Daar is-ie nog eens. En weer. Keer op keer steekt het viermaandenmonster zijn lelijke kop om de hoek. Elke keer weer met andere, maar eigenlijk dezelfde argumenten.

Daar is-ie nog eens

Fred Savage als Brian Stevenson vindt in LIttle Monsters (1989) Howie Mandel als monster Maurice onder zijn bed, maar het blijkt allemaal wel mee te vallen

Daar is ie nog eens

daar is ie nog eens

Elke zoveel maanden wordt het weer als nieuwste nieuws gepresenteerd: ”Bijvoeden van borstgevoede kinderen moet tóch vanaf vier in plaats van vanaf zes maanden”. Steigerend en bokkend hadden zorgverleners en protocollenmakers de aanbevelingen van de WHO overgenomen dat kinderen het hele eerste halve levensjaar uitsluitend borstvoeding nodig hebben en dat pas vanaf 6 maanden vast voedsel hoeft te worden aangeboden. Het is een schijnbaar diepgeworteld, scherp ingesleten besef dat kinderen ver voor die tijd al met papjes en prutjes dienen te worden gevoed. En toen verscheen er een onderzoek door enkele heren doctoren, die geheel toevallig en totaal niet beïnvloedende contacten met de kindervoeding industrie hadden, waaruit leek te blijken dat het echt toch veel beter was om maar wel alvast vanaf vier maanden aan de prak te gaan. Het blog dat ik in antwoord daarop schreef werd een all-time high, een onverslagen nummer 1 in de top 10 van gelezen Eurolac Flits! Blogs: Vroeger, later –precies op tijd? Ook andere bloggers en publicisten haakten er gelijk op in: ‘’Kenniscentrum Borstvoeding verwerpt richtlijn vier maanden’’ en De Groene Vrouw: Die Zes Maanden, juli 2012, en het vervolg daarop ”Darmrijping & de eerste hapjes (de wetenschap achter bijvoeding & ‘die zes maanden’)”.

In de tijd tussen die eerste blurb en nu kwamen op gezette tijden dit bericht en vergelijkbare berichten naar boven, en de zorgverleners en protocollenmakers wisten van gekkigheid niet hoe snel ze de richtlijnen moesten terugdraaien naar bijvoeding vanaf vier maanden. Want nu was er werkelijk net echt wetenschappelijk bewijs dat dat beter is. En er zijn inderdaad aanwijzingen dat dat voor sommige vormen van allergie mogelijk het geval zou kunnen zijn. Maar er is een grote ‘maar’ en ergens gaf ik daarom dit antwoord (en gaf eerder al vergelijkbare):

Allergie is maar één factor en de enige die mogelijk baat heeft bij introductie van vast voedsel voor het eerste halfjaar om is. Door al voor zes maanden fanatiek aan het bijvoederen te slaan vergroot je juist een heleboel andere risico’s, terwijl het risico van maar sommige vormen en uitingen van allergie mogelijk worden verminderd. De adviezen die de meeste onderzoekers (met uitzondering van de prutpotjes gelieerden) geven zijn dan ook niet om al volop aan de hapjes te gaan met vier maanden, maar dat het voordeel op gebied van allergie preventie kan hebben om ”vóór zes maanden” *voorzichtig* bepaalde voedingsmiddelen, met name gluten, mogelijk koemelk, te introduceren, meer op een proevende dan een voedende manier. En hoewel ik voorstander ben van wachten met actief bijvoeden tot na de eerste halfjaardag, is in die laatste maand daarvoor af en toe eens likken aan of sabbelen op iets wat moeder eet geen ramp.

Iets anders dat me in dit soort berichtgeving mateloos irriteert is het gemak waarmee wordt gesteld dat ‘’De WHO’’ aanraadt dat kinderen zes maanden borstvoeding moeten krijgen. Zoals bijvoorbeeld op de site Wij.nl waar de laatste opleving van deze opgewarmde viermaandenprak vandaan komt: ‘’ Dit advies lijkt in tegenspraak met het advies van de World Health Organization (WHO) om 6 maanden exclusieve borstvoeding te geven. Voedingskundige Suzan Tuinier (Vitamine Informatie Bureau): “De WHO geeft dit advies met het oog op het risico op ondervoeding en infecties bij jonge kinderen in ontwikkelingslanden en niet ter preventie van voedselallergie’’. Nee, mevrouw Tuinier, de WHO geeft dit advies niet alleen voor zielige derdewereldkindjes, maar voor alle kinderen waar ook ter wereld en wel omdat dit de biologische norm voor onze soort is. Voor de vitamientjes en zo, en voor de bescherming en zo. Niet voor de allergiepreventie, inderdaad, want dat is eerlijk gezegd maar een ondergeschikt onderdeel van alle aspecten die spelen bij de effecten van de voedingskeuze in de eerste zes maanden.

Zes maanden exclusief borstvoeding, zegt de WHO, niet zes maanden borstvoeding. Zes maanden alleen borstvoeding en dan nog meer borstvoeding, terwijl er in een rustig tempo ander voedsel wordt geïntroduceerd. Dan borstvoeding en bijvoeding evenwichtig naast elkaar en nog steeds borstvoeding in het hele tweede levensjaar of zoveel langer als moeder en kind samen willen. En ook over dat aspect gaf ik meermaals antwoorden in discussies antwoord, zoals bijvoorbeeld deze:

Bij veel zoogdieren is de gemiddelde leeftijd van het doorkomen van het melkgebit de leeftijd voor het beginnen met ander voedsel (het begin van de speenperiode) en de gemiddelde leeftijd bij het begin van het wisselen van het gebit de gemiddelde leeftijd voor het uiteindelijke spenen (volledig stoppen met zogen). Voor de mens kom je dan ergens in het tweede halve levensjaar beginnen met bijvoeding en volledig stoppen met borstvoeding tegen een jaar of 5-6. Natuurlijk zijn er ook andere indicatoren, zoals het geboortegewicht in relatie tot het volwassen gewicht, en de groeisnelheid; de duur tot de aanvang van de puberteit; het soort voedsel van de volwassen dieren, de motorische ontwikkeling, de ontwikkeling van de spijsvertering en het immuunsysteem, om er een paar te noemen. Al die factoren samen komen uit op de periode tussen 6 en 12 maanden om een start te maken met ander voedsel naast borstvoeding en een totale duur van borstvoeding (naast andere voeding) tussen 2,5 en 5-7 jaar.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.