null

Afbeelding bij het bronbericht

De laatste tijd komen via kanalen die wetenschappelijk nieuws delen regelmatig dit soort berichten langs:

Sharing Breast Milk May Pose Risks Women Haven’t Considered: MedlinePlus. Een vorige ging over de onbetrouwbaarheid van online gekochte donormelk, deze gaat over het ontstellende gebrek aan kennis van vraagmoeders over veiligheidseisen voor donormelk. De toon van het artikel wordt direct in de eerste alinea’s gezet: As many as one-third of women don’t consider the health of a breast milk donor. The researchers also found few women are discussing with their doctor the option of using donor breast milk from a friend or family member before engaging in the practice. “We’re trying to play catch-up to understanding something that thousands of women are already doing so that health care professionals and women can make better decisions for themselves and their babies,” said Sarah Keim. She is a principal investigator with the Center for Biobehavioral Health at The Research Institute at Nationwide Children’s Hospital in Columbus, Ohio. “Our study found that friends and relatives and the media are playing a huge role in education and dialogue around breast milk sharing, but that health care practitioners are being left out,” Keim said in a hospital news release. “And that’s concerning, because there are risks involved with feeding your baby breast milk from another woman — friend or stranger.” Ik heb een paar zinsneden in de schijnwerpers gezet.

Iets dat duizenden vrouwen al doen”. Het gebruik van een min (direct borstvoeding bij een andere vrouw) of donormelk (afgekolfde moedermelk van een andere vrouw) is een praktijk die al wordt toegepast zolang de mens kan nadenken over de voeding van het nageslacht. Het was al die eeuwen lang het enige veilige alternatief voor kinderen van wie de moeder niet beschikbaar was of die onvoldoende melk voor haar kind kon maken. Kinderen die om welke reden dan ook geen borstvoeding van de eigen moeder konden krijgen keken met vrij grote zekerheid de dood in de ogen als er geen andere moeder was die hen kon voeden of anders van melk kon voorzien. In grote delen van de wereld is dat nu nog niet veel anders. Hoewel men altijd al wist dat directe borstvoeding bij de eigen moeder de meeste zekerheid gaf op gezondheid en veiligheid van het kind, waren er altijd omstandigheden waarin naar alternatieven moest worden gezocht. De veiligheid en functionaliteit van voeden door een andere moeder of met melk van een andere moeder heeft nooit ter discussie gestaan.

Weinig vrouwen (potentiële vraagmoeders) bespreken met hun dokter de optie om donormelk van een vriendin of familielid te gebruiken” en ”zorgverleners worden er buiten gehouden”. Moeders die overwegen donormelk te gebruiken als hun eigen melk niet volstaat of ongeschikt is, blijken [in dit onderzoek] daarover met iedereen en dan nog een te overleggen, behalve met hun zorgverleners.  We leven in een tijd dat mensen hun informatie over gezondheid, en over de verzorging en opvoeding van hun kinderen, niet meer in de eerste plaats halen bij zorgprofessionals, maar bij mensen in hetzelfde schuitje, in persoon of digitaal. Maar ook moeders die wel bij hun zorgverlener te rade gaan, over de mogelijkheden van het gebruik van menselijke melk voor hun kind, komen vaak van een koude kermis thuis.

hicsuntdrconisWie met een borstvoedingsprobleem bij de dokter komt, zal maar hoogstzelden door de dokter zelf worden geïnformeerd over de optie donormelk, maar eerder enkel de optie kunstvoeding voorgelegd krijgen. Leren de meeste zorgverleners over borstvoeding al bedroevend weinig, donormelk is waarschijnlijk voor het overgrote deel Terra Incognita. En in onbekend, niet in kaart gebracht gebied, leven volgens oude cartografen draken (hic sunt draconis). Draken zijn eng en gevaarlijk. Daar denk je liever niet over na, tenzij je een gediplomeerd drakenjager of drakenrijder bent. Waarom zouden moeders dus zelfs maar overwegen om met hun zorgverlener over donormelk te praten?

Er zijn risico’s verbonden aan het gebruiken van moedermelk van een andere vrouw”. Daarom zouden potentiële vraagmoeders juist wel met zorgverleners over donormelk moeten spreken. Want dat zijn degenen tot wie je je wendt met vragen over de gezondheid van je kind en voedselveiligheid. Maar dan moeten die zorgverleners er wel wat vanaf weten, of om te beginnen weten dat die mogelijkheid bestaat en waar goede informatie te krijgen is. Het blijft wat mij betreft zeer opmerkelijk hoe snel zorgverleners klaar staan met het advies om kunstvoeding bij te geven of er helemaal op over te gaan, maar donormelk niet eens overwegen of als gevaarlijk afwijzen. Oftewel: ze nemen de veiligheid, het nut en de noodzaak van kunstvoeding voetstoots aan, net zoals ze de onveiligheid en een twijfelachtig nut en noodzaak van menselijke melk ook zonder mankeren voor waar aannemen. Terwijl dat toch de omgekeerde wereld is. Kunstvoeding is niet veilig. Zowel het product zelf als het voeden van een kind met andere dan soorteigen melk is risicovol. Er zijn, om de uitspraak hierboven te parafraseren, risico’s verbonden aan het gebruik van kunstmatige vervangingsmiddelen voor menselijke melk. Die risico’s zijn bekend en goed gedocumenteerd: bacteriële vervuiling van het poeder, aanwezigheid van vreemde deeltjes van dierlijke of anorganische oorsprong, risico’s voor besmetting met en groei van pathogenen (ziekmakers) tijdens klaarmaken, bewaren en gebruiken, en een verhoogd risico van allerlei ziektes en aandoeningen op de korte, middellange en lange termijn, soms levenslang. Deze risico’s kunnen worden verkleind, maar lang niet uitgesloten door zeer zorgvuldige bereiding en het voeden volgens fysiologische principes, zoals besproken in dit en dit blog.

Natuurlijk zijn er ook risico’s verbonden aan het gebruik van donormelk. Dat ligt niet zozeer aan de soort melk, die is prima, maar aan factoren er omheen. De donormoeder kan een ziekte onder de leden hebben die met de melk kan worden doorgegeven (hoewel ze dan waarschijnlijk ook de antistoffen ertegen meegeeft). De donormoeder kan medicijnen, alcohol, tabak of andere drugs gebruiken, of ze kan voedsel gebruiken waarvoor de ontvangende baby allergisch is. Er kan onhygiënisch worden gewerkt bij het kolven, bewaren, vervoeren, verwerken en voeden van en met de donormelk. Het verschil met de risico’s van kunstvoeding is, dat deze vrijwel volledig (let wel: volledig risicovrij leven kan niet) kunnen worden geëlimineerd. Allereerst moeten zowel vraag- als donormoeders goed worden geïnformeerd en geïnstrueerd aangaande veilig kolven, bewaren, vervoeren en verwerken van moedermelk. De donormoeder moet worden gescreend op ziektes en leefstijl. Eventueel kan de melk worden getest en eveneens eventueel kan de melk worden gepasteuriseerd. Dit zijn belangrijke zaken, die je niet kunt overlaten aan vertrouwen van mensen op hun mooie blauwe (of bruine of groene) ogen. Daarom is het goed donormelk niet via internet aan te kopen van iemand die je niet kent en die je niet kunt onderzoeken. Het uitwisselen van menselijke melk via een gestructureerde tussenpartij (bijvoorbeeld een moedermelkbank of het moedermelknetwerk) kan wel brede garanties voor veiligheid geven.

Donormelk gevaarlijk? Niet inherent, maar mogelijk wel als je de veiligheidsmaatregelen naast je neerlegt. Alles naast elkaar leggend is de keuze voor donormelk waarschijnlijk, zeer waarschijnlijk, veiliger dan die voor niet-menselijke, kunstmatig vervaardigde vervangingsmiddelen voor moeders eigen melk.

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Vaak wordt gedaan of donormelk een van de gevaarlijkste dingen is die je kunt geven aan je kind. Die aantijgingen weerleg ik in Donormelk gevaarlijk? […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Eurolac Lactatiekunde werkt samen met