Verzorgen met wol

Springende conclusies

Mijn oog viel op een bericht in het 365 dagen project De Nieuwe Baby met een enthousiast bericht over een methode voor de behandeling van pijn in de borsten: borstmassage. Dat klinkt veelbelovend: moeder minder pijn en baby drinkt beter, vaker, meer, de zorgverlener een extra truc in de trukendoos. Iedereen blij. Maar wacht eens even, waar gaat het hier eigenlijk over? Jammer genoeg is alleen de samenvatting in het Engels en het artikel in het Koreaans. Vrij opvraagbaar, maar ja, mijn Koreaans is niet echt vloeiend, zeg maar. Ik zou een aantal dingen willen weten voor ik me aan een oordeel over de waarde van dit onderzoek voor de dagelijkse praktijk van borstvoedende moeders waag.
Bijvoorbeeld: wat voor soort massage werd toegepast: zomaar wat wrijven, massage voor het openen van verstopte melkkanalen of de speciale Japanse borstmassage? Als het die laatste is, is het onderzoek voor ons verder van generlei waarde, want die methode is Hoogst Geheim en Extra Speciaal. Of: wat werd nu eigenlijk behandeld? Verder onbeschreven pijn ergens of overal in de borst of specifieke pijn? Of verstopte melkkanalen en borstontsteking? Of drinkgedrag van de baby? Het meten van het natriumgehalte van de melk doet het laatste vermoeden. Bij een borstontsteking loopt de melkproductie terug en door het lagere volume met gelijkblijvende absolute hoeveelheid zouten wordt de melk zouter. En van borstontstekingen en verstopte melkkanalen wisten we al dat massage een goede ondersteunende behandeling kan zijn.
Zo zijn er wel meer condities in een baby waar men snel geneigd is tot conclusies te springen en een behandeling in te zetten zonder in te gaan op de vragen ‘’Wat is er eigenlijk aan de hand?’’ en ‘’Waardoor wordt dit mogelijk veroorzaakt?’’ Want pas als je weet wat er aan de hand is en, indien dat werkelijk een probleem is, waardoor het werd veroorzaakt, kun je geen adequate behandeling starten. Laten we als voorbeeld reflux nemen. Toen ik begon in de borstvoeding business bestond reflux niet. Er waren spugende baby’s en er was GERD (gastroesofageal reflux disease). GERD is een vrij ernstige aandoening met aantasting van het slokdarmslijmvlies door herhaalde en intensieve blootstelling aan maagzuur door veelvuldig terugvloeien van de maaginhoud of chronisch overgeven, bijvoorbeeld door een defect aan de afsluiting tussen maag en slokdarm. Hebben nu alle kindertjes die spugen een falende afsluiting tussen maag en slokdarm? Nee, gelukkig niet, gelukkig is ons ontwerp beter dan dat.
Maar de afsluiting tussen maag en slokdarm bij een zuigeling functioneert wel anders dan die bij grotere kinderen en volwassenen. Alles tussen de lippen en de maag functioneert bij een zuigeling net even anders, omdat hij een volledig vloeibaar dieet heeft en dat stelt andere eisen aan de voedselinname dan een primair vast dieet. Wanneer zorgen en zogen bij een baby volgens het biologische plan verlopen, zal die manier van functioneren van mond, keel, slokdarm en maag prima werken. Ingebouwde beschermingsmechanismen zorgen voor afvoer van problemen, bijvoorbeeld een voor in de mond liggende kokhalsreflex, die voorkomt dat ongewenste substanties (als in: alles wat geen melk is) per ommegaande eruit worden gewerkt, en een maag die makkelijk overloopt bij overvulling, die goede vertering in de weg kan staan. In die zin is melk terug geven goed en normaal.
Ik schets u een plaatsje van een moderne baby: hij brengt het overgrote deel van het etmaal door in een plat op de rug liggende positie of in een min of meer in elkaar gedrukte, min of meer zittende positie. Hij wordt gestimuleerd tot het innemen van zo mogelijk wijd uiteen liggende voedingen met een volume van min of meer het dubbele van een comfortabele maaginhoud*. Ter vergelijking: de houding volgens de biologische blauwdruk is min of meer rechtop verticaal of voorover liggend en zijn maag wordt frequent met korte tussenpozen gevuld met hoeveelheden die de comfortabele fysiologische maat niet overschrijden. Het is niet verwonderlijk dat de platliggende of in elkaar gedoken zittende en overvoerde baby gaat spugen, net na de voeding, of na een heldhaftige poging van de maag om de melk toch te verteren, een uur of langer na de maaltijd als dat verteren toch niet zo best werkt. Vooral dat latere spugen leidt tot symptomen die lijken op die van ziekelijke reflux, omdat de melk dan al volop is gemengd met maagzuur en de slokdarm aantast.
En dan springen mensen makkelijk zonder verder nadenken naar een mogelijke conclusie: reflux! en de pot met pillen of met drankjes staat al klaar. De melk wordt ingedikt, omdat dat er misschien minder makkelijk uitloopt (maar het in feite voor de maag moeilijker maakt te verteren), er worden maagzuurremmers gegeven, want dan is de opgespuugde maaginhoud niet zo zuur en etsend (terwijl in feite het verteren helemaal niet meer werkt), of er worden middelen gegeven die de maaglediging versnellen, om de maaginhoud de gewenste richting in te dwingen (terwijl de maag dan nog niet klaar is met verteren en de darm dat moet overnemen, er niet toe in staat is en voor krampen gaat zorgen).
Een spugende baby om te beginnen het overgrote deel van het etmaal in een meer fysiologisch houding houden en hem frequente, kleine voedingen geven zal voor kinderen voldoende zijn om op miraculeuze wijze zonder medicatie van de reflux te genezen. Voor kinderen waarbij dat niet  werkt en die dus wellicht wel echte reflux hebben, kan verder onderzoek en eventueel medicatie nodig zijn. Na een goed onderzoek. Dus. En een gedegen, medisch wetenschappelijke diagnose met respect voor de fysiologie en uitsluiting van iatrogene (= door de zorg veroorzaakte) factoren.
Op het oude blog over de fysiologische maaginhoud

Titelfoto: Hayden Christensen als David Rice in Jumper waarin mensen met een speciale gave zonder na te denken in een moment naar een andere plaats kunnen springen

Fratsen

Een collega belt me. Ze moet even stoom afblazen. Haar verhaal is heel herkenbaar. De frustratie over onnodige problemen met onnodige oplossingen die borstvoeding onnodig moeilijk maken. Precies de thema’s van de afgelopen twee blogs. Wij zijn allebei van de vroegste lichting lactatiekundigen in Nederland en we komen allebei uit hetzelfde vrijwilligersnest. We waren het helemaal met elkaar eens: vroeger was er geen reflux en geen overproductie. Natuurlijk spuugden kindjes ook toen wel eens een mondje of een flinke plens melk uit. Dat is waarom in de babyuitzet een hele stapel spuugdoekjes was voorzien. En natuurlijk liep bij moeders vraag en aanbod ook niet altijd direct gelijk op. Er waren toen natuurlijk ook problemen: kapotte tepels, borstontstekingen en niet genoeg melk (of het vermoeden daarvan) zijn er altijd geweest. En ook toen al werden die vaak veroorzaakt door een verkeerde aanpak van borstvoeding en ridicule regeltjes. Het feit dát er problemen zijn was dan ook niet onze grootste frustratie in dat telefoongesprek. Problemen bij borstvoeding is ons vak, dus die verwachten we. Nee, het belangrijkste pijnpunt was dat soms de verkeerde regels en adviezen aan moeders met problemen, al die rare fratsen, niet van anderen komen, maar van vakgenoten.
De frustratie deze keer was beleid dat leidt tot overproductie en de ingewikkelde procedures die vervolgens die overproductie weer in toom moeten krijgen. De belangrijkste oorzaak van overproductie is niet een fout in de aanleg bij de moeder of een overactief hormonaal systeem, maar simpelweg verkeerd beleid. Het gros van de borsten die al te overdadig melk maken doen dit omdat ze gewoon doen wat er van ze wordt gevraagd. Men zou dit dan wellicht ook beter niet overproductie moeten noemen, maar overstimulatie. Bij een meerderheid van de moeders die ik de afgelopen tijd zag en sprak was er sprake van voortdurende overstimulatie van de borsten tijdens het voeden. Constant mee masseren of borstcompressie tijdens een volkomen normale voeding. Het kind als hij even pauzeert stimuleren verder te drinken. Het kind wakker houden als hij in slaap sukkelt om de voeding langer te maken en de intake te vergroten. Allemaal fratsen.
Bij navraag doen de meeste van deze moeders dit niet omdat dat henzelf zo’n goed idee lijkt, maar omdat ze dat zo geleerd hebben. Want een voeding moet voldoende lang duren en er moet al die tijd actief worden gedronken, is de les die zij leerden, ander krijgt de baby niet de Vette Achtermelk en zullen Erge Dingen gebeuren. Ik krijg daar dus helemaal de kriebels van. Het kan nooit de bedoeling zijn dat moeders in volledige concentratie en met volledig alles uitsluitende focus en volgens strak voorgeschreven technieken hun kind moeten voeden. Ik heb datzelfde gevoel bij alle soorten voedingsleer waarbij je ook elke maaltijd moet berekenen, bepaalde voedingsmiddelen wel of absoluut niet moet combineren en vooral nooit zomaar voor de lol en het lekker iets in je mond stoppen. Ooit een koe in de wei bezig gezien met het nauwkeurig inspecteren van de grasjes en kruidjes en de verschillende nutriënten bij elkaar combineren en berekenen of alles wel klopt? Ooit een moederbeer bezig gezien met het wakker schudden van haar pups en het knijpen in haar borsten? En geloof maar dat die berenpups echt behoefte hebben aan zeer vette melk. En die vette melk krijgen ze zonder rare fratsen uit te halen.
Belangrijke, levensbepalende lichamelijke functies gaan over het algemeen volkomen vanzelf en ongemerkt door. Of ze gaan makkelijk en vanzelfsprekend en brengen plezier en genot. Als aan een paar basisvoorwaarden is voldaan kun je het zijn eigen gang laten gaan en komt het vanzelf goed. Een belangrijke reden voor het doorslaande succes van zoogdieren is dat het zo makkelijk gaat, dat zoogdiermama’s er niet bij hoeven nadenken, geen ingewikkelde dingen hoeven te doen, geen rare fratsen hoeven uithalen die het grootste deel van hun aandacht opeisen. Aandacht die ze dan niet meer aan andere dingen kunnen besteden. Zoogdiermama’s kunnen zich dat namelijk niet permitteren om zoveel tijd en aandacht te geven aan het simpele voeden van de jongen. Dat is evolutionair oneconomisch, want het verlaagt hun eigen overlevingskansen. Het idee van dat zogen van zoogdieren is dat het allemaal vanzelf gaat, weinig energie kost en toch plezierig is om te doen. Zonder rare fratsen zoals schema’s, werkmodellen en toestellen.
Al dat gefruts, geprik, geknijp en gedoe tijdens het drinken geeft allemaal verkeerde signalen aan de moeder, aan het kind en aan de borsten. Zowel de samenstelling van de melk, als de bouw en werking van het spijsverteringssysteem en de lichamelijke ontwikkeling van het kind en zijn hersenontwikkeling geven aan dat een mensenkind veelvuldige kleine voedingen nodig heeft. Bij frequente stimulans van de borsten, bij frequente afname van kleine hoeveelheden melk wordt de hoeveelheid aan te maken melk het makkelijkst afgestemd op de vraag en is de samenstelling het best afgestemd op wat een kind nodig heeft. Frequente kleine voedingen zorgen voor een optimaal werkende spijsvertering en een ononderbroken toestroom van brandstof voor de hersenen. Het intensieve contact tussen moeder en kind zorgt voor ruime stimulatie van de hersenen voor een zo volledig mogelijke ontplooiing. Als de omstandigheden goed zijn en het kind in staat wordt gesteld zijn instincten en reflexen te volgen zal dit alles leiden tot een vanzelfsprekend gebeuren en een plezier voor moeder en kind. Moeder zal daarbij ook nog tijd en energie overhouden om haar eigen ding te doen. Met haar kind aan de borst, op de arm, op de rug. Zonder fratsen en gedoe.

Meer op het oude blog met label aanbevelingen, regels, richtlijn, blauwdruk.

Titelfoto: Charles Chaplin als ‘A Factory Worker’ in  Modern Times (1936)

Over het randje

Toen mijn kinderen klein waren en toen ik begon in de borstvoedingbegeleidingsbusiness hoorde je eigenlijk nooit over reflux. Niet dat kinderen niet spuugden. Nee, dat deden ze wel en soms nogal veel ook. Wasmachines vol elke dag met luiers en hemdjes en andere kleertjes vol met restanten van uitingen van allerhande lichaamsopeningen. Mijn moeder had wekelijks teilen vol met dat spul op het gasfornuis staan. Uitkoken met soda die hap en dan spoelen en door de wringer en buiten te drogen hangen. Liefst in de zon voor het bleken van de laatste vlekken. Maakte zij zich zorgen om al wat er voor en achter, onder en boven uit haar vijf baby’s kwam? Nee, en voor het ongemak van de was had ze een hulp, want ze was, heel modern voor die tijd, een werkende moeder. Maakte ik me er zorgen over? Nee, en de was ging met hulp van een stagiaire – want ik was, heel onmodern voor die tijd, een thuisblijfmoeder met stagiaires van een zorgassistenten opleiding – in de wasmachine. En nu? Kinderen spugen nog steeds evenveel, maar men lijkt zich er meer druk om te make. Het heet ook al gauw geen spugen meer, maar reflux. En het lijkt wel of de kindjes zelf er ook meer last van hebben dan de kindjes van vroeger, toen het nog spugen heette. Zouden er dan echt nu zo veel meer kindjes met zwakke maag-slokdarm afsluitingen zijn? Of meer kindjes met pathologisch hoge zuurproductie in de maag? Ik kan het me niet voorstellen, waarom zou zo iets voorkomen? Het lijkt wel of baby’s meer, vaker en langer huilen dan vroeger. De, vaak zonder onderzoeken gestelde, diagnoses zijn in de overgrote meerderheid ‘’krampjes’’ (kolieken) of ‘’reflux’’, of als er geen zichtbaar spugen is, ‘’verborgen reflux’’ en allergie op een goede derde plaats. Terugkijkend (een uiterst onwetenschappelijke methode, ik weet het) zie ik een link tussen het begin van het advies om kinderen op de rug te slapen te leggen en de opkomst van de, bijna epidemische, reflux diagnose en de opkomst van methodes om huilbaby’s te behandelen. Op de rug slapen mag dan een statistisch effect hebben op het verminderen van wiegendood, het is voor een baby, net als voor elk zoogdier, een uiterst onfysiologische houding. Neurologisch functioneert een kind het beste in een voorover liggende (niet helemaal plat!) houding. Plat op de rug liggen is instinctief een gevaarlijke houding: als er iets gebeurt (weet het organisme van het kind veel dat hij niet meer in het wild leeft met beren en sabeltandtijgers om de hoek?) kom je maar moeilijk weg en lig je met al je edele en weke delen bloot. (Doe zelf maar eens een observationeel onderzoek en kijk hoeveel zoogdieren –liefst niet te veel *gedomesticeerde* katten en honden- er een gewoonte van maken om op de rug liggend te slapen.) tenslotte is de overlooprand van de maag bij een zuigeling erg laag als hij op zijn rug ligt en zal de inhoud ervan met een dieet van vloeibaar voedsel al snel over het randje gaan. Dit wordt nog versterkt als het kind grote, ver uit elkaar liggende maaltijden krijgt. (Nog een doe-het-zelf-onderzoek: drink een vloeistof in een hoeveelheid die overeenkomt met 200ml voor een kind van 5 kilo, dus 2000ml bij een gewicht van 50 kilo, en ga vervolgens plat op de rug liggen om te slapen. Noteer nauwkeurig hoe dat voelt en wat er gebeurt.)
Al met al was ik dus niet verbaasd met de uitkomsten van het onderzoek van van der Pol et al (2011) dat zuurremmers niet helpen bij baby’s met reflux symptomen. Het ligt namelijk meestal niet aan het maagzuur, maar heel vaak aan de overvulling van de maag in combinatie met plat op de rug liggen. Campanozzi et al (2009) hadden al aangetoond dat van de hele onderzoeksgroep (N-313 kinderen die voldeden aan bepaalde criteria voor regurgitatie) er uiteindelijk maar 1 kind was dat na 24 maanden echte reflux bleek te hebben en 1 een koemelkallergie. Bij alle andere kinderen was het allemaal vanzelf overgegaan met gebruik van ‘’conservatieve’’ behandelmethodes: houding en voeding veranderingen, waarbij het bij kinderen die geen borstvoeding kregen langer duurde voor het over was dan bij kinderen die wel de borst kregen.
De fysiologie van een mensenbaby vraagt om veel lichamelijke nabijheid, een predominant verticale lichaamshouding en veelvuldige kleine voedingen (dat wil zeggen de dagelijkse portie van 750-1000ml melk verdeeld over minimaal 8, mogelijk meer, voedingen). Op die manier verzorgde, gekoesterde en gevoedde kinderen die alsnog symptomen van reflux vertonen konden wel eens echt maagprobleem hebben en dus baat hebben bij medicinale behandeling.

  • van der Pol RJ,. Smits MJ, Wijk MP, Taher I. Omari TI, Tabbers MM, Benninga MA: Efficacy of Proton-Pump Inhibitors in Children With Gastroesophageal Reflux Disease: A Systematic Review. Pediatrics 2011; 127:5 925-935; published ahead of print April 4, 2011
  • Campanozzi A, Boccia G, Pensabene L, Panetta F, Marseglia A, Strisciuglio P, Barbera C, Magazzù G, Pettoello-Mantovani, Staiano A: Prevalence and Natural History of Gastroesophageal Reflux: Pediatric Prospective Survey. Pediatrics March 2009; 123:3 779-783

Titelfoto: zwembad over het randje van Hotel Elan in Dallas, USA.

Hergeboorte

Hergeboorte of wedergeboorte is een niet eenduidig begrip. In religieuze betekenissen gaat het om een leven na dit leven, een leven na de dood of de herrijzenis of wederopstanding van de doden. In andere betekenissen gaat het om een vernieuwing of een herhaling van een aanvangsproces. In het Engels heet het dan rebirthing en betekent het een therapie. Nu ga ik het niet hebben over die transcendente of spirituele betekenissen, maar wel de meer alledaagse. Mijn inspiratie hiervoor, dat zal niemand verrassen, is de recente verhuizing en reorganisatie van mijn sites en winkel. Heel Eurolac Lactatiekunde is nu verenigd onder één dak met één adres: eurolac.net. Daar kom je bij de winkel, het blog en alle artikelen, en informatie over Eurolac Lactatiekunde en de praktijk. Alle blogs van eurolactatie.net zijn verhuisd naar de nieuwe locatie, maar voorlopig kun je ze ook nog onder het oude adres vinden. Nieuwe blogs komen daar niet meer. Die komen allemaal hier en dit is de eerste. Een echte hergeboorte dus. Een nieuw begin. De alleroudste blogs (van 2008 tot en met 2013) zijn nog te vinden op Blogger. De interessantste daarvan komen als herblog ooit hier terecht en dan zal dat blog ophouden te bestaan. De blogs van 2011 vind je natuurlijk terug in Borstvoeding van dag tot dag. Enfin, iets in de geest van Een nieuwe Lente, een Nieuw Geluid, maar dan wel eigenlijk, toch wel, vooral bekende geluiden, want de locatie mag dan veranderd zijn en de opmaak en inrichting ook, wat Eurolac Lactatiekunde te bieden heeft blijft hetzelfde, uiteraard. De missie en uitgangspunten blijven onverminderd van kracht.

timeline35Vandaar dat dit blog verder over borstvoeding gaat, dat is per slot de core business. Therapeutische hergeboorte is ook een techniek die kan worden ingezet bij kinderen die moeilijk aan de borst gaan. Kinderen die de borst niet lijken te vinden of geen idee lijken te hebben wat ze ermee aan moeten. Soms ook kinderen met een drinkverwarring door het aanbieden van verschillende drinktechnieken door elkaar. (Dit laatste fenomeen wordt meestal zuigverwarring genoemd, maar dat is niet helemaal accuraat, het gaat namelijk om veel meer dan enkele zuigen. Maar dat terzijde.) Therapeutisch hergeboorte is gebaseerd op het idee dat je – als je het kind terugbrengt in een situatie die lijkt op de periode net na zijn geboorte –  de reflexen die bij die periode horen opnieuw activeert. Het maakt daarbij niet uit of hij daadwerkelijk na zijn geboorte met die reflexen heeft gewerkt of niet. Het gaat erom dat de triggers voor die reflexen opnieuw worden aangezet. De twee belangrijkste factoren bij dat her-triggeren zijn houding en aanraking. De houding zoals op dit plaatje, waarbij de moeder achterover ligt en baby voorover op haar, beiden met hoofd en schoudergordel hoger dan de heupen, is de houding van direct na de geboorte en deze zorgt voor een optimale werking van de neurologie (zenuwstelsel) van het kind. Door daarbij te zorgen voor veel aanraking van de huid van beide partners ondersteunen de daarbij vrijkomende hormonen het neurologische proces bij de baby. Reflexen zijn uitingen van het zenuwstelsel. Deze houding geeft de baby ook het meest veilige gevoel. Hij ligt volledig ondersteund, neemt met al zijn zintuigen zijn moeder waar (moeder is de ultieme veiligheid) en zijn weke delen (de organen in de buik) zijn beschermd.

Ondersteunend in dit hergeboorteproces zijn het dempen van scherpe zintuiglijke waarnemingen en het toevoegen van plezierige, kalmerende rustgevende zintuiglijke waarnemingen. Dat betekent in de praktijk dat het licht wordt gedempt en dat geluiden zacht zijn. Zachte, harmonieuze muziek kan heel goed werken (als moeder tijdens de zwangerschap naar zulke muziek luisterde zal baby dat herkennen), vooral in combinatie met een half-donkere omgeving, eventueel met rood-achtig licht, net als in de baarmoeder. De temperatuur moet aangenaam zijn voor moeder en kind zonder kleding. Voor moeder is zachte muziek ook fijn en bij haar kan een fijne geur ook meewerken om kalm te worden en rust uit te stralen. Wat voor jou een fijne geur is, kan ik niet zeggen; de beste geur is die waarvan jij je lekker en misschien een beetje doezelig gaat voelen. Voor de een is dat roos met lavendel, voor een ander wierook en voor weer een ander de geur van verse appeltaart met kaneel. Zorg dat je comfortabel ligt, goed gesteund en ongestoord. Je slaapkamer is waarschijnlijk de beste plaats. Wie een ligbad heeft, is in het voordeel. Therapeutische hergeboorte werkt vaak het beste in een warm bad. Probeer je kind daarbij zo ver mogelijk onder water te hebben (hoofd blijft vrij natuurlijk!) of giet zachtjes met een kommetje telkens wat water over haar ruggetje. Als je een handdouche hebt die je je heel zacht kunt zetten kan dat ook. Zorg dat het water ongeveer op lichaamstemperatuur is en vul steeds wat water toe om afkoeling te voorkomen.

Wat je perse niet wilt doen is je kind actief proberen aan te leggen. Zorg dat je borst bereikbaar is, maar stuur of stimuleer niet. Als je kind eraan toe is zal hij zelf naar je borst gaan en aanhappen. Zo niet, dan heb je evengoed een heel fijn knuffelmoment samen. Dit geldt zowel bij een droge als natte hergeboorte sessie (ofwel in bed of in bad). Sommige kinderen gaan gelijk in de eerste sessie aan de borst, anderen hebben meerdere keren nodig. Dat geeft niet, geef je kind en jezelf die tijd. Pas therapeutische hergeboorte niet toe als je kind honger heeft, maar kies een moment waarvan je denkt dat de echte honger nog een halfuurtje weg is. Je kunt ook eerst een halve voeding geven om de scherpe kantjes eraf te halen en dan beginnen. Zorg ervoor dat je veilig in bed ligt, want het kan zomaar gebeuren dat je samen in slaap valt. Maak met kussens, waar je je armen op legt, een nestje (goede taak voor die slang-of hoefijzervormige voedingskussens), zodat je kind niet van je af kan rollen*. Wanneer je kiest voor de badmethode, zorg er dan voor dat er altijd een verantwoordelijke volwassene in de buurt is die een oogje in het zeil houdt.

*) Als je een verstelbaar bed hebt zet je het hoofdeinde omhoog in een stand die je plezierig vindt. Als je geen verstelbaar bed hebt, kun je iets onder je matras leggen aan het hoofdeinde, bijvoorbeeld een paar kussens. Ga liggen en leg langs je zijkanten kussens neer van je knieën tot je hoofd. Als je genoeg kussens hebt kun je er ook nog eentje onder je knieholtes leggen, als je dat comfortabel vindt. Leg je armen op de kussens (zorg ook hier weer dat je gemakkelijk ligt!). Laat dan iemand je baby bovenop je leggen, met zijn hoofd ongeveer tussen je borsten.

 

Over als het niet gaat zoals je had gedacht lees je Plan B

Over afkolven en verwerken van moedermelk en alternatieve voedingsmethodes lees je de artielen in de serie Moedermelk

Eten voor je kleintje

Medicijnen en borstvoeding

Een moeder die borstvoeding geeft kan veel vaker dan voor mogelijk wordt gehouden bepaalde medicijnen gebruiken. Kinderdiëtist Stefan Kleintjes en lactatiekundige-IBCLC Gonneke van Veldhuizen-Staas lichten de processen en overwegingen toe die van belang zijn wanneer een vrouw die borstvoeding geeft een bepaald medicijn zou moeten gebruiken.