Dragende kracht (oorspronkelijk Draagkracht) gaf wat reacties op Twitter (en onder het blog) die teleurgesteld klonken. Men vond mijn uitingen over lange doeken negatief. Dat mag iedereen natuurlijk vinden, het was echter niet mijn bedoeling. Mijn bedoeling was om een beetje de opkomende monopolie positie van de lange draagdoeken wat te temperen en meer aandacht te geven aan andere mogelijkheden. Ik hoop dat degenen die moeite met het stuk hadden dat ook eens hier willen komen zeggen (inmiddels is er een reactie te lezen), zodat de lezers van dit blog aan hoor en wederhoor kunnen doen. Voor ik verder ga met het stuk van vandaag wil ik nog wel benadrukken dat ik vrijwel alle vormen van dragen toejuich, ook de soorten die mij minder handig lijken. Zolang het de nabijheid van moeder en kind bevordert, het kind geen kwaad doet en de borstvoeding wordt beschermd: draag zoals je wilt, maar draag! Als moeder (en ook als vader, maar dan zonder de melkgevende borsten) ben je de dagende kracht voor het groeien en ontwikkelen van je kind.
Draagkracht gaat natuurlijk verder dan de puur fysiek benodigde kracht om een kind te dragen. Ook het hele voeden, verzorgen en koesteren vergen draagkracht. De draagkracht die daarvoor nodig is gaat om de hoeveelheid inzet van zichzelf die een mens kan opbrengen. Voor sommigen kan alles en voor anderen is het gevoel zichzelf volledig in te leveren te sterk. Wij maken het onszelf daarin ook niet gemakkelijk door van vrouwen te eisen dat zij met of zonder kind identiek in het sociale en werkende leven staan. De draagkracht die van een vrouw als moeder wordt geëist is dubbel zo groot als die van een man als vader wordt gevraagd. Aan mannen die aankondigen vader te worden wordt eigenlijk nooit gevraagd hoe zij denken hun werk en vader zijn te gaan combineren. Aan vrouwen is het de eerste vraag zo ongeveer.
Draagkracht heeft ook wel te maken met verwachtingen, voorbereidingen en verdeling. Verwachtingen bepalen voor een groot deel wat je ervaart. (Lees hier over wat ik eerder schreef over realistische verwachtingen.) Als je iets heel moeilijks en zwaars verwacht, kan het zomaar meevallen, terwijl dezelfde draaglast erg kan tegenvallen als er iets makkelijks werd verwacht. Een realistische verwachting zorgt ervoor dat je de nodige draagkracht mobiliseert, zodat er een evenwicht komt tussen draaglast en draagkracht. Je karretje kiept dan niet om, zodat jij niet met je benen omhoog ligt te stuntelen zoals de ezel in de illustratie. Vooral als je op tijd voorbereidingen treft en een werkverdeling maakt tussen alle partners in de onderneming.
Sommige dingen bij die voorbereiding liggen vast. De drager voor het ongeboren kind zit in het moederlijf en de borsten voor de melk zitten daar ook aan vast. De drager voor het geboren kind kan op vader en moeder allebei worden gebonden en met wat improvisatie kan het aanleveren van de melk ook worden gedeeld, hoewel dat niet de meest praktische taakverdeling is. De draagkracht voor de moeder wordt beter gebruikt als er van haar draaglast wat wordt afgenomen. De vader kan wat van die afgenomen draaglast overnemen, want hij heeft nog wel wat draagkracht over na het niet hoeven dragen van het ongeboren en het niet hoeven voeden van het geboren kind.
De draaglast van betaald werk kan ook worden verdeeld over beide ouders zodat hun beider draagkracht wat evenrediger wordt aangesproken. Door de draaglast van zowel het werk buitenshuis als van de zorg voor kinderen op te tellen en eerlijk te verdelen is de draagkracht beter verdeeld en meer waarschijnlijk toereikend. Hieraan meer tijd en aandacht geven tijdens de zwangerschap is profijtelijker dan het eeuwig doen over het uitzoeken van de babykamer, de uitzet en de geboortekaartjes. Overigens kan dragen, op welke manier dan ook die de handen vrij geeft, ervoor zorgen dat de draaglast van ouderschap minder wordt en de combinatie van ouderschap en sociaal leven en betaalde arbeid makkelijker maakt.


Huize Stoepkrijt:
Ik heb meer het idee dat mensen voor een langere doek kiezen omdat het ergonomischer draagt voor de ouders, het gewicht wordt beter verdeeld over schouders, rug en heupen. Wat dus gewoon fijner zit. Ik ontken niet dat er een “hype” is maar dat gaat meer over de aantallen en de uitvoering van de doeken dan om de draagdoek himself.

Ik ken ook geen consulente die een ringsling of korte schuifknoop zou afraden, daarbij ben ik er niet mee eens dat een langere knoopdoek meer werk is. Het is net als veter strikken, in de kleuterklas lijken de handelingen heel ingewikkeld maar nu denk je daar niet meer bij na. Een rugknoop als de rugzak/rück zit minstens net zo snel, hetzelfde voor een buikknoop als de front wrap cross carry (FWCC) als je die gewend bent.

Over voeden in een doek/ringsling heb ik toch een andere mening, zeker met een kleine (pasgeboren) baby zou ik dit nooit adviseren. Voeden moet je de tijd voor nemen, en niet “even snel” onder het stofzuigen (of andere klusjes) doen, voeden moet je zicht en aandacht voor hebben, zeker in het begin (ligt de baby goed aangelegd, is het neusje vrij) In de draagdoek is dit vaak niet het geval, vandaar dat ik dat als consulente niet adviseer (uitzonderingen daargelaten)

Groeten Sascha – draagconsulente www.dragenkunjeleren.nl

Debster:
Ook een langere doek heb ik echt binnen enkele seconden geknoopt. Een langere doek is wat steviger om mee op de rug te dragen, bij een ringsling of korte doek heb je toch kans dat je kindje iets scheef gaat hangen. Zeker bij een kindje van 6 maanden en ouder is rug dragen ideaal tijdens je dagelijkse bezigheden. En hey, voor het geld van 1 wandelwagen koop je makkelijk een lange doek én een ringsling 🙂

3 antwoorden
  1. Natalie
    Natalie zegt:

    Hihi.. geef mij maar m’n traploper ^-^
    Een simpele drager heb ik ook; klik en klaar, maar met mijn belabberde rug heeft de doek de voorkeur, gewicht wordt beter verdeeld en bij m’n -inmiddels 3e- kindje heb ik die zo geknoopt. Ook voeden in de doek is iets wat vaak gebeurt, zeker als de boodschappen wat lang duren naar zoon z’n zin.

    Beantwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] (het belang van) dragen schreef ik eerder in onder anderen Draaglast en draagkracht en in […]

  2. […] Meer over draaglast en draagkracht […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Meer lezen en leren over borstvoeding? Kijk eens in de Eurolac lactatiekunde boekwinkel