| Het volgende interview werd opgenomen op 7 april 2008. Luister naar het interview (Engels) over dit artikel Deze link opent in een nieuw venster, zodat je kunt lezen en luiseren tegelijk. De informatie die wordt gepresenteerd in dit interview is niet bedoeld als medisch advies. Als jij of je baby medisch advies of behandeling nodig hebben, ga dan direct naar een dokter. Overleg met je dokter of lactatiekundige als je vragen hebt over de informatie die in dit interview wordt gepresenteerd of van plan bent deze te gaan gebruiken. Overproductie syndroom (Interviewer) Caroline van Veldhuizen is de eigenaar van Eurolac.net, een lactatie kenniscentrum in Nederland, dat zich richt op het informeren en helpen van moeders en het onderwijzen van zorgverleners over borstvoeding. Mw. Van Veldhuizen werd in 1985 leidster bij La Leche League en in 1992 een International Board Certified Lactation Consultant (IBCLC). Ze heeft vijf kinderen en één kleinkind. Haar achtergrond als kleuterleidster en basisschool leraar helpt haar met het combineren van haar twee passies: een moeder zijn en onderwijzen door andere moeders en baby's te leren van borstvoeding te genieten. In augustus 2007 publiceerde mw. Van Veldhuizen een artikel in het International Breastfeeding Journal met als titel Overabundant milk supply: an alternative way to intervene by full drainage and block feeding. Vandaag heb ik de eer haar te interviewen over het onderwerp van haar artikel: Overproductie syndroom. Welkom, Caroline. (Caroline) Goedenavond. I: Vertel me eens: wat is een overproductie syndroom? C: Overproductie syndroom is een syndroom. Dat betekent dat er meerdere symptomen zijn bij de moeder en de baby die een borstvoeding relatie hebben. Bij de moeder gaat het dan om heel erg veel melk en bij de baby over niet in staat zijn die hoeveelheid vort te bewegen door de maag en verder op de weg omlaag; een huilende baby. Soms een baby die niet of maar weinig groeit of juist een baby die erg hard groeit. Het is niet eenvoudig te definiëren. I: Aha, ik kan me voorstellen dat dat erg ontmoedigend kan zijn om daar mee om te moeten gaan bij het borstvoeding geven. C: Ja, dat is zo. Dat komt omdat één van de belangrijkst symptomen bij d ebaby het vele huilen kan zijn en de onrust en moeders kunnen hierin zelfs zien een afwijzing van de moeder door de baby zien, omdat de melk zo hard stroomt en de maag zich zo snel vult met veel melk, dat de baby zich zal strekken en zich wegduwen van de moeder. Moeders kunnen da zien als een afwijzing en dat is emotioneel heel moeilijk. I: Dat wil ik wel geloven. Hoe kan ik als moeder bij mezelf zien of merken of ik een overproductie syndroom heb? C: Bij de moeder zie je borsten die gestuwd zijn en die tijdens het drinken van de baby niet leger lijken te worden. De borsten kunnen lekken, niet de andere borst als de baby drinkt, maar ook tussen de voedingen. Moeders kunnen het gevoel hebben dat je niet dichter dan een paar centimeter bij de borst mag komen,omdat dan melk zal gaan lekken of spuiten omdat de borst zo vol is. Dit lan leiden tot pijn, ongemak en soms tot borstontsteking. I: Ja, ik had al die symptomen en telkens als ik een baby had kreeg i vier weken na de geboorte borstontsteking die ik niet kon voorkomen. Ja, ik herken die symptomen. En welke symptomen van overproductie zijn er nu precies in de baby? Want ik begrijp dat de baby ook symptomen kan hebben. Mijn baby's bijvoorbeeld groeiden erg snel, zoals je al noemde en ze hadden schuimige diarree en ze spuugden alles onder, het was soms echt overgeven. Zijn dit ook symptomen en welke andere kunnen er bij de baby zijn? C: Ja, dit zijn precies de symptomen bij de baby .. die schuimige, groenige luiers, die vies kunnen ruiken, zurig [opmerking over taal]. Baby's kunnen erg veel last hebben van lucht in de maag en de darmen en kunnen er problemen mee hebben die lucht kwijt te raken (als boertjes of windjes) en spugen of zelfs projectielbraken is niet ongewoon. Het kan echt met veel kracht gepaard gaan. Andere baby's blijven gewoon doordrinken en houden alles binnen, maar zij kunnen erg onrustig worden omdat hun maagje zo vol is. Veel baby's zullen veel huilen en sommige baby's willen de hele dag aan de borst, maar groeien slecht. En dat is wanneer mensen zeggen ''Ik heb volop melk, maar er zit niks in, want mijn baby drinkt de hele dag maar groeit niet.'' Maar dat komt dan meer vna het vele spugen, de groene luiers en zo. I: En is dat vooral omdat ze voornamelijk voormelk krijgen? C; Voor- en achtermelk zijn eigenlijk een beetje verouderde termen, maar het komt er inderdaad wel op neer dat wanneer er erg veel melk in de borst is, de baby veel melk met een laag vetgehalte zal krijgen. Hoewel wij volwassenen liever de magere producten gebruiken, hebben bay's juist vet in hun voedsel nodig, want als er weinig vet en veel suiker in de voeding zitten, zal deze de darmen te snel passeren en de suikers zullen gaan gisten en gas vormen en niet alle beschikbare voedingsstoffen zullen worden opgenomen. En daarom zullen deze baby's weinig groeien ook al drinken ze de hele dag door. I: Dat klinkt logisch. Wat zijn de meest voorkomende oorzaken voor overproductie syndroom? C: Er zijn twee belangrijke oorzaken: De ene is een medische conditie, hyperprolactinemie. [opmerking over taal], waarbij er in de hersenen [opm GVV-S: een prolactinoom ofwel een goedaardige tumor in de voorste hypofyse], precies op de plaats waar de prolactine vandaar komt een knobbeltje groeit, waardoor er teveel prolactine wordt afgegeven en de moeder maar door blijft gaan met melk maken. Maar vaker ligt de oorzaak in de manier van voeden of de persoonlijke manier van melk maken van de moeder.. Te vaak vragen kan te veel maken, want niet elke moeder is hetzelfde. Sommige moeders maken nu eenmaal makkelijker melk dan anderen, want we weten allemaal dat er moeders zijn die alle zeilen moeten bijzetten om maar net genoeg melk te maken. En dan zijn er moeders die helemaal niets hoeven te doen en die gewoon overlopen. Dus het kan zowel voor den deel aanleg zijn en een deel borstvoeding management. Er is vrijwel nooit een medische reden, zoals de prolactinoom. I: Dat is interessant. Ik vergelijk moeders die zoveel melk maken graag met Holstein koeien, weet je wel die zo heel veel melk maken. C: Ja, deze koeien zijn speciaal gefokt op de melkgift bij d vrouwelijke dieren. Daaraan kun je zien dat erfelijkheid er ook mee heeft te maken. Ja, logisch. Wat zijn de gewoonlijk geadviseerde behandelingen voor overproductie? E wat zijn de nadelen van die methoden? Ik begrijp dat je dit probleem langs meerdere kanten kunt benaderen. C: Ja, dat klopt, mensen benaderen dit probleem op allerlei verschillende manieren. De meeste vrouwen krijgen als advies om de baby aan te leggen tot de toeschietreflex en dan de baby weer er af te halen en die eerste melkstroom in een handdoek of zo op te vangen en dan de baby opnieuw aan te leggen wanneer de melk niet meer zo hard stroomt. Anderen zeggen dat je gewoon voor je gat aanleggen wat melk moet afkolven. En voor de baby werken die adviezen wel, op dat moment, want er is even niet zoveel melk en de baby kan makkelijker drinken. Maar als een moeder elke keer als ze gaat voeden eerst kolft, dan instrueert ze haar borsten als het ware om door te gaan met het maken van die grote hoeveelheid melk. En zo maken ze meer en meer melk en uiteindelijk wordt het probleem alleen maar groter. I: Ja, ik begrijp dat dat een boel problemen kan geven. Ik heb gehoord dat moeders soms kruiden gebruiken om de hoeveelheid melk te verminderen. Is dat een probleem om kruiden te gebruiken? C: Nee, dat is geen probleem, je kunt kruiden gebruiken, zeker wanneer er is een erfelijke factor in de problemen met de melkproductie. Vrouwen die heel gemakkelijk veel melk maken kunnen salie proberen, gewoon het keukenkruid salie. Dat werkt goed. Veel moeders [in de VS] hebben gemerkt dat zij de dag na Thankgivings een teruggang in melkproductie hadden door de vele salie in de vulling van de kalkoen. I: Dat is grappig. C: Ja, heel grappig. Maar wanneer je het maar één keer eet, zal je melk wat teruglopen, maar als je de baby weer vaker aanlegt en de salie weer weglaat, komt dat vanzelf weer goed. Maar als je salie wilt gebruiken om de productie blijvend terug te brengen, maak je er thee van en die die regelmatig. Maar wees er heel voorzichtig mee, want het is een vrij sterk werkend lactatie onderdrukkend middel. Wanneer je er dus te veel van drinkt kan het zomaar zijn dat je ineens helemaal geen melk meer hebt. I: O, dat klinkt niet goed. C: Nee, dat is zeker niet goed. Daarom adviseer ik vrouwen om met maar één kop saliethee per dag te beginnen en goed te kijken wat er gebeurt. Als het niet genoeg is dan neem je een halve kop per dag meer, is het teveel dan neem je minder. I: Dat klinkt erg logisch. Op die manier eindig je net met grotere problemen dan waarmee je begon. C: Dat klopt, het middel moet erger zijn dan de kwaal. I: Nu: wat is ''volledige drainage en blok voeden''? C: Dat is de methode die ik heb ontwikkeld in de jaren van observeren van moeders en baby's met problemen, waaronder die van mijzelf. Ik had ernstige overproductie bij mijn eigen vijfde kind. Ik dacht dat ik het wel wist, dat ik een ervaren moeder was, maar daar kwam dit kind en hij was zo anders dan de anderen. Hij dronk maar en dronk maar en ik wisselde gewetensvol van borst elke keer dat hij de borst nam in de eerste dagen; dat was in de eerste 24 uur wel een keer of 15 tot 18. En ik bleef maar wisselen van borst en maakte enorme hoeveelheden melk. Ik las de literatuur en observeerde andere moeders en zo kwam ik tot de ontwikkeling van deze methode, die ermee begint dat je de borsten zo ver als mogelijk leeg maak, als het ware om het systeem te resetten. Dus maak de borsten zo volledig mogelijk leeg door et de hand of met een dubbele elektrische kolf te kolven en dan leg je de baby aan de borst. En voor een baby die lijdt onder het overproductie syndroom is het drinken aan deze bijna lege borsten (die natuurlijk niet echt leeg zijn, want dan kan niet) een stukje hemel. Het is alsof hij het toetje krijgt voor hij zijn hoofdgerecht gegeten heeft. Het is zacht-stromend en romig en heerlijk; het vult en bevredigt. Het vult zijn buikje zonder de verspilling van al die waterige en suiker-rijke melk. En de baby zal waarschijnlijk heerlijk verzadigd in slaap vallen. En de borsten kunnen opnieuw beginnen. Hierna stopt de moeder met het vele wisselen van borst wat sommige moeders doen en biedt ze dezelfde borst aan gedurende een paar uren achter elkaar; drie uur, vier uur, afhankelijk van de ernst van het probleem. I: OK, het lijkt me toch een beetje ingewikkeld voor een moeder om dit te gaan doen, misschien weet ze niet hoe lang ze de blokken kan maken, of hoe ernstig ze haar situatie moet inschatten. Dus hoe vindt die moeder een lactatiekundige om haar hierbij te helpen? En hoe helpt een moeder haar zorgverlener deze informatie te vinden? C: Het artikel is online beschikbaar in het International Breastfeeding Journal. Het is vrij toegankelijk, dus iedereen kan het lezen, moeders zelf en de lactatiekundige. Voor Nederlandse moeders (ik ben Nederlandse) heb ik een uittreksel in het Nederlands gemaakt dat min of meer als een recept leest en ik werk aan een Engelse vertaling daarvan. I: O, geweldig C: Ja en dat komt dan ook online. I: en dat is dan in een eenvoudige vorm dat door moeders zelf ook makkelijk begrepen kan worden? C: Ja, zeker. Geen wetenschappelijke taal, geen gepraat over mammae in plaats van borsten, gewone alledaagse taal die goed te volgen is voor een moeder met een huilende baby op de arm en haar hersens in haar borsten (zoals ik dat graag uitdruk) en gewoon eenvoudig te volgen. I: Dat is geweldig. Ik zal je artikel in mijn blog zetten, zodat moeders daar naar toe kunnen gaan en het artikel vinden en lezen, dat lijkt me geweldig en ik ben er zeker van dat het veel moeders zal helpen. C: Dat denk ik zeker, want eht is een praktische, werkzame methode om mee te werken. Er zijn geen dingen bij nodig, geen medicatie, geen ingewikkelde schema's, alleen een moeder en een baby en goed kijken wat er gebeurt en wat past bij deze moeder en baby. I: OK. Even als samenvatting: wat kan een moeder doen om overproductie te voorkomen? C: Om een overproductie te voorkomen is het essentieel dat de baby direct na de geboorte bij de moeder op de borst wordt gelegd (als het maar enigszins mogelijk is, ook na een gemedicaliseerde baring) en de borst dan en vervolgens frequent aan te bieden in de eerste dagen. Maar als de baby vaak drinkt, niet elke voeding beide borsten. Dus als de baby tot een keer of zeven per etmaal aan de borst gaat, krijgt hij het best telkens twee borsten. Maar als hij 8 keer of vaker wil drinken (wat in de eerste dagen waarschijnlijk is) dan is één borst per keer beter. I: Dus maar één borst per keer en niet perse vaak wisselen per 24 uur, maar een paar uur de ene borst en dan een paar uur de andere. C: Ja, dat is de essentie. Tenzij de moeder een geschiedenis van te weinig melk heeft. I: Ja, dan zou ze juist het tegenovergestelde willen doen. C: Ja, dat is zo. Het is dus niet hetzelfde voor iedere moeder. Er is niet één regel die iedereen past. Voor eerste keer moeders zou ik dus willen aanraden: voed je baby vaak, zo vaak hij wil, wacht niet tot hij huilt, maar tot hij smakgeluidjes maakt of likbewegingen of zijn vingertjes in de mond stopt of zijn dekentje gaat opeten. Dan aanleggen en aan de eerste borst laten drinken tot hij daar klaar is. Dat is wat ik al bij LLL leerde en wat ik nog steeds gebruik: eerst de eerste borst afmaken, of zoals mijn ouders mij al leerden: ''je krijg je toetje pas als je je bord hebt leeggegeten''. Haast je kind niet, neem niet de klok als graadmeter, maar zorg dat de baby goed is aangelegd en wacht tot hij klaar is. I: Dat lijkt me heel logisch. Ik geloof dat in Amerikaans ziekenhuizen veel vrouwen het advies krijgen om voor 15 minuten de eerste borst te geven en dan te wisselen en dat kan , denk ik, voor een groot probleem zorgen later. C: Ja, zeker grote problemen, dat zie ik hier ook. Sommige zorgverleners zullen adviseren een x aantal minuten te veoden aan één borst om aan de achtermelk te komen en anderen zullen je vertellen dat je maximaal een bepaalde tijd aan één borst mag voeden en dan moet wisselen, want anders ga je scheef lopen door ongelijke productie. En, om precies te zijn, borstvoeding gaat helemaal niet over klokken en schema's, het gaat om een moeder en een baby. I: Ik houdt van die ''intuïtief moederen''-aanpak. Ik probeer die ook altijd te gebruiken bij alles wat ik doe en ik merk dat ik veel obstakels gewoon mis door goed naar mijzelf en mijn baby te luisteren. Dat maakt alles eenvoudiger. C: Ja, ja, dat maakt moederschap makkelijk. Nou, ja, makkelijk ... I: Ja, daar ben ik het mee eens! Je kunt gewoon de rest van de wereld laten vallen en aandacht besteden aan wat er dit moment gebeurt. Ik vroeg me af of lekkende tepels kunnen bijdragen aan het probleem. Ik lek zelf bijvoorbeeld erg veel, vooral in de eerste dagen, maar zelfs nu mijn baby al zes maanden is lek ik af en toe nog en ik vraag me gewoon af of vrouwen daar iets aan kunnen doen en of het bijdraagt aan het overproductie probleem. Kunnen vrouwen daar ook wat aan doen? C: Ja, dat akn zeker bijdragen wanneer er veel gelekt wordt en er een redelijke hoeveelheid melk uit komt, want meer melk eruit betekent meer aanmaak van melk. Er zijn aanwijzingen dat bij sommige vrouwen de sluiting van de melkuitgangen in de tepel minder strak is dan bij anderen. Wat je zou kunnen doen doen is iets te maken dat je teel naar binnen duwt. Of wanneer je merkt dat je gaat lekken, duw je de muis van je hand tegen de tepel, zodat de tepel naar binnen wordt geduwd en de tepeluitgangen dubbelvouwen als het ware. Het lijkt op wat kinderen doen die met een rietje drinken en dan erop bijten en dan worden ze boos omdat er niets meer doorheen komt. Dat is precies wat je doet als je de tepel naar binnen doet, het is als bijten op het rietje. I: Dat is een leuke illustratie. Ik kneep wel in de andere tepel om hem dicht te houden, omdat ik wel merkte dat ik een probleem aan het creëren was. Ik merkte dat even knijpen ook die rietjes-truc deed en voorkwam dat de melk eruit kwam. C: Ja, als je knijpt geeft dat een stressreactie in de weefsels en de kleine spiertjes in de tepel en tepelhof zullen samentrekken en de tepeluitgangen dichtknijpen. I: Dus het helpt dicht te maken. C: Wat ik ook zie is dat moeders die lekken zoogkompressen dragen. Ik snap dat wel, want je wilt niet lekkend en met natte shirts rondlopen. Maar zoogkompressen bevorderen in feite het lekken. Als ze nat worden treedt er een soort hevel effect op, ze trekken dan ander vocht aan. I: O, dus ze zuigen het dan op als spons, ja? C: Ja, zuigen het op als een spons. En ik merk dat als ik moeders aanraadt om zo min mogelijk kompressen te dragen, in zoverre dat mogelijk is, dat ze uiteindelijk minder gaan lekken. I: Het heeft dus even tijd nodig. C: Ja. Het zijn allemaal van die kleine trucjes, weet je. Wanneer ik ''de'' oplossing had zou ik er rijk mee kunnen worden, maar er niet één oplossing. Het zijn al die kleine trucjes en dingetjes die andere moeders ontwikkelen en uitvinden of gewoon zomaar doen, en die gewoon werken. Er zijn ook wel hulpmiddelen te koop. (Ik weet niet of ik merknamen mag noemen?) I: Daar heb ik geen probleem mee. C: OK. Het zijn Lillypadz. Dat zijn silicone kompressen, die niet de melk opzuigen, maar je meot je tepel indrukken en dat die kompressen eroverheen doen. Zo wordt je tepel ingedrukt en blijft ingedrukt. Sommige mensen dragen ze de hele dag, maar daar zie ik een probleem, want door ze de hele dag door te dragen zou je een borstontsteking kunnen krijgen. Maar als je weg moet, naar een feestje of werken en het is absoluut ondenkbaar dat je daar nat rondloopt, dan kunnen ze heel handig zijn. I: Ik kan me voorstellen dat dat goed kan helpen. Ik moet zelf de eerste paar maanden altijd erg oppassen met beha's of wat dan ok dat erg strak zit, want dat lijkt altijd op een of andere manier tot verstoppingen of borstontstekingen te leiden. Ik moet gewoon mijn borsten vrij laten hangen. En als ze dan gaan hangen dan moet ik dat maar accepteren. C: Wel, weet je, uiteindelijk gaan borsten hangen. Of je kinderen hebt of niet, of je borstvoeding hebt gegeven of niet, als je ouder wordt gaan je borsten hangen. Dat is gewoon de natuur. I: Dat is goed om te onthouden. C: Ja. Ze zijn niet bedoeld om eruit te blijven zien of je 18 bent. I: Dat is goed om te onthouden, het is niet iets wat je hebt gedaan of hebt nagelaten te doen ... C: Nee, er is geen enkele manier, behalve een operatie dat je borsten ervan kan weerhouden om te gaan hangen of uitzakken. I: Ja, en dat is voor mij geen optie, want ik ben van plan om mijn borsten te gebruiken om mijn kinderen te voeden. C: Precies, en borstoperaties zijn een probleem. I: Nu even voor het overzicht voor moeders die een probleem met onderproductie hebben. Wat heeft je werk met overproductie je geleerd voor moeders die juist te weinig melk maken? C: In dat geval zouden we de methode van leegmaken en blokvoeden omkeren en beginnen met juist heel vaak te wisselen, want elke keer dat de borsten gestimuleerd, worden ze aangezet tot het aanmaken van meer melk. Als er een dipje is in de productie of als de moeder gewoon tot die vrouwen hoort die de genen voor moeizamere productie hebben, blijf dan gewoon wisselen van borst, hen en weer, links-rechts-links-rechts. Dat is is één. Het andere is de borsten helpen de melk te laten gaan. Want melk hebben is één ding, het laten stromen is het volgende. En waar moeders met veel melk vaak een makkelijke stroom hebben, hebben moeders met minder melk vaak ook een minder makkelijke stroom. Zij kunnen een soort externe toeschietreflex maken door hun handen om de borst te leggen alsof ze met de hand gaan kolven, maar dan verder naar achteren en dan sin de borst te knijpen met de volle hand. I: Dus ze geven dan extra druk om de melk te helpen er uit te stromen. C: Ja. Dit heet diepe borst compressie. I: Dat is geweldig. Dat kunnen andere moeders die luisteren dus doen om te helpen bij het vergroten van de productie. C: Te veel en te weinig melk zijn even problematisch, het zijn eigenlijk de twee uiteinden van een glijdende schaal. I: Wel, Caroline, dank je voor je tijd om te praten over je onderzoek naar overproductie syndroom en de behandeling. C: Ik vond het erg leuk om te doen. I: Dat is fijn. Het was erg leerzaam en bemoedigend om te weten dat, ja, dit kan behandeld worden. Ik denk dat deze informatie veel vrouwen die met dit probleem te maken hebben zal hebben, ik weet in elk geval dat ik er een boel van geleerd heb. Dus nog een s bedankt. Ik zie ernaar uit je artikel op de site te zetten en ik zie uit naar het verschijnen van de Engelse versie van je uittreksel. C: Ik zal hard werken en het online zetten zodra het klaar is. I: Dank je wel C: Graag gedaan
|