Oorspronkelijke tekst: Marsha Walker, RN, IBCLC Vertaling: Gonneke van Veldhuizen, IBCLC Herzien 2016 Zie ook Voeding en de darmen voor een kortere versie van dit artikel.

  • Het maag-darmkanaal van de normale foetus is min of meer steriel
  • De manier van geboren worden heeft effect op de ontwikkeling van de darmflora.
    • Vaginaal geboren kinderen worden door de bacteriën die de moeder draagt gekoloniseerd.
    • Kinderen die met een keizersnede geboren worden, staan naar alle waarschijnlijkheid meer bloot aan omgevingsmicroben uit de lucht, en via andere mensen, bijvoorbeeld de zorgverleners die als drager fungeren
  • Baby’s met het hoogste risico van kolonisatie met ongewenste microben, of wanneer transfer via moederlijke bronnen niet kan optreden, zijn met keizersnede geboren kinderen, prematuren, a-terme pasgeborenen die intensieve zorg nodig hebben en kinderen die worden gescheiden van hun moeder

Kinderen die borstvoeding krijgen en kinderen die kunstvoeding krijgen hebben een verschillende darmflora

  • Kinderen die borstvoeding krijgen hebben een lagere pH in de darm (een zure omgeving) van ongeveer 5,1 – 5,4 gedurende de eerste zes weken, met de bifidobacteriën als dominante soort en mindere hoeveelheid pathogene (ziekte veroorzakende) microben, zoals E coli, bacteroïden, clostridia en streptokokken
    • baby’s die kunstvoeding krijgen hebben een hoge darm pH van ongeveer 5,9 – 7,3 met een grote verscheidenheid aan putrefactieve bacteriestammen (bacteriën die eiwitten afbreken en daardoor rotting veroorzaken)
  • Kinderen die borstvoeding krijgen met kunstvoeding als supplement hebben een darm pH van 5,7 – 7,3 in de eerste vier weken, teruggaand tot 5,45 in de zesde week
  • Wanneer een baby die borstvoeding krijgt in de eerste zeven levensdagen kunstvoeding erbij krijgt, wordt het ontstaan van een sterk zure omgeving in de darm vertraagd en bestaat de kans dat het volledige potentieel nooit wordt bereikt
  • Bij kinderen die naast borstvoeding kunstvoeding krijgen, ontstaat een darmflora en darmgedrag dat lijkt op dat van kinderen die enkel kunstvoeding krijgen

Het maag-darmkanaal van de pasgeborene ondergaat zeer snelle groei en vervolmakende ontwikkeling direct na de geboorte

  • Baby’s hebben een functioneel immatuur (onrijp) en immuno-naief darmstelsel (het immuun systeem is nog niet geactiveerd) bij de geboorte
  • Het duurt vele weken voor er strakke verbindingen in het darmslijmvlies ontstaan zijn en de darm afsluiten voor doorgang van grote eiwitten en pathogenen (ziekteverwekkers).
  • De open verbindingen spelen een rol bij het ontstaan van NEC (Necrotiserende Entero Colitis, een ernstige darminfectie), diarree en allergie
  • secretoir IgA (immuniglobuline A) uit colostrum en moedermelk leggen een beschermende laag langs de darmwand, waardoor in een passieve immuniteit wordt voorzien gedurende de tijd dat de immuunfunctie van de darm van de pasgeborene nog laag is
  • Het secretoir IgA van de moeder is pathogeen specifiek: de antistoffen zijn gericht tegen de pathogenen (ziekteverwekkers) in de onmiddellijke omgeving van de baby
  • De moeder maakt antistoffen wanneer zij via de maag, inademing of anderszins in contact komt met ziekteverwekkende microben.
  • Deze antistoffen negeren de nuttige normale darmbacterien en leiden ziekte af zonder inflammatie (ontsteking)

Kunstmatige zuigelingenvoeding zou niet gegeven moeten worden aan kind dat borstvoeding krijgt voor de neonatale doorlaatbaarheid van de darm is verdwenen

  • Vanaf het moment dat de baby bijvoeding krijgt, lijkt het bacteriële profiel van de darm op die van kinderen die kunstvoeding krijgen, waarbij de bifidus bacteriën niet langer dominant zijn en de ontwikkeling van obligate anaerobe bacteriestammen (bacteriën die zich alleen in een omgeving zonder zuurstof kunnen ontwikkelen) voorkomt. (Mackie, Sghir, Gaskins, 1999)
  • Relatief kleine hoeveelheden kunstvoeding (1 flesje per 24 uur), gegeven aan een kind dat borstvoeding krijgt, zullen zorgen voor een verandering van een borstvoeding naar een kunstvoeding darmflora patroon. (Bullen, Tearle, Stewart, 1977)
  • De introductie van vaste voeding bij een kind dat borstvoeding krijgt, veroorzaakt ernstige aantasting van het ecosysteem van de darm met een snelle stijging van het aantal enterobacteriën en enterokokken, gevolgd door een progressieve kolonisatie met bacteroïden, clostrida en anaerobe streptokokken. (Stark, Lee, 1982)
  • Wanneer kunstvoeding als bijvoeding wordt gegeven verandert de darmflora van een kind dat borstvoeding krijgt binnen 24 uur zo dat die niet meer van die van een volwassenen is te onderscheiden. (Gerstley, Howell, Nagel, 1932)
  • Wanneer wordt teruggekeerd naar uitsluitend moedermelk, dan duurt het 2 – 4 weken voor de darmomgeving terugkeert naar een status die gunstig is voor grampositieve darmflora. (Brown; Bosworth, 1922; Gerstley, Howell, Nagel, 1932)

In families waar allergieën voorkomen kunnen baby’s, die borstvoeding krijgen, worden gesensibiliseerd door een enkele fles kunstvoeding (ongewilde, onnodige of geplande bijvoeding) in de eerste 3 levensdagen. (Host, Husby, Osterballe, 1988; Host, 1991)

  • Kinderen met een verhoogd allergie risico zijn kinderen waarvan 1 van de ouders allergisch is (+ 37%), beide ouders allergisch zijn (+62-85%, afhankelijk van de vraag of beide ouders dezelfde of een verschillende allergie hebben) en kinderen die, onafhankelijk van allergie in de familie verhoogde IgE warden hebben in het navelstrengbloed. (Chandra, 2000)
  • Bij kinderen met een verhoogd allergie risico kan hypoallergene kunstvoeding worden gebruikt als bijvoeding naast borstvoeding; vaste voeding moet worden uitgesteld tot 6 maanden, melk en zuivel tot een jaar en de moeder zou moeten overwegen af te zien van pinda’s, melk, eieren en vis. (AAP, 2000)

Kinderen die borstvoeding krijgen en die geboren worden in families waar insuline afhankelijke diabetes mellitus voorkomt, hebben een verhoogd risico om dit ook te ontwikkelen, wanneer zij vroegtijdig worden blootgesteld aan koemelkeiwitten.(Mayer et al, 1988; Karjalainen, et al, 1992)

  • Het vermijden van koemelkeiwitten in de eerste levensmaanden kan het ontwikkelen van insuline afhankelijke diabetes mellitus verminderen of het begin ervan vertragen bij kinderen die daarvoor gevoelig zijn. (AAP, 1994)
  • Sensibilisatie en de ontwikkeling van een immuniteitsgeheugen voor koemelkeiwitten is de eerste stap in de etiologie van insuline afhankelijke diabetes mellitus. (Kostraba, et al, 1993).
    • Sensibilisatie kan optreden wanneer het kind vroegtijdig wordt blootgesteld aan koemelkeiwitten, voor de neonatale doorlaatbaarheid van de darm is verdwenen.
    • Sensibilisatie kan optreden wanneer het kind wordt blootgesteld aan koemelkeiwitten tijdens een door een infectie veroorzaakte verandering van het maag-darmkanaal, wanneer de slijmvliesbarrière is aangetast, waardoor antigenen (antistoffen) erdoorheen kunnen en vervolgens immuunreacties uitlokken.
    • Sensibilisatie kan optreden wanneer de aanwezigheid van koemelkeiwitten in de darm de darmslijmvliesbarriere beschadigt, de aaneensluiting van de verbindende cellen vernietigt (dus de dichting van de neonatale doorlaatbaarheid aantast) of enige andere blootstelling aan koemelkeiwitten. (Savilathi, et al, 1993)

Referenties

  • American Academy of Pediatrics, Work Group on Cow’ s Milk Protein and Diabetes Mellitus. Infant feeding practices and their possible relationship to the etiology of diabetes mellitus. Pediatrics 1994; 94:752-754
  • American Academy of Pediatrics, Committee on Nutrition. Hypoallergenic infant formulas. Pediatrics 2000; 106:346-349
  • Brown EW, Bosworth AW. Studies of infant feeding VI. A bacteriological study of the feces and the food of normal babies receiving breast milk. Am J Dis Child 1922; 23:243
  • Bullen CL, Tearle PV, Stewart MG. The effect of humanized milks and supplemented breast feeding on the faecal flora of infants. J Med Microbiol 1977; 10:403-413
  • Chandra RK. Food allergy and nutrition in early life: implications for later health. Proc Nutr Soc 2000; 59:273-277
  • Gerstley JR, Howell KM, Nagel BR. Some factors influencing the fecal flora of infants. Am J Dis Child 1932; 43:555
  • Host A, Husby S, Osterballe O. A prospective study of cow?s milk allergy in exclusively breastfed infants. Acta Paediatr Scand 1988; 77:663-670
  • Host A. Importance of the first meal on the development of cow’ s milk allergy and intolerance. Allergy Proc 1991; 10:227-232
  • Karjalainen J, Martin JM, Knip M, et al. A bovine albumin peptide as a possible trigger of insulin-dependent diabetes mellitus. N Engl J Med 1992; 327:302-307
  • Kostraba JN, Cruickshanks KJ, Lawler-Heavner J, et al. Early exposure to cow’ s milk and solid foods in infancy, genetic predisposition, and risk of IDDM. Diabetes 1993; 42:288-295
  • Mackie RI, Sghir A, Gaskins HR. Developmental microbial ecology of the neonatal gastrointestinal tract. Am J Clin Nutr 1999; 69(Suppl): 1035S-1045S.
  • Mayer EJ, Hamman RF, Gay EC, et al. Reduced risk of IDDM among breastfed children. The Colorado IDDM Registry. Diabetes 1988; 37:1625-1632
  • Savilahti E, Tuomilehto J, Saukkonen TT, et al. Increased levels of cow’ s milk and blactoglobulin antibodies in young children with newly diagnosed IDDM. Diabetes Care 1993; 16:984-989
  • Stark PL, Lee A. The microbial ecology of the large bowel of breastfed and formula-fed infants during the first year of life. J Med Microbiol 1982; 15:189-203

Bekijk deze gratis iLactation presentatie van Dr Lawrence Noble: Wat is er nu echt mis met één fles?. Deze presentatie van Lawrence Noble (ingesproken door Stefan Kleintjes) gaat diep in op de verschillende redenen voor het vermijden van kunst- en flesvoeding. Hij bespreekt de korte-, middellange- en langetermijngevolgen van de invloed daarvan op de darmflora, het gedrag en het metabolisme. Lawtence Noble legt ook nadruk op het feit dat het hierbij niet alleen om de melk gaat, maar ook op de toedieningswijze: aan de borst of uit de fles. Hij laat er geen twijfel over bestan dat moeder of poeder, borst of fles, niet slechts levensstijl keuze zijn, maar keuzes die sterke invloed hebben op zowel de individuele gezondheid nu en in het latere leven, als op de volksgezondheid.

EDIT november 2017:

Helaas is deze presentatie neit meer beschikbaar. De gratis presentaties wisselen. Op dit moment is er ook een heel interessante presentatie van Jan Barger over het overleven van de tweede nacht met de nieuwe baby. Ander onderwerp, maar zeker ook het kijken waard. Klik op de afbeelding hieronder.

4 antwoorden
  1. Soraya
    Soraya zegt:

    Mooi en veel werk om dit allemaal zo samen te vatten. Dank daarvoor!
    Ik lees het wel met wat verdriet. Deels door verkeerd advies en deels door gepush van de kinderarts, heeft onze zoon in de eerste dagen flink wat kv naast bv gehad (door ks geen goede bv start). En toen bedacht de kraamverzorgster dat onze zoon gewoon heel veel honger had en propte ze er op dag 4 60cc kv in. Ik krijg er nog tranen van in mijn ogen. Nederland kent helaas nog veel LK’s die toch nog met achterhaalde of niet voldoende informatie werken. We hebben echt veel meer goede begeleiding, zoals bijvoorbeeld die van jou en Stefan nodig!

    Beantwoorden
  2. JohanS
    JohanS zegt:

    Is het niet mogelijk om van moedermelk baby poeder te maken? om in ieder geval de eerste weken door te komen, mocht de eigen moeder zelf onvoldoende of geen moedermelk te kunnen produceren (lichamelijk of medisch onmogelijk) Uiteraard is moedermelk het beste en het is altijd op de juiste temperatuur en direct beschikbaar echter het lijkt haast een trend van jonge ouders om GEEN borstvoeding te geven wat ook door de huidige samenleving gestimuleerd wordt gezien er niet overal meer een kind gezoogd mag worden raar maar waar

    Ik hoop dat de tijd terug komt waar kinderen bij moeders gewoon weer aan de borst mogen op straat of waar dan ook zo ben ik ook groot geworden.

    Beantwoorden
    • eurolacpuntnet
      eurolacpuntnet zegt:

      Ja, dat kan en het wordt al gedaan. Er is een bedrijf in de USA dat een poeder maakt van gedoneerde moedermelk. Dit wordt verkocht aan prematuren-afdelingen om te gebruiken als aanvulling (versterker) voor moeders eigen melk. Premature kinderen hebben van sommige nutriënten meer nodig. Je zou inderdaad op dezelfde manier gevriesdroogde moedermelk kunnen maken als vervanger voor moeders eigen melk voor wanneer de melkproductie traag op gang komt of wanneer moeders eigen melk ongeschikt is (komt zelden voor, maar toch). Je zou op dezelfde manier ook een moedermelkpoeder kunnen maken voor kinderen met bepaalde stofwisselingsziekten zoals galactosemie of PKU. Maar ja, wie gaat dat doen, want wie verdient daaraan?

      Beantwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Een enkel flesje kan geen kwaad […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *