|
 | Psychologische modellen en hun invloed op borstvoeding en ouderschap |  |
| ‘’Borstvoeding gaat niet over voeding, maar over relaties’’ | Attachment: | 1. hechting; 2. verbinding, relatie; 3. inhechtenisneming, beslaglegging; 4. aanhangsel, hulpstuk; 5. aanhankelijkheid, gehechtheid. | | To bond: | 1. (ver)binden, bijeenhouden, samenhangen; 2. in entrepot opslaan); 3. verhypothekeren; 4. –metselwerk- verbinden; 5. psych.: binden | Uit het volgende artikel (een vertaling en bewerking van brieven van Keren aan Lactnet –internationale discussiegroep- en aan mij) blijkt dat attachment en bonding,hoewel ze taalkundig een bijna gelijke betekenis hebben, ze beslist niet dezelfde betekenis hebben in de psychologie. Bij vertaling is het moeilijk het verschil in gevoelswaarde te waarderen. Bovenstaande woordenboek betekenissen lijken aan te geven dat attachment meer te maken heeft met genegenheid en bonding meer of minder een mechanisch proces genoemd kan worden. Vanwege deze moeilijkheid met vertalen heb ik ervoor gekozen de termen attachment en bonding onvertaald over te nemen, hoewel ik in sommige contexten kies voor de termen gehechtheid en binding.
| |
 | Bonding |  |
| De bonding theorie was oorspronkelijk gebaseerd op ideeën van onderzoekers na het observeren van diergedrag. In de dierenwereld is de periode direct na de geboorte een kritieke tijd waarin het moederdier bepaald gedrag vertoont naar haar jongen, dat bepalend is voor de kwaliteit van haar latere zorg voor de jongen. Elke verstoring van of inmenging in de door de natuur vastgelegde omstandigheden zal een negatief effect hebben op het vermogen van de moeder om voor haar jongen te zorgen. Zo zullen bijvoorbeeld de moeders van sommige diersoorten niet voor hun jong zorgen als ze ervan gescheiden zijn geweest en andere niet als het jong door mensen is aangeraakt. Deze theorie werd vervolgens overgenomen voor menselijk gedrag. In hun eerste onderzoeken gingen de bonding onderzoekers ervan uit dat ook mensenmoeders in de eerste dagen na een bevalling specifieke gedragsvormen vertonen en dat ook mensenmoeders en baby’s erg gevoelig zijn voor veranderingen in de natuurlijke omstandigheden. Zij gingen er daarom ook vanuit dat mensenmoeders, net als andere dierenmoeders, een aantal van nature geprogrammeerde gedragingen vertonen, waaronder naar de baby kijken vanaf de vingers en dan omhoog, en de en-face positie, waarbij moeder en kind elkaar tegelijkertijd recht aankijken. De onderzoekers vonden dat deze vroege bonding gedragsvormen essentieel waren voor moeders en hun zuigelingen voor het aangaan van een relatie, wat zij onder elkaar bonding noemden. Belangrijkst is dat deze onderzoekers ervan uit gingen dat als er niet de goede condities waren gedurende deze kritieke fase om deze bonding gedragsvormen mogelijk te maken, moeders en hun zuigelingen geen goede relatie konden aangaan, ofwel bonding problemen zouden hebben. De bonding theorie had grote invloed op de omstandigheden van moeders en baby’s in de eerste postpartum fase, in een tijd waarin in veel westerse lande n de ziekenhuisbevalling en scheiding van moeder en kind direct na de geboorte standaard waren. De ziekenhuis bevalling bleef (in de meeste westerse landen werd ze zelfs meer en meer gemeengoed), maar de bonding theorie veranderde wel de gewoonte om moeder en kind direct na de geboorte te scheiden. Deze theorie leek wetenschappelijk te zijn in medische termen en de medische en verpleegkundige disciplines begonnen met het scheppen van voorwaarden voor het faciliteren van een vroeg moeder en kind contact. Het uitzonderlijke belang van de bonding theorie was dus de fundamentele verandering in de maternale zorg. Maar de bonding theorie had ook een keerzijde. Ouders en verzorgers interpreteerden deze theorie niet adequaat en er ontstonden nieuwe bakerpraatjes over het belang van het eerste contact. Mensen begonnen te geloven dat als moeder en baby zich direct na de geboorte niet op een bepaalde manier gedroegen, hun relatie minder dan optimaal zou zijn, dat er geen bonding zou zijn. Gezinnen werden opgezadeld met het etiketje ‘’disfunctionerend’’, terwijl dat in feite niet waar was of die gezinnen hadden gewoon wat meer tijd nodig of toonden hun gehechtheid opeen andere manier. Daarnaast waren er ook ouders en zorgverleners die dachten dat alleen die eerste tijd van doorslaggevend belang was en dat wat daarna gebeurde er niet meer toe deed. Zij dachten dat als moeder en baby eenmaal die bonding tot stand hadden gebracht, die band er voor altijd was en er niet meer aan de relatie gewerkt hoefde te worden. Moeders waren bijvoorbeeld intensief en gedurende langere perioden bezig met het werken aan de bonding met hun pasgeboren kind om het vervolgens al op jonge leeftijd bij anderen achter te laten (om te gaan werken, uit te gaan, …), omdat zij dachten dat de bonding tot stand was gebracht en daarmee de relatie stevig was vastgelegd en er daarom niet meer aan hoefde te worden gewerkt. De bonding theorie is in de psychologische vakliteratuur stevig bekritiseerd. Een goed geschreven boek hierover is ‘’Mother-Infant Bonding: A Scientific Fiction’’ van Diane Eyer. De auteur vindt het bonding model onwetenschappelijk en simplistisch. Het is waar dat de grondleggers van de bonding theorie geen psychologen waren, maar artsen. Dit verklaart het hoge oorzaak-gevolg gehalte en het gebrek aan erkenning van persoonlijke verschillen binnen de theorie. In de meeste psychologische modellen wordt erkend dat menselijk gedrag het resultaat is van complexe processen en dat individuele variatie de norm is. In later werk van de grondleggers kot naar voren dat ook zijzelf vinden dat hun eerste werk verkeerd werd geïnterpreteerd en te letterlijk opgevat. Evenmin was het hun bedoeling te stellen dat de vroege bonding het enige belangrijke aspect is van de moeder-kind relatie. Echter, veel mensen zien de bonding theorie nog steeds op die beperkte manier.
| |
 | Attachment |  |
| De bonding theorie was een belangrijke stap in de ontwikkelingspsychologie. Het heeft ertoe geleid dat de eerste periode na de geboorte werd gezien als belangrijk voor de emotioneel-sociale ontwikkeling van het kind. Het maakt duidelijk waarom een verstoring van de moeder en kind nabijheid een probleem kan geven in dit facet van de kinderlijke en van de maternale ontwikkeling. Maar het bonding model gaat voorbij aan het feit dat een verstoring in de eerste dagen door gerichte latere maatregelen kan worden goedgemaakt. De attachment theorie gaat als het ware verder waar de bonding theorie stopt. De attachment theorie gaat over een proces en houdt daarbij rekening met aspecten van de menselijke ontwikkeling. Deze theorie gaat ervan uit dat gebeurtenissen in de loop van de tijd de manier waarop moeders en baby’s interacteren beïnvloeden. De belangrijkste component van de attachment theorie is het vermogen van de moeder om gevoelig te zijn voor de signalen van haar kind. De mate van gevoeligheid naar haar kind zal van invloed zijn op het soort attachment dat het kind ontwikkelt naar de primaire verzorger. Zijn perceptie van zijn attachment zal van invloed zijn op zijn latere vermogen relaties met anderen aan te gaan. Bowlby Binnen het attachment model wordt op verschillende manieren aangekeken tegen de geleidelijke ontwikkeling van de moeder-kind relatie. Bowlby, bijvoorbeeld, beschrijft een serie veranderende functies van de moeder gedurende het eerste levensjaar. In zijn benadering wortelen attachment relaties in de behoefte van de zuigeling om in zijn primaire levensbehoeften te worden voorzien door een attachment persoon. In het begin betekent dat te worden gevoed, schoongehouden en vastgehouden. Later wordt het de rol van de attachment figuur om een veilige basis te zijn van waaruit het kind zijn wereld kan gaan verkennen. Ainsworth Ainsworth, een andere attachment theoreticus, heeft een iets andere benadering, die alter door anderen is uitgewerkt. Zij gaat ervan uit dat alle menselijke wezens attachment aangaan met de primaire verzorger, maar dat er verschillende kwaliteiten zijn. Het attachment kan zeker, veilig zijn (dit is de optimale vorm) of het kind kan een onzekere, ambivalente of gedesorganiseerde attachment stijl ontwikkelen. Attachment en borstvoeding Interacties met de baby aan de borst zijn gebaseerd op de signalen van de baby en in principe vertelt de baby aan de moeder wanneer hij aan de borst wil en hoe lang. De nabijheid en lichamelijkheid van borstvoeding geven ook de mogelijkheid voor het optreden van unieke interactionele componenten waardoor moeder en kind emotionele boodschappen uitwisselen. Borstvoeding is een gebeurtenis waarbij het onvermijdelijk nodig is dat moeder en kind heel dicht bij elkaar zijn, zodat ze elkaar tijdens het voeden ook zien, voelen, horen, ruiken en proeven. Terwijl de baby toegang heeft tot de essentiële, levengevende moedermelk, worden moeder en baby blootgesteld aan een verscheidenheid aan interactionele componenten waarmee emotionele boodschappen of signalen worden uitgedrukt. Op die manier voorziet frequent borstvoeden ouders (vooral moeders, maar ook betrokken vaders) en hun drinkende kind van vele mogelijkheden om sensitieve interactionele stijlen te ervaren en te ontwikkelen. Borstvoeding vergroot daarmee de kansen voor het ontwikkelen van een proces dat leidt tot veilige attachment stijlen, die zich uitstrekken tot alle gezinsleden. Als borstvoeding inderdaad leidt tot de capaciteit voor een gevoelige ouderschapsstijl, dan kan het belang van borstvoeding niet teveel benadrukt worden, in het bijzonder ook voor moeders met een verhoogd risico voor attachment problemen. Zoals ook de antidepressieve werking van de lactatie hormonen een moeder kunnen helpen, kan dat ook het geval zijn met de interactionele componenten van borstvoeding geven bij het te boven komen van relationele problemen in de moeder-kind verhouding. Hoewel sommige moeders een verbeterd zelfbeeld krijgen door hun kind te voorzien van hun eigen melk, helpt het afkolven moedermelk moeders niet om zich aan hun kind te binden zoals het voeden aan de borst dat doet. Daarom is het aanmoedigen om het kind aan de borst te voeden van kritieke waarde voor moeders met emotionele problemen, of deze nu van chronische of acute aard zijn.
| |
 | Andere modellen |  |
| Veel van de concepten die de attachment theorie naar voren schuift, komen overeen met andere relationele modellen. Object relatie theorie, bijvoorbeeld, geeft inzicht in het vermogen van een moeder om de signalen van haar baby te ontvangen en er sensitief op te reageren. De object relatie theoreticus Winnicott benadrukt de behoefte die moeders hebben aan steun bij het werken aan het gevoelig reageren op hun zuigeling en een ‘’goed genoeg’’ moeder te zijn. Klein en Weininger beschrijven de interne, mentale wereld van de zuigeling en de rol die de emotionele gedachten van de zuigeling spelen in het formeren van zijn vroege relaties. Optimale vroege kinderlijke ervaringen zouden een cumulatie moeten zijn van gebeurtenissen die het kind de wereld, da wil zeggen relaties, kunnen laten zien als goed, gevend en veilig en niet als aanvallend en agressief. Het idee dat kinderen emotionele modellen vormen wordt ook getoond in andere theorieën. Er zijn theorieën die ervan uitgaan dat de zuigelingen in de eerste tijd zichzelf zien als een eenheid met de moeder. Theorieën over de emotionele band van een moeder en haar ongeboren kind kunnen helpen bij het begrijpen waar deze kinderlijke perceptie vandaan komt. Deze theorieën gaan ervan uit dat zuigelingen heel geleidelijk moeten kunnen overgaan van een staat van fysieke eenheid met de moeder zoals die in de baarmoeder bestond, naar het gescheiden zijn dat een consequentie is van het geboren worden. Borstvoeding is een voortzetting van die fysieke symbiose van de moeder en haar ongeboren kind. Het samengaan van het gevoel van het opheffen van honger, pijn koude of andere onaangenaamheden met het delen van interacties die lijken op die in de symbiotische intra-uteriene toestand, leiden tot een perceptie van relaties als veilig, warm en niet-aanvallend. Dit gevoel van welzijn bij het aangaan van een relatie breidt zich uit tot en faciliteert de mogelijkheid tot het aangaan van andere relaties.
| |
 | Ouderschap |  |
| Wanneer we de kinderlijke geest respecteren, kunnen we beginnen te begrijpen dat voeden met enige substantie, inclusief gekolfde moedermelk, in enige vorm anders dan uit het lichaam dat het kind nog ziet als dat van hem zelf (dat wil zeggen het warme en bekende lichaam van zijn moeder), niet dezelfde emotionele betekenis heeft voor het kind als drinken aan de borst. Een vader, bijvoorbeeld, die het attachment proces met zijn kind wil bevorderen, zou hiermee rekening moeten houden en een scenario vanuit het kinderlijk perspectief moeten bedenken. Hij zou bijvoorbeeld activiteiten kunnen ontplooiing die wel huidcontact omvatten, maar zonder daarbij een substantie t geven via een plastic hulpmiddel, dat door het kind kan worden gezien als invasief. Vanuit het kinderlijk oogpunt helpt het voeden niet bij attachment van vader en kind. Het kind zou in tegendeel de vader kunnen zien als een object dat hem weg houdt van zijn geliefde borstvoeding relatie. Ook het tegendeel kan waar zijn. We begrijpen allemaal het begrip zuigverwarring vanuit een fysiologisch standpunt. Vanuit een psychologisch oogpunt kan het zijn dat een kind weigert aan de borst te drinken na de gemakkelijk en snelstromende voeding uit een fles of kopje, omdat de relatief langzaam stromende borst ziet als een onthoudende borst. Heet kind dat de borst weigert maakt daarmee duidelijk dat het de goede, snelstromende ‘’borst’’ (dat wil zeggen fles, kopje, …) wil hebben. Daarom is het vanuit het perspectief van de zuigeling onzin om de vader en andere gezinsleden aan te raden te participeren in de voeding van de baby. Als zuigelingen in volwassen taal konden spreken, zouden ze keer op keer zeggen dat borstvoeding niet gaat om voeden, maar om relaties. En veel moeders zouden het met hen eens zijn. Theorieën over vrouwelijke en mannelijke ontwikkeling geven duidelijk aan dat moeders een andere route naar ouderschap volgen dan vaders. Daarom zou het niet verwacht moeten worden dat vaders en moeders op dezelfde manier een relatie met hun kind aangaan. Bij het vinden van een manier om zich aan hun kind te hechten zouden vaders zich moeten realiseren dat attachment een proces is en geen momentopname. Activiteiten die in de ene fase van het vaderschap aan attachment bijdragen, hoeven dat in een andere fase niet te doen. Door het respecteren van de behoeften van het borstvoedende duo en door de integratie van de mogelijkheden die de zuigeling heeft om buiten het drinken aan de borst om te interacteren, zal de vader manieren vinden om te participeren in wederzijds bevredigende interacties met zijn kind, die de borstvoeding niet in de weg staan of bedreigen.
| |
|
| |
|
|
|
 | Nieuwsflits |  |
| je dagelijkse portie borstvoeding wetenschap
| Moeder-tot-moeder hulp werkt
Peer-counseling, het begeleiden van mensen door mensen uit hun eigen sociale groep, blijkt een zeer effectieve manier van borstvoedingbegeleiding te zijn. Chapman et al analyseerden de onderzoeken uit 26 verschillende wetenschappelijke vaktijdschriften over dit onderwerp. Dat leverde een overweldigende hoeveelheid bewijs dat peercounseling (moeder-tot-moeder begeleiding, zoals dat in Nederland wordt geboden door Borstvoedingorganisatie LLL en door Vereniging Borstvoeding Natuurlijk) leidt tot meer en meer exclusief en langer borstvoeding. Ook werd gevonden dat er een daling was het vóórkomen van diarree bij zuigingen en van langer uitblijvende vruchtbaarheid. De onderzoekers bevelen daarom aan om deze organisaties op te nemen in nationale borstvoeding promotie campagnes en gezondheidsprogramma's voor moeders en kinderen. Chapman DJ, Morel K, Anderson AK, Damio G, Pérez-Escamilla R: Review: Breastfeeding Peer Counseling: From Efficacy Through Scale-Up. J Hum Lact August 2010 vol. 26 no. 3 314-326
| Lees alle Nieuwsflitsen in het Nieuwsflits Archief
|
| |
 | Eerste hulp bij borstvoeding |  |
|
| |
 | Spreker over borstvoeding |  |
| Gonneke van Veldhuizen-Staas, IBCLC is een gewaardeerd, enthousiast en kundig spreker voor symposia, congressen en evenementen. Tot de mogelijkheden behoren presentaties, voordrachten en lezingen over een diversiteit van onderwerpen binnen het vakgebied lactatie en de begeleiding bij borstvoeding voor symposia en congressen; workshops en masterclasses voor congressen en evenementen. Zie voor mogelijkheden, evaluaties en voorbeelden Eurolac Educatieve Programma's
| |
 | Netwerken |  |
|
| |
 | Algemene informatie |  |
| | Eurolac.net is de online poot van Eurolac Lactatiekunde. Eurolac Lactatiekunde omvat een praktijk voor persoonlijke, telefonische en email consultatie; een educatief centrum voor het ontwikkelen en aanbieden van cursussen en andere educatieve en informatie activiteiten voor zorgverleners en ouders en een webwinkel voor hulp- en ondersteuningsmiddelen bij borstvoeding. Meer informatie over de site en over Eurolac Lactatiekunde vindt u in Colofon en Contact en bij Disclaimer. De gehele inhoud van Eurolac.net is copyright beschermd. | | |
| |
 | Hersenspinsels |  |
|  
Lees mijn blog en weet waar mijn gedachten heen gaan als je ze even niet in de gaten houdt.
| |
 | Andere Eurolac initiatieven |  |
|
Alles over eten voor kinderen naast en na borstvoeding Professioneel luisterend oor voor problemen in gezinnen
| |
 | Samenwerking |  |
|
| |
 | Agenda kort |  |
| voor uitgebreide info zie agenda
| | | datum
| | activiteit
| | | | | | 15-09-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding
| | 26-09-10 | | Ontmoetingsdag A&K
| | 29-09-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding | | | | | | 02-10-10 | | Ontmoetingsdag WBW | | 05-10-10 | | Borstvoedingcongres SBO
| | 21/23-10-10 | | Borstvoedingcongres VELB
| | 12-10-10 | | lesdag lactatiekunde Gent
| | 25-10-10 | | lesdag lactatiekunde Hasselt | | 26-10-10 | | lesdag lactatiekunde Gent | | | | | | 4-11-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding | | 5-11-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding | | 8-11-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding | | 12-11-10 | | Kwaliteitszorg Borstvoeding | | 16-11-10 | | lesdag lactatiekunde Hasselt | | 22-11-10 | | lesdag lactatiekunde Gent | | 29-11-10 | | lesdag lactatiekunde Hasselt |
| |
|